Post en het generatieconflict

ROTTERDAM, 2 okt. Het zou de reputatie van Peter Post definitief schaden wanneer hij de wielerwereld binnenkort niet verbaast met een grote investering. De bijna 57-jarige Amstelvener is er de man niet naar zich neer te leggen bij teleurstellingen. Daarvoor heeft hij er in zijn al bijna twintig jaar durende loopbaan als ploegleider al genoeg van kunnen incasseren. De nieuwsgierigheid naar zijn volgende coup houdt velen bezig, vooral omdat het aanbod toprenners minimaal is.

Geld hoeft met hoofdsponsor Panasonic nog geen probleem te zijn voor Post om de wederopbouw van zijn door het vertrek van met name Theunisse, Rooks en Van Poppel gestalte te geven. Hij zal zich niet kunnen veroorloven op jonge talenten terug te vallen. Want zonder renners die in de top-vijftien van het computerklassement staan, loopt de ploeg het risico volgend jaar niet tot de Tour de France te worden toegelaten.

Vooralsnog wijst weinig er op dat de multinational het vertrouwen in de ploegleider heeft opgegeven. In andere sporttakken zou Post al zijn ontheven van zijn functie. Maar in de professionele wielersport zijn ploegleiders vaak nog onschendbaar omdat zij de sponsors aantrekken, de budgetten opmaken en daardoor als de directe werkgever kunnen optreden. Op grond van reputatie en die heeft Post als de man die de wielersport in Nederland tot bloei bracht zonder twijfel kunnen ploegleiders lang blijven.

Contractbreuk

Maar de tijden veranderen. De macht van de ploegleiders is niet absoluut meer. Sinds in de jaren tachtig ook in de wielersport het Grote Geld door de bemoeienis van multinationals (Post was de eerste die een kapitaalkrachtige firma aantrok) een doorslaggevende rol is gaan spelen, kunnen wielrenners loven en bieden zoveel ze willen. Een belangrijke overwinning kan toereikend zijn om de financiele eisen zodanig op te schroeven dat het voor de werkgever moeilijk is een contractbreuk te voorkomen.

Renners kunnen schermen met aanbiedingen van andere ploegen en beroepen zich, gesteund door handige zaakwaarnemers en juristen, op hun recht op positieverbetering. Beroepswielrenners zijn geen 'schlemielen' meer. Ze zijn in de strijd om de macht ten minste de evenknie geworden van hun werkgevers cq ploegleiders.

Post moet leren leven met deze machtstrijd. Dat valt hem zwaar. Hij investeert soms blind en kan het geduld niet meer opbrengen om jonge renners het metier te leren kennen. Hij voelt zich genoodzaakt een korte-termijnbeleid te bedrijven.

In de beginjaren van zijn loopbaan kon Post met harde hand regeren. Zo hard als hij altijd als wielrenner voor zichzelf was geweest, wilde hij ook dat zijn renners waren. Hij slaagde daar enerzijds in omdat de vorige generatie bij gebrek aan geld en andere werkgevers geen keus had, anderzijds omdat ze meer zelfdiscipline aan de dag legde. De huidige lichting heeft een andere mentaliteit. Ze is sneller tevreden en duldt geen autoriteit. Ze wil gekoesterd worden en in korte tijd veel geld verdienen.

Botsingen

De botsingen tussen de man van de oude stempel en de 'modern' denkende rennersgeneratie nemen hand over hand toe. Post staat te ver van de renners af, is in het peloton een veel gehoorde klacht. Post trekt zich de kritiek wel aan, maar hij kon moeilijk verteren dat anderen zijn toprenners hem de wet gingen voorschrijven. Had hij niet altijd de beste sponsors en het beste personeel aangetrokken? Was zijn organisatie niet altijd een voorbeeld voor andere ploegen geweest?

Zijn gebrek aan geduld (ook door de druk van de sponsor) en de ondermijning van zijn macht, lijken hem fataal te worden. Hij trok Theunisse aan om naast Breukink als kopman te fungeren. Maar toen Theunisse eiste dat Rooks ook kwam en het duo speciale Tourcontracten wenste, ging Post door de knieen. Hij moest Breukink, een stijlvolle tijdrijder, een soort renner waarvan hij altijd gecharmeerd is geweest, naar het tweede plan verwijzen en verloor hem daardoor aan de concurrentie.

Post ging er aan voorbij dat Theunisse, getuige zijn eerste dopinggeval in de Tour de France, lichamelijk een bijzonder geval kon zijn en verbrak het contract toen dat tot tweemaal werd bevestigd. De firma kon het zich niet veroorloven, meende Post, een dure renner in dienst te houden die mogelijk een jaar werd geschorst. Dat Theunisse nog niet is opgegeven, probeert de TVM-ploegleiding via een medisch onderzoek en juridische procedures wel aan te tonen.

Dat Rooks niet aan de verwachtingen voldeed hoeft niet aan Post te liggen. Feiten zijn dat de twee elkaar nooit hebben gelegen en dat Rooks niet zonder de bezielende steun van Theunisse kan. Daarbij komt nog het falen van sprinter Van Poppel, ook een renner die niet stressbestendig is. Onthoofd van haar kopmannen is een ploeg weinig waard. Dan verliezen de 'knechten' het vertrouwen en verdwijnt de motivatie.

Post neemt nu zijn toevlucht tot vooral Oostduitsers (Ludwig met zijn oud-dorpsgenoot Heppner) en Sovjets (Ekimov met zijn vriend uit de wielerschool Leningrad Jdanov). Renners die nog zelfdiscipline hebben, veronderstelt Post. Hoe lang zullen ze nog te vinden zijn? De tijd dringt voor Post, want de ontsnappingspoging van de concurrentie begint een definitief karakter te krijgen.