ICL: Japanse moeder maakt nog geen Japanse zoon

LONDEN, 2 okt. Het was in Westminster, werkvloer voor Lords, dat Peter Bonfield, president-directeur van computerfabrikant ICL, oreerde over de noodzaak tot samenwerking tussen Europese computerfirma's. De symboliek was haast niet te missen: ICL was Brits, ICL was Europees. Het was 17 juli 1990.

Dertien dagen later, op 30 juli, viel ICL in Japanse handen, alle mooie paneuropese woorden van de voorman ten spijt.

Moederconcern STC deed de computerdochter, die goed was voor 50 procent van zijn omzet, plots van de hand. Het Japanse conglomeraat Fujitsu verwierf 80 procent van de aandelen, waarvan 25 procent vervolgens via een beursnotering in Londen ter beschikking zal komen van het publiek. De overige aandelen blijven in handen van STC.

In de Londense City reageerde men enthousiast op de overneming. 'Dank zij het geld van Fujitsu is het voortbestaan van ICL zij het in een ondergeschikte rol gegarandeerd', schreef het Londense onderzoeksbureau IDC over de overneming. Analisten van effectenhuizen waren eensgezind: de klanten kunnen meer vertrouwen hebben in de onderneming nu Fujitsu-geld de continuiteit waarborgt. ICL wordt daardoor meer waard en de werkgelegenheid wordt nu beter gegarandeerd dan voorheen.

Met pijn in het hart zeiden Britse politici ICL, ooit ontstaan toen de Britse overheid noodlijdende computerbedrijfjes aan elkaar klonk, vaarwel. Daar ging het laatste restje 'eigen' computerindustrie; dezelfde weg als eerder de eigen auto-industrie was gegaan: ten onder in de mondiale concurrentieslag.

Reageerden politici vooral weemoedig, de concurrenten waren ronduit verontwaardigd. ICL was vanaf het begin betrokken bij gezamenlijke initiatieven van de Europese computerbedrijven. De laatste maanden hadden ze samen gewerkt aan een plan dat voorziet in een nieuwe Europese elektronica-infrastructuur. Een plan dat overheidssteun van 30 tot 40 miljard gulden kan betekenen voor een industrietak die in toenemende mate kampt met kleinere marges en schralere winsten. Bonfield was in de zes voorafgaande maanden nota bene voorzitter geweest van de Ronde Tafel van Europese computerbedrijven, de lobby die het reddingsplan in Brussel probeert te slijten. Onmiddellijk gingen er stemmen op de Japanse wolf in Britse schaapskleren te weren uit de Europese onderzoeksprogramma's.

In het ICL-hoofdkantoor aan de Thames worden dergelijke uitlatingen van de concurrentie als 'hypocriet' van de hand gedaan. Omdat STC geld wilde hebben voor investeringen in telecommunicatie en omdat ICL op zoek was naar schaalvergroting moest het bedrijf een andere partner vinden. Dat dat geen Europeaan is geworden komt, aldus ICL, omdat Europeanen het onderling niet eens konden worden over de zeggenschap in een nieuwe onderneming.

In Londen doet men grote moeite Fujitsu-dochter ICL als Europese onderneming te presenteren. Ondanks de overneming blijft het Europese karakter van de onderneming een cruciaal onderdeel van de concernstrategie.

Europeaan Bonfield blijft aan het roer, er wordt steeds meer personeel op het Continent gerekruteerd en ICL's afdeling voor strategische planning, de European Strategy Board, blijft erop hameren dat ICL niet exporteert naar Europa maar produceert in Europa, somt dr. A. Roussell, verantwoordelijk voor lange-termijnplanning, op. 'Het doel moet zijn om gezien te worden als Europees', zegt Roussell.

Bovendien blijft de produktie in Groot-Brittannie gehandhaafd en heeft Fujitsu bij herhaling publiekelijk beloofd dat het bedrijf zelfstandig zal blijven. Het Europese karakter van de onderneming wordt, aldus Fujitsu, onderstreept door de voorgenomen emissie in Londen.

ICL-managers tonen zich verguld met de nieuwe eigenaar. De bedrijven kennen elkaar al negen jaar omdat ICL essentiele technologie betrekt van Fujitsu voor haar mainframe computers. Die samenwerking was cruciaal, vertelt J. Hadaway, verantwoordelijk voor marketing en al 30 jaar verbonden aan ICL, omdat er zo geld vrijkwam voor de herstructurering van de onderneming.

Tien jaar geleden was ICL verliesgevend en nog een klassieke computerfabrikant: het leeuwedeel van de omzet werd geboekt met de produktie van apparaten, hardware. Na een ingrijpende herstructurering is het bedrijf winstgevend geworden en een van de best renderende ondernemingen in de Europese computerindustrie. ICL is ook geen klassieke fabrikant meer: het is voor bijna 50 procent leverancier van diensten en software.

ICL heeft vooral naam gemaakt in Groot-Brittannie, waar nog steeds 80 procent van de omzet wordt gehaald, en in de automatisering van detailhandel en supermarkten. In de nabije toekomst moet het continentale aandeel in de omzet sterk toenemen en wil het bedrijf doorbreken in de automatisering van financiele dienstverlening. Volgens Hadaway moet het bedrijf in 1995 drie keer zo groot zijn als vandaag. Nu neemt ICL met een omzet van 5,3 miljard gulden een vijfde plaats in op de Europese ranglijst.

Sinds de overneming lijken aan het enthousiasme aan de Thames geen grenzen meer gesteld. 'We kunnen nu serieus proberen een marktaandeel op IBM te veroveren', zegt planner Roussel. De aanval op de onbetwiste leider in de industrie heeft ook volgens Hadaway kans van slagen: 'IBM wordt meer geassocieerd met hoe het was, dan met hoe het zal zijn.' Met andere woorden: IBM is nog steeds te veel leverancier van grote snelle machines en te weinig gericht op het verkopen van de complete automatisering: machines inclusief software en dienstverlening.

De ambities moeten gedeeltelijk worden verwezenlijkt door allianties te sluiten met andere, Europese, bedrijven. Bij voorkeur niet door vijandige overnemingen, zegt Hadaway, al erkent hij dat met Fujitsu's geld ook een dergelijke expansiestrategie tot de mogelijkheden behoort.

Nee, ICL wil samenwerken met de overige Europese computerfabrikanten en softwarebedrijven met wie nog steeds gesprekken worden gevoerd over mogelijke joint ventures en lossere samenwerkingsverbanden, aldus Hadaway. En ook Roussell hoopt dat de overneming door Fujitsu Europese allianties niet in de weg staat.

Terwijl hij spreekt over de mogelijkheden tot samenwerking met Europese bedrijven die nu in ICL 'de vijand' zien, klinkt enige spijt door over de overneming. Eigenlijk, zegt Roussell uitdrukkelijk op persoonlijke titel, is het jammer dat alle gesprekken met Europese concurrenten die in het afgelopen jaar zijn gevoerd nergens toe hebben geleid. Zoals de gesprekken met Nixdorf, dat nu deel uitmaakt van Siemens. In het bijzonder betreurt hij persoonlijk dat gesprekken tussen ICL en Philips zijn vastgelopen 'op een gebrek aan wederzijds interesse'. Een computervariant van de Nederlands/Britse combinaties Shell en Unilever was volgens hem 'uiterst zinvol' geweest.

Nu ICL in Japanse handen is moet een hoogglanzend Europees imago van het bedrijf de weg vrijmaken voor de voor expansie zo noodzakelijke allianties. Als die strategie faalt, zal Japans geld toegang tot Europese deelmarkten en Europese expertise moeten kopen.

    • Hoopt Dat de Komst van Ee