REGELINGEN; Schoon

In Rotterdamse huis-aan-huis bladen staan advertenties waarin burgers worden opgeroepen bij problemen met vuil het telefoonnummer van 'Rotterdam schoon' te draaien. Daarin werken verscheidene ambtelijke diensten samen die verantwoordelijkheid dragen voor de buitenruimte. Dus toen een ploegje vrijwilligers van de jeu-de-boules-vereniging Maasstad de bosjes rondom het boulo-drome had opgeruimd en takken, bladeren en plastic rommel op grote hopen op de stoep had geveegd, greep clublid C. J. Smeehuijzen de telefoon. Het leek een mooie gelegenheid meteen ook te zorgen dat een al maanden verstopte put bij het terrein zou worden leeggezogen.

'Maar nee, dan zit u verkeerd. Ik zal u het nummer van meneer Struijck geven, dat is het hoofd van de afdeling rioleringen. Dan hebt u precies de man die u moet hebben.'

'Rioleringen, Struick hier. Putten verstopt door boombladeren en moeten wij dat opruimen? Nee, dan hebt u het mis. Daarvoor moet u de plantsoenendienst bellen, die hebben de rotzooi veroorzaakt en ze mogen het zelf ook opruimen. Vraagt u maar naar meneer De Heer.'

'De Heer. Putten verstopt? Dan moet u toch Rotterdam schoon bellen, via hen krijgen we onze opdrachten. Vraagt u maar naar mevrouw Cesie.'

'Mevrouw Cesie. Putten, vuil, troep? Nee meneer, dat soort opdrachten nemen wij niet aan. Daarvoor moet u de Roteb (de reinigingsdienst) bellen.'

'Maar mevrouw, welke opdrachten neemt Rotterdam schoon dan wel aan?'

'Wat wij doorgeven, meneer Smee, dat is als vuilniszakken te vroeg op straat worden gezet. Dan sturen wij er een mannetje op af die zorgt dat de zakken weer naar binnen gaan. Belt u de Roteb maar, goedemiddag.'

'Met de Roteb. Nee, u moet echt 'Rotterdam schoon' hebben.'

'Nee nee, bij de Roteb moet u zijn. Probeer het daar maar eens bij mevrouw Medendorp.'

'Mevrouw Medendorp. Wat kan ik voor u doen? Takken opruimen, putten doorblazen? Nou, dat doen we toch even. Wanneer? Nou, vanmiddag of morgen he.'

Die middag verschijnen twee vuilniswagens bij het jeu-de-boules-terrein. Er stappen vier mannen uit. De kleinste wijst met priemende vinger naar de hopen.

'Wat, die troep? Onze opdracht is dat we een paar takkenbossen, bijeengebonden met een touw, moeten ophalen. Dat daar nemen we mooi niet mee.'

Met hulp van vrijwilligers en door een kleine extra beloning in het vooruitzicht te stellen, weet Smeehuijzen de vuilnismannen over te halen het spul ten slotte toch in te laden. Tien minuten later is het grootste deel van het vuil verdwenen en wordt de rest met brede halen van de voeten aan windkracht 7 meegegeven. Aan de verstopte put is niets gedaan.

Vier dagen later rijdt gelukkig nog een kleine kolonne het terrein op. Een wagen begint de put leeg te zuigen, een bezemwagen veegt daarna modder, takjes en bladeren bijelkaar en vier mannen met schoppen en bezems ruimen die vervolgens zo goed mogelijk op, onder andere door een deel van de takken terug in de bosjes te schuiven waar de clubleden ze enkele dagen daarvoor juist hadden verwijderd. Uit een zwart bestelwagentje komt een geuniformeerde man tevoorschijn die zich voorstelt als De Heer. Hij kijkt rond, knikt goedkeurend en verdwijnt weer.

Smeehuijzen is tevreden dat de zaak eindelijk toch is geregeld. Als de voorzitter van de club aan komt lopen vraagt Smeehuijzen met een breed armgebaar en gepaste trots: 'Nou, wat vind je ervan?'

'Jaaah, ik heb vanmorgen de Roteb gebeld en gezegd dat ze de rommel moesten opruimen.'

Een woordvoerder van 'Rotterdam schoon' kent bovenstaande gebeurtenis niet, maar zegt dat de telefonistes van de klachtentelefoon altijd precies weten waarnaar ze iemand moeten doorverwijzen. 'Rotterdam schoon' is drie jaar geleden opgericht, juist om de coordinatie tussen de betrokken diensten te verbeteren. Het kwam namelijk voor dat de bezemwagens voor de vuilniswagens uit reden, inplaats van erachter.

Bureaucratische belevenissen naar NRC Handelsblad, Hans Nijenhuis, Postbus 824, 3000 DL ROTTERDAM.