Richtingenstrijd in Praag om kapitalistische koers

PRAAG, 2 okt. Drommen Westerse toeristen verdringen zich in de straten van de rustieke Praagse binnenstad voor de vitrines van de winkels. Voor de tienduizenden Westeuropeanen, die de stad aan de Moldau willen zien na de 'fluwelen revolutie' van november vorig jaar, zijn er alle artikelen van kleren tot kristal spotgoedkoop. Met ingehouden ergernis zien de inwoners van Praag hoe de bezoekers uit het buitenland de winkels vrijwel leegkopen. Bij de schappen achter de toonbanken worden de laagste planken snel zichtbaar, de prijzen stijgen.

Voor de 15 miljoen Tsjechen en Slowaken ziet de toekomst er veel minder florissant uit: Tsjechoslowakije staat aan de vooravond van een harde economische kuur, op de weg naar de vrije-markteconomie. De meeste Tsjechen en Slowaken beseffen dat hun koopkracht de komende jaren eerst flink zal dalen voordat zij, net als de toeristen, de winkels kunnen binnenlopen met een volle beurs.

'Ik weet niet hoelang mijn man zijn werk nog houdt en hoe snel de prijzen zullen stijgen', zegt een vrouw die een deel van haar woning in de binnenstad verhuurt aan toeristen. 'Ik hoop wel dat we niet zo zullen verarmen als de Polen', zegt ze met angst in haar stem. In Polen is de koopkracht het afgelopen halfjaar met 40 procent gedaald en stijgt de werkloosheid in een strak tempo. Ook in Tsjechoslowakije zijn de prijzen al flink gestegen nadat in juli de voedselsubsidies werden afgeschaft. In november zal de regering ook een einde maken aan de subsidies op energie, en begin volgend jaar wordt de huur bepaald door de markt, niet meer door de overheid.

Vooral de stijgende energieprijzen treffen Tsjechoslowakije hard. De Sovjet-Unie is bezig haar olieleveranties te verminderen en Moskou eist na 1 januari bovendien betaling in dollars. De regering in Praag moet daarom binnenkort een beroep doen op de internationale oliemarkt, waar de prijs wordt opgestuwd door de crisis in de Golf. Begin deze maand steeg de benzineprijs in Tsjechoslowakije met 50 procent. De serie prijsstijgingen heeft al geleid tot een inflatie van ruim 10 procent: een slechte uitgangspositie voor de privatisering, het kernstuk van de economische kuur.

'Als Tsjechoslowakije de privatisering te lang uitstelt blijft het land in de modder steken', zegt een expert op het ministerie van financien aan de Letenska-straat. Hij reageert hiermee op de tegenstand die de 'harde kuur' van zijn minister Vaclav Klaus de afgelopen zes maanden heeft ondervonden. Tsjechische en Slowaakse politici raakten gevoelig voor het argument dat het land in feite geen harde kuur nodig had, dat er een 'zachte weg' naar de vrije-markteconomie zou bestaan.

Ook president Vaclav Havel schrok terug voor de plannen van Klaus, voor de werkloosheid en het koopkrachtverlies. Hij veranderde voortdurend van mening. De afgelopen zes maanden gingen zo verloren met lange debatten in het parlement en op de Burcht, waar Havel zetelt. 'Havel is een humanist die het beste voorheeft met de mensen, maar als president moet hij knopen doorhakken', zegt de medewerker, die met zijn vinger in de lucht wijst, doelend op de nabijgelegen Burcht.

Na veel pijn en moeite hebben Tsjechische en Slowaakse ministers met president Havel vorige week een eerste stap gezet op de weg van de privatisering. In Kromeriz, 300 kilometer ten oosten van Praag, besloten zij dat winkels en hotels op veilingen te koop worden aangeboden. Bovendien zullen eigendommen die na de oorlog door de staat waren onteigend aan de oorspronkelijke eigenaars worden teruggegeven: de zogenoemde re-privatisering.

Het personeel van winkels en hotels voelde echter weinig voor de 'kleine privatisering': zij vrezen dat op de veiling de vroegere communistische elite op de eerste rij zal zitten en het hoogste bod zal doen. De burgers met geld zijn immers te vinden onder de gewezen nomenklatoera. Het winkelpersoneel ging vorige week een uur in staking uit protest tegen de openbare verkoop. Aan hun eisen werd in Kromeriz gehoor gegeven: het personeel krijgt een voorkeursrecht bij de aankoop van de winkels en hotels, gesteund met voordelige en langlopende kredieten.

Over de 'grote privatisering' van de staatsbedrijven is in Kromeriz echter niets besloten, hoewel het ministerie van financien deze operatie voor 1 januari wil voltooien. Aan de Letenska-straat in Praag ligt het scenario klaar, maar opnieuw twijfelen Burcht en parlement.

Minister Klaus wil de grote staatsbedrijven opdelen en aan de burgers van het land 'coupons' aanbieden die een bepaald aantal punten vertegenwoordigen. Met deze coupons kunnen de Tsjechen en Slowaken voor een lage prijs aandelen van de opgesplitste bedrijven kopen. De waarde van het bedrijf komt tot uitdrukking in het aantal 'coupon-punten' dat nodig is om een aandeel te kopen: veel punten voor een aandeel van een rendabel bedrijf, weinig voor een slechte onderneming.

Tsjechen en Slowaken kunnen hun coupons ook overdragen aan op te richten beleggingsmaatschappijen die zelfstandig zullen opereren op de aandelenmarkt. Voor het einde van het jaar wil Klaus daarom een beurs in Praag installeren. Het buitenlands kapitaal krijgt pas een kans als het 'nationale kapitaal' te weinig middelen kan opbrengen. De regering geeft 20 tot 30 procent aan als het maximum voor de deelname van het buitenlands kapitaal in het aandelenpakket. Klaus wil voorkomen dat Westerse bedrijven de 'industriele krenten' oppikken, en Tsjechoslowakije met de pap blijft zitten.

Maar de werknemers voelen niet veel voor de grote privatisering. De staatsbedrijven garanderen werk en een rustig werktempo. De plannen van Klaus zullen leiden tot een 'shake-out': de meeste bedrijven moeten werknemers ontslaan omdat ze te veel personeel hebben. En de poorten van onrendabele ondernemingen worden zonder pardon gesloten. 'Er is geen echte druk op het publiek voor de grote privatisering', zegt Vladimir Zelezny, woordvoerder van Burgerforum, de beweging die vorig jaar de fluwelen revolutie afdwong en die in juni de verkiezingen won. 'In Tsjechoslowakije ging het niet zo slecht als in Polen. De betere uitgangspositie is nu een nadeel. Geen enkele groep voelt de noodzaak van de ommezwaai, iedereen hoopt op een zachte overgangsfase.'

In het parlement wordt veel gedebatteerd, maar nauwelijks besloten omdat Burgerforum een brede beweging die zowel sociaal-democraten als trotskisten herbergt intern is verdeeld. 'Burgerforum is geen partij, dat woord is taboe. We hebben geen leden, geen partijstructuur, geen partijdiscipline. Elk parlementslid beslist voor zich, we hebben maanden nodig om consensus te bereiken.'

Ruim 50 van de 118 parlementsleden van Burgerforum spelen met de gedachte om zich af te splitsen en een coalitie te vormen met de christen-democraten zodra dezen zich hebben ontdaan van partijleider Josef Bartoncik, die wordt beschuldigd van samenwerking met de voormalige geheime politie (StB). Als Burgerforum uiteenvalt zal het nog moeilijker worden in het parlement een meerderheid te vinden voor de plannen van Klaus, omdat de communisten de grootste oppositiepartij de zachte overgang propageren.

Ook de tweestrijd tussen Tsjechen en Slowaken vormt een obstakel voor de privatisering. Klaus vindt dat de privatisering alleen kan slagen als deze op 'nationaal niveau' wordt doorgevoerd. De Tsjechische en Slowaakse deelregeringen voelen echter niets voor 'federale bemoeizucht': zij willen zelf uitmaken welke bedrijven voor privatisering in aanmerking komen. Ook willen zij hun eigen wetgeving maken bij de uitvoering van de privatisering, met name bij de vaststelling van de eigendomsrechten.

'Havel moet Klaus volledig steunen', luidt de noodkreet op het ministerie van financien. Het is in Praag echter een publiek geheim dat de president/dichter en de monetarist elkaar niet bijzonder goed liggen. Klaus heeft er nooit een geheim van gemaakt dat Havel weinig verstand heeft van economie en diens 'hofhouding' op de Burcht (bestaande uit politieke vrienden) al evenmin. Havel ziet in Klaus een harde 'budget-cutter' die weinig oog heeft voor de 'noden van de mensen'. Maar Klaus heeft een sterke kaart in handen: hij geniet alle vertrouwen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Als Havel Klaus laat vallen, verliest Tsjechoslowakije het vertrouwen van de buitenlandse investeerders en mist het de aansluiting met West-Europa die de president op al zijn buitenlandse reizen juist zo vurig bepleit.