Persvrijheid Roemenie: wennen aan nieuwe normen

ROTTERDAM, 2 okt. Na de revolutie van december, de revolutie die de gehate Nicolae Ceausescu zijn macht en zijn leven kostte, is de Roemeense pers geexplodeerd. Vorig jaar verschenen er in Roemenie vijftig dag-, week- en maandbladen; nu zijn het er ruim elfhonderd. Dagelijks zien nieuwe bladen het licht en de krantenverkopers in het centrum van Boekarest zijn niet langer zichtbaar achter de stapels bedrukt papier. Alleen al de totale oplage van de dagbladen verdubbelde tot maart tot 136 miljoen exemplaren.

De explosie heeft inmiddels geleid tot een chaos in de papiervoorziening en de distributie: door het tekort aan personeel, drukkerijen en transportmiddelen verschijnen bladen niet of te laat en de papierschaarste heeft kranten al verleid tot boze commentaren over de manipulerende hand van de regering, want bij alle papierschaarste blijkt Roemenie wel degelijk papier te exporteren.

In nog een opzicht zijn de media geexplodeerd: de censuur is weggevallen en en dat is wennen geweest, wennen en zoeken, naar nieuwe waarden, nieuwe normen, een nieuw fatsoen: het beeld is de afgelopen maanden, de maanden van de verkiezingscampagne, van de hongerstakingen en pleinbezettingen, vooral bepaald door wederzijds wantrouwen en gegooi met modder.

Neem Azi, orgaan van het regerende Front van Nationale Redding. Het spant in dat gooien met modder met Dimineata (ook van het Front) en Romania Mare de kroon. Toen het blad Baricada een interview met ex-koning Michael had gepubliceerd kreeg het van Azi te horen dat het 'de dodelijke klauwen likt die Roemenie willen wurgen' en Roemenie 'voor een kom grutten verkoopt'. Oppositieacties waren voor Azi 'pornografische bijeenkomsten' ; met name genoemde opposanten werden geestesziek genoemd of voor fascisten uitgemaakt, voor dieven, zigeuners, zwarthandelaren, verkrachters en gokkers. De priester Gheorghe Tabacaru, een van de leiders van de hongerstaking van deze lente, werd door Azi beschuldigd van 'gokken, vechten, verduistering van kerkgelden, verkrachting in het klooster en verkrachting op het kerkhof', hongerstaker Dumitru Dinca (een zigeuner) was een 'fraudeur' en 'lid van een donkergekleurde bende', andere met name genoemde leiders van oppositiepartijen konden in Azi nalezen dat ze dieven, fascisten, vrijmetselaars en Securitate-informanten waren en de correspondenten van Radio Free Europe waren 'middernachtelijke grafdelvers wier microfoons druipen van het gif': de terminologie lijkt direct afkomstig uit Ceausescu's woordenboek.

Het is wennen, die nieuwe persvrijheid. Anton Uncu, hoofdredacteur van Romania Libera en oud-gevangene van Ceausescu: 'De persvrijheid in Roemenie is absoluut: er is geen directe druk van de regering, iedereen kan schrijven wat hij wil, wat hij ziet en wat hij denkt.' Dat er nu zo met modder wordt gegooid ligt, zegt hij, enerzijds aan een gebrek aan politieke cultuur. 'Anderzijds speelt een psychologische kwestie een rol: de mensen hebben onder Ceausescu frustraties opgebouwd die nu naar buiten komen. Romania Libera heeft zich zelf ook aan dat gescheld schuldig gemaakt, in het begin. We moesten nog leren dat democratie beperkingen met zich mee brengt: er bestaat geen democratie van haat, en dat leren we nu. De mensen hebben behoefte zich te ontladen: het gescheld op elkaar is eigenlijk gescheld op Ceausescu.'

Sinds maart, zegt Uncu, volgt Romania Libera een nieuwe koers: 'We zijn overgestapt van commentaren naar feiten. We schelden niet en commentarieren minder. Als ik schrijf dat de Roemeense industrie 25 miljard lei verlies lijdt en dat 880 bedrijven op de rand van het bankroet staan hoef ik daar geen commentaar over te schrijven: de lezers trekken hun eigen conclusies.'

Er is in de Roemeense media, zegt Uncu, wel nog een zekere mate van zelfcensuur en er is ook sprake van telefonische en schriftelijke dreigementen. Maar erg serieus neemt hij die niet: 'Moed is het vermogen om risico's te lopen en de lezers moeten maar beoordelen in hoeverre dat lukt. De persvrijheid zit in ons allen en als een journalist bang is en ook bij Romania Libera zijn journalisten bang ligt dat aan hemzelf.'

Niettemin: Uncu pleit de regering niet vrij van mede-schuld aan de angst. Romania Libera, vanaf het begin kritisch over het Front, was in juni een van de doelwitten van de mijnwerkers, die naar Boekarest kwamen om er na de lange pleinbezettingen hardhandig orde op zaken te stellen. 'Romania Libera kon drie dagen lang niet verschijnen. De mijnwerkers dreigden de drukkerij te vernielen als we uitkwamen.' Ze werden geleid door een voormalige kolonel van de Securitate. Romania Libera drukte later een foto van de man af, met zijn naam en zijn huidige arbeidsplaats. Uncu: 'Dat zou de regering toch hebben moeten interesseren. Maar ze heeft niets gedaan, de man is nog steeds vrij. Ik geloof niet erg in de goede bedoelingen van een regering die tegen zo'n optreden niets doet.'

Uncu gelooft uberhaupt niet erg in de bedoelingen van de regering ten aanzien van Romania Libera, alle persvrijheid ten spijt. Romania Libera was na de revolutie de eerste krant die werd geprivatiseerd: de vergunning draagt het trotse nummer 001. In juni meldde zich bij Uncu een regeringscommissie die de privatiseringsdocumenten wilde controleren. Uncu: 'We dachten dat men ons wilde helpen en we hebben alle documenten overhandigd. De commissie vond er een paar schoonheidsfoutjes in, maar in plaats van die ons mee te delen werd het blad Azi ingelicht, dat vervolgens een felle campagne tegen ons begon. Bovendien werden toeleveringsbedrijven van Romania Libera onder druk gezet met de mededeling dat de privatisering weer ongedaan wordt gemaakt.'

Sterker nog: Romania Libera, dat toen met een oplage van 900.000 exemplaren per dag uitkwam, kreeg te horen dat die terug moest naar 500.000 exemplaren. Uncu: 'Dat bevel was politiek gemotiveerd: Azi had drukcapaciteit nodig. Men beloofde ons dat de maatregel tijdelijk was, maar ze is nog altijd van kracht.'

Mediawet

Ook de onlangs gepubliceerde ontwerp-mediawet ziet Uncu als een voorbeeld van indirecte druk van de regering. Artikel 39 bracht niet alleen de oppositiemedia, maar ook het Internationale Pers Instituut (IPI) in het geweer. Dat artikel bevatte een verbod op de publikatie van 'valse of alarmerende informatie en commentaren die de openbare orde bedreigen of in gevaar brengen'. In een protestbrief stelde het IPI dat dat vage artikel 39 'de persvrijheid in gevaar brengt en het recht op volledige en vrije verslaggeving, discussie en openbaar debat ondermijnt.'

De rel is inmiddels voorbij, zegt Uncu: juristen van Romania Libera hebben na contact met de stichtingsorganisaties van andere bladen en de vakbond van journalisten premier Petre Roman duidelijk gemaakt dat 'er op het ogenblik geen behoefte is aan een speciale perswet' en dat de persvrijheid in de grondwet moet worden geregeld. Het incident tekent echter volgens Uncu de blijvende gevoeligheid van de regering ten aanzien van de media.

Niet alleen een kritisch blad als Romania Libera beklaagt zich over de kleine en grote manipulaties van het bewind. Het grootste dagblad van Roemenie, met een oplage van 800.000 exemplaren, is Adevarul. Voor de revolutie heette Adevarul Scinteia en was het het orgaan van Ceausescu's partij. Adevarul, zegt een van de bij dit blad werkzame journalisten, is nu onafhankelijk zo onafhankelijk dat het zijn beste journalist onlangs ontsloeg omdat hij had geschreven voor een blad van een oppositiepartij.

De regering volgt het blad met argusogen en aarzelt volgens de Adevarul-redacteur niet om in te grijpen als het naar haar oordeel over de schreef gaat. 'Toen Adevarul onlangs een alternatief economisch plan publiceerde van de in de VS levende econoom Cojocaru werd de hoofdredacteur bij de regering op het matje geroepen en werd hem verweten het regeringsbeleid te saboteren.' Ook indirect wordt Adevarul het leven moeilijk gemaakt. Het blad knoopte eerder dit jaar contacten aan met buitenlandse bedrijven met de bedoeling tot joint ventures te komen. 'Toen de contracten klaar lagen werden ze door het Front voor onze neus weggekaapt, met het argument dat het voor zijn eigen drukwerk op die contracten was aangewezen.'

Adevarul heeft over de interventie rond het plan-Cojocaru nooit iets geschreven. Uncu: 'Als wij zoiets hadden meegemaakt hadden we er een pagina aan gewijd. Het is een voorbeeld van de persvrijheid die in jezelf leeft. Ik heb het economisch beleid van de regering desastreus genoemd en niemand heeft me op het matje geroepen. Roman weet best dat we de internationale persbureau's daarvan direct op de hoogte zouden stellen. Die methode werkt. Waarom houdt Adevarul zo'n incident stil? Hoe wil je de persvrijheid in praktijk brengen als je zelf van binnen niet vrij bent?'

    • Peter Michielsen