Plan: vergunning voor 'gedoogde' vreemdelingen

DEN HAAG, 2 okt. Staatssecretaris Kosto (justitie) bereidt plannen voor om afgewezen asielzoekers uit Afghanistan, Ethiopie, Iran, Irak en Somalie een speciale 'geclausuleerde vergunning' te geven, waarmee ze tijdelijk in ons land mogen blijven.

Dit blijkt uit de notitie 'Problematiek niet-verwijderbare vreemdelingen' die Kosto op 1 augustus verzond aan de ministers van WVC, sociale zaken, volkshuivesting, binnenlandse zaken, onderwijs en buitenlandse zaken. Volgens Justitie gaat het om een ambtelijke notitie die nog niet in de ministerraad is behandeld. Het stuk is getekend door mr. J. H. Grosheide, directeur-generaal politie en vreemdelingenzaken.

Met deze speciale vergunning kunnen deze zogenoemde 'gedoogde' vreemdelingen gedurende 1 jaar in ons land blijven. De vergunning kan een aantal malen worden verlengd. Na vijf jaar krijgt de asielzoeker dan automatisch een permanente verblijfsstatus. De verlenging wordt geweigerd 'als terugkeer in redelijkheid gevergd kan worden'. Informatie van Nederlandse ambassades in het land van herkomst geeft daarbij de doorslag.

De woordvoerder van Justitie zegt dat de notitie alleen de juridische gevolgen van zo'n maatregel inventariseert ten bate van de commissie-Mulder die nu studeert op mogelijkheden de asielprocedure te verkorten. Staatssecretaris Kosto heeft er nog geen standpunt over ingenomen. Bekend is dat CDA en VVD tegen een erkenning van gedoogde vluchtelingen zijn, dit uit angst voor extra toeloop.

Justitie denkt jaarlijks ongeveer een vijfde van alle asielzoekers voor deze status in aanmerking te kunnen laten komen. Er worden dit jaar 20.000 asielzoekers verwacht. In 1991 26.000, in 1992 32.000, in 1993 38.000, in 1994 44.000 en in 1995 50.000. Dit jaar zou Kosto al 4.000 van dergelijke vergunningen kunnen verstrekken. In de voorgestelde regeling is geen sprake van terugwerkende kracht.

Op dit moment worden de niet-verwijderbare vreemdelingen uit humanitaire overwegingen evenmin uit ons land gezet. Zij worden door de overheid niet erkend als vluchteling omdat hun persoonlijk geen vervolging wacht bij terugkeer, maar de situatie in die landen is wel zo gevaarlijk dat zij er hun leven niet zeker zijn. Deze vluchtelingen verblijven vaak in asielzoekerscentra of in de opvanghuizen van de gemeenten en leven na verloop van tijd van de bijstand. Zij kunnen geen baan accepteren, weten niet wat hun boven het hoofd hangt en hebben geen enkele rechtspositie in ons land. In de notitie wordt gesteld dat een beperkte eigen rechtspositie aan een deel van deze onzekerheid een eind maakt. Als belangrijk nevenresultaat geldt dat deze mensen mogelijk op zullen houden met procederen, zodat andere asielprocedures vlotter kunnen verlopen. De beslissing over zo'n tijdelijke vergunning zou dan ook meteen moeten worden genomen na de behandeling van het verzoek om een permanente status.

Justitie gelooft niet dat van deze regeling een aanzuigende werking uitgaat. Ook nu is in de wereld al voldoende bekend dat Nederland burgers van sommige landen niet uitzet. Een aanzuigende werking kan beter worden bestreden door de wel-verwijderbare geweigerden ook daadwerkelijk het land uit te zetten, aldus Justitie. Wel vindt het departement het gewenst om in het eerste jaar van de tijdelijke vergunning toelating op de arbeidsmarkt te weigeren.

Van alle asielverzoeken aan de Nederlandse overheid wordt op dit moment doorgaans 15 procent gehonoreerd. Om in aanmerking te komen voor een tijdelijke vergunning moet vast staan dat de vreemdeling ook niet naar een ander land kan worden uitgezet. Ook moet hij zijn identiteit kunnen bewijzen.

    • Folkert Jensma