Philips troeft Japanners af met video

WENEN, 2 okt. Philips doorbreekt het monopolie van de Japanse industrie door als eerste niet-Japanse onderneming videocamera's te produceren. Maar dat gebeurt wel in Japan.

De algemeen directeur van het Philips-bedrijfsonderdeel Videografie, J. F. ten Holt, zegt dat fabricage alleen daar mogelijk is omdat in Japan alle technologie en toeleveranciers zijn geconcentreerd. Volgens P. D. Harmsen, algemeen directeur van Philips Video International, zit er niets anders op dan de Japanse dominantie te erkennen en te proberen in de schaduw op pragmatische wijze een eigen, winstgevende positie op te bouwen.

Op de Fotokina in Keulen, de grootste fotobeurs van Europa, introduceert Philips morgen een videocamera met ingebouwde 'Still-Picture-mogelijkheid': je kunt er ook foto's mee maken. Japanse camerafabrikanten als Canon, Fuji en Minolta hebben al eerder Still-videocamera's op de markt gebracht, maar daarmee kun je alleen fotograferen en niet filmen. Daarbij leveren die camera's alleen mooie plaatjes op televisie. Afdrukken, geprint op papier, zijn van slechte kwaliteit.

Met de videocamera van Philips kunnen veel betere foto's worden gemaakt, dank zij een speciale CCD-beeldsensorchip. Ironisch genoeg heeft Philips juist onlangs in het kader van de reorganisatie bij de produktsector Componenten besloten de produktie van CCD-sensoren in Hamburg stop te zetten. Maar volgens Ten Holt wordt er alles aan gedaan om de sensoren-fabricage 'op de een of andere manier te continueren', bijvoorbeeld in een kleine produktie-eenheid bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips.

Pag.14: Vervolg

De markt voor consumentencamera's ontstond pas vijf jaar geleden toen Sony als eerste een handzame 8 mm-camcorder lanceerde. Gewicht: 2 kilo. Dat was een apparaat om familietaferelen en vakantiepret mee vast te leggen en af te spelen op tv.

Korte tijd later kwamen Matsushita en dochteronderneming JVC met VHS-versies van de camerarecorder. Zo ontstond een verbeten strijd om marktaandelen, die zich uitte in een halvering van de prijzen en meer dan een halvering van het gewicht. De kleinste Matsushita weegt 750 gram, de kleinste Sony is nog 60 gram lichter.

Intussen heeft de markt voor videocamera's zich ontwikkeld tot een van de snelst groeiende sectoren van de consumentenelektronica. De wereldmarkt voor camcorders groeit dit jaar naar schatting met ruim 30 procent tot 8 miljoen apparaten. Een op de twintig huishoudens in Europa heeft al zo'n camera, een op de tien in Japan. En volgens Japanse fabrikanten zal die penetratie in de belangrijkste markten oplopen tot een op vier.

Philips heeft die veelbelovende groeimarkt met lede ogen aan zich voorbij moeten laten gaan. Juist voordat die markt vijf jaar geleden explodeerde hadden onderzoekers van Philips bepaald dat het technisch onmogelijk was een videocamera te maken die in plaats van de gebruikelijke drie buizen maar een buis had plus kleurenfilter. Toen Sony het tegendeel bewees, beschikte Philips niet over de sleutelcomponenten om zelf die camera's te kunnen maken.

Philips had die onderdelen wel in Japan kunnen inkopen, zegt Ten Holt, maar dan zou de onderneming met nieuwe camera's steevast zo'n 9 maanden later op de markt zijn gekomen dan de concurrentie, wat tot grote verliezen zou hebben geleid. Sindsdien verkoopt het concern camcorders van JVC onder het Philips-merk. Die handel levert Philips op de eigen Europese markt een bescheiden aandeel van acht procent.

Maar de markt voor videocamera's is inmiddels zo omvangrijk, zo strategisch belangrijk geworden, zegt Ten Holt, dat Philips het zich niet langer kan permitteren langs de zijlijn te blijven staan. De videocamera vormt volgens hem de basis van een hele nieuwe 'imaging-markt' met tal van nieuwe produkten, zoals beeldtelefoon. Daarbij fungeert de camcorder als 'technologische trekker voor een miniaturisatie die in de consumentenelektronica nooit eerder vertoond is', zegt Ten Holt.

Vanuit een zwakke positie begint Philips nu met een inhaalslag. De onderneming kan niet concurreren op prijs omdat de produktieaantallen in de aanloopperiode nog zeer bescheiden zullen zijn. Het concern kan ook niet wedijveren op snelheid, omdat het te zeer afhankelijk is van sleutelcomponenten van concurrenten. Daarom heeft Philips voorlopig zijn toevlucht genomen tot het hoogste marktsegment, de videocamera voor semi-professionele toepassingen en voor de videofiele consument, waarbij Philips met eigen techniek toch iets kan toevoegen aan wat de Japanners de afgelopen jaren hebben geperfectioneerd.

Philips wil geleidelijk ook de goedkopere, eenvoudiger videocamera's voor het middensegment van de markt zelf gaan produceren. Maar daarvoor is het waarschijnlijk nodig, zegt Ten Holt, om nauwer te gaan samenwerken met een Japanse firma. Dat kan volgens hem alleen als het bedrijfsonderdeel Videografie van Philips eerst zijn technische en economische levensvatbaarheid bewijst.

'Het is niet de bedoeling flinke hoeveelheden geld over de balk te smijten', zegt Ten Holt. Binnen twee jaar moet duidelijk zijn 'of we onszelf kunnen bedruipen'. Harmsen: 'Het gaat om een strategische activiteit, maar er moet wel geld mee kunnen worden verdiend.'