Literaire Tijdschriften

Coke and Dope!

Between C and D is voorzover bekend het enige literaire tijdschrift op computerpapier (met gaatjes). De kaalheid wordt goedgemaakt door kunst die op voor- en achterzijde van het pak papier geplakt zit. Dit keer zijn dat plaatjes van drieluiken gemaakt door Joan Posluszny, met voorstellingen die niet goed te onderscheiden zijn, maar in elk geval luguber en dreigend lijken.

Joel Ross en Catherine Texier (Hou van me!, De Arbeiderspers), op wier woonverdieping ergens in de Lower East Side dit tijdschrift gemaakt en geprint wordt, gaven hun kwartaalblad een streetwise naam: 'c and d' is een vooral in hun buurt veelgefluisterde koopaansporing die voor 'coke and dope!' staat. Zes jaar geleden besloten Texier en Ross een tijdschrift op te richten dat in de allereerste plaats tegenwicht moest bieden aan de succesvolle maar gladde en vlotte romankunstjes van Brett Easton Ellis, Jay McInerney en Tama Janowitz.

Met de realistische kreet 'sex, drugs, violence, danger, computers' is Between C and D dan ook ondertiteld. Niks privezwembaden, jacuzzi's, designerjeans en dure disco's; Between C and D zoekt het in de lagere, onverhulder werkelijkheid van het leven. Yuppie-literatuur is er genoeg, liever randgevallen dan hoekstenen van de maatschappij. Alleen proza wordt geplaatst.

Een bekende naam staat er in het zomernummer: Theo van Gogh. Vorig jaar kwam Pamela Koevoets in het blad met een fragment uit Arme Engelen, nu Van Gogh, enfant terrible van de filmwereld, met 'Prince Otger'. Het verhaal gaat over 'Lucy, our general purpose lay. Blond, round-breasted and a pussy with Titan properties... The ideal script girl.' De ik-figuur in het verhaal is een maker van pornofilms. Lucy (mishandeld, verkracht) sterft aan een overdosis drugs, dekhengst Otger wordt tijdens een onaneerscene in bad geelektrocuteerd Van Gogh heeft alle ingredienten voor dit Post-Coital Lower East Side Fiction Magazine in huis.

Seks en angst zijn ook de voornaamste bestanddelen van 'The Kid', een sterk, kort verhaal over de begeerte voor jonge jongens van een 35-jarige vrouw, meeslepend geschreven door schrijfster Daytona Beach (een pseudoniem hopelijk). Stoer mannenproza schrijft Steve Fisher over een onaangename Amerikaanse gevangenis waarin zijn held belandt. Ook 'The Frankenstein Factory' van Al Israel Rose speelt zich af in een gevangenis hier mannenseks tussen smachtende celgenoten. Charlie Ahearn herstelt in 'Doe Season' het evenwicht een klein beetje met een aandoenlijk kort verhaal over een verwijfde hertenjager die gegrepen wordt door twee hinde-ogen.

Between C and D biedt misschien wel wat veel van het rauwe, maar gladjes, saai en bloedeloos is het in elk geval niet.

Between C and D, vol.6. nr.1. 52 blz.; $5. 255 East 7th Street, New York, NY 10009.

Lesbienne verslindt mannen

Werd dankzij George Sand in de jaren veertig van de vorige eeuw de lesbische ontucht ontzettend populair? Volgens Mario Praz in The Romantic Agony zeer zeker. Roddels, stelt juriste/historica Dorelies Kraakman in het openingsartikel van Lust en Gratie; het is een mythe waaraan de schrijfster zelf volop heeft bijgedragen. Sand stond bekend als mannenverslindster en als lesbienne, een onwaarschijnlijke combinatie die Kraakman terugvoert op een belangrijk cultuurkenmerk van de negentiende eeuw: ambivalenties ten aanzien van lichaam, sekse en seksualiteit. Onbekommerd, want niet op zoek naar de waarheid maar naar de mythe, gebruikt Kraakman door elkaar citaten uit brieven, dagboeken en fictie. Ze ziet in Sands ingewikkelde seksualiteit een hang naar de mannelijke homo-erotiek.

Marnel Breure en Denise de Costa snijden in essays over het vrouwelijke schrijven en het postmodernisme twee, meestal ergenis of onbegrip wekkende onderwerpen aan. Hier gaat het zelfs om de combinatie, over de vraag waarom zo weinig vrouwen genoemd worden in het bekende rijtje postmoderne auteurs: Borges, Cort'azar, Sollers, Calvino, Barth, Pynchon, Fowles, Bril en Van Weelden, Leon de Winter, enz. Inleidster Xandra Schutte ziet een gemeenschappelijk kenmerk in het postmoderne en het vrouwelijke: meerduidigheid. Breure hangt haar bijdrage op aan de fantastische roman Circusnachten van Angela Carter, waarin tussen al het onwaarschijnlijke toch wat kunstig verhulde maatschappijkritiek te vinden is. Het postmoderne is te vrijblijvend voor vrouwen, lijkt Breure te willen zeggen; 'Het postmodernisme is een gezelschapsspel voor intellectuelen, waar weinig riskants en maatschappelijks aan te ontdekken valt.'

Denise de Costa dankt in 'Het vergrijp dat geen vergrijp is' haar voorgangsters in de literatuur, die met haar guerillastrijd een bres in de gevestigde orde hebben geslagen. 'Wanneer vrouwen alleen maar als Moeders, Madonna's en Madammen hadden geleefd, was er nog niet bijster veel veranderd. Maar vrouwen waren tegelijk Heksen, Hoeren en Hysterica's.'

Gedichten in deze traditie van 'uitbrekende' vrouwen schrijft Lieve Desmet:

als de sprookjesprinsen mij niet bekoren omdat hun paarden wit zijn alskolonialen, omdat hun won'dre kus beteugelend is dan kom ik verder bij dedwazen als wij dwazen met het verworpen oor en de gemerkte ogen door brakketranen de luister zien dan horen wij een andere weg te banen Lust en Gratie, lesbisch cultureel tijdschrift. Nr. 27, herfst 1990. 93 blz. Postbus 18199 1001 ZB Amsterdam.

Genoeg van woorden

'Als je nu een bibliotheek in Leningrad bezoekt zitten vijf van de twintig mensen gebogen over het werk van Daniil Charms en Alexandr Vvedenski.' Een groepje jonge schrijvers en kunstenaars wil nu de tijd rijp is in het nieuwe tijdschrift De Groene Bijeneter het absurdisme laten herleven van de Russische groep Oberioe, die zich eind jaren twintig verzette tegen het opgedrongen realisme. Met 'Reactionaire jongleurskunst' veroordeelde in 1930 de Russische pers de Oberioeten onmiddellijk tot klassevijanden, en verdween de beweging van het toneel. Charms werd al eerder in het westen ontdekt en vertaald, Vvedenski nauwelijks. In 1990 werd Charms zelfs 'een hit' in de Sovjet-Unie.

Naast vertalingen uit het Oberioe-manifest en van Vvedenski('Ik zie dat de vrouw bijna een mens is, / zij is een boom./ Wat moet ik toch doen') staan in dit eerste nummer van De Groene Bijeneter ook nieuwe Nederlandse beeldende en literaire bijdragen. Uit het eigen Manifest:

'Wij hebben vooral genoeg van jullie woorden/ Wij hebben vooral genoeg van jullie grote namen.// Wij maken woorden open. In woorden zitten dingen/ Dingen zijn leeg./ Dingen bestaan niet./ Woorden bestaan niet./ Wij maken nieuwe dingen die niet bestaan.// Hahahaha (enz.)'

De Groene Bijeneter nr.1. 31 blz. fl.5. Herengracht 358-G Amsterdam