Ruigkade

De sfeer in Nieuwpoort is sereen. Het is zondagmorgen en uit de christelijk-gereformeerde kerk wandelt het strenge volk het zonlicht tegemoet. Binnen de indrukwekkende, gerestaureerde vestingwallen bevindt zich een stadje in miniatuur, met twaalfhonderd inwoners en een pittoresk stadhuis, gebouwd tegen de waag.

De dijk langs de Lek geeft een weids uitzicht op de rivier en de Alblasserwaard. Maar na kennismaking met een idioot die zijn motor met een snelheid van over de honderd kilometer over de bochtige dijk laat razen, vlucht ik de polder in, naar een tiendweg. Langs die door wilgen geflankeerde weg helaas nu geasfalteerd haalde de schout in de middeleeuwen een tiende van de oogst en het jongvee op, voor graaf of bisschop. Her en der staan reigers, roerloos wachtend aan de slootrand.

Zes kilometer verderop, in de buurt van Ameide, gaat de tocht rechtsaf en wat later maakt het asfalt plaats voor gras. Dat loopt lekkerder. Een bord bij deze graskade, de Steeg, maakt melding van een 'omlegging' voor wandelaars. Maar hoe? Ik loop door, naar de Noordelose kade, een prachtige ruigkade met hoge bomen, braamstruiken, riet. Mijn gids meldt dat dit pad openbaar is en roept de wandelaar op het bordje Verboden Toegang te negeren. Helaas, indrukwekkende rollen prikkeldraad maken dat onmogelijk. Een naburige eendenkooi is de oorzaak van dit ongemak. In de verte hoor ik geweerschoten schrikt Donald Duck daar niet van?

Dan maar dwars door de weilanden. Links en rechts duiken konijnen op. Mijn vaardigheid als slootjespringer wordt regelmatig op de proef gesteld. Een omgevallen boom, die de laatste, brede sloot overbrugt, brengt me, wankel balancerend, terug op de ruigkade. De eendenkooi is gepasseerd.

De kade heet nu Langerakse kade, later Goudriaanse kade. Ze zijn weliswaar minder ruig maar best de moeite waard. Ten slotte voert een graskade, na een zwarte wipwatermolen, de wandelaar terug naar Nieuwpoort.

    • Blz. 50-55
    • het Oeverloperpad
    • Kees Calje