Biomonitoring

Tot de laatste restanten van het vlakke heidelandschap dat rond de eeuwwisseling nog grote delen van Noord-West Europa bedekte, behoort het Dwingelderveld in Zuid-West Drenthe. Toch heeft ook hier de tijd niet stilgestaan. Stuifzanden zijn vastgelegd door naaldbossen aan te planten, heidevelden zijn in cultuur gebracht. Dat alles heeft zijn weerslag op de vogelstand: twintig soorten zijn verdwenen, 40 andere hebben hun opwachting gemaakt, zo blijkt uit een studie van Arend van Dijk van de SOVON, beschreven in het themanummer Biomonitoring van het tijdschrift De Levende Natuur.

Biomonitoring is een methode die de laatste tijd snel populair is geworden om binnen een ecosysteem de vinger aan de pols te houden. Zo kan men bijvoorbeeld inzicht krijgen in de luchtverontreiniging door het tellen van proefvlakjes met korstmossen, want die zijn uiterst gevoelig voor luchtvervuiling. Mosselen hopen zware metalen op en kunnen daarom worden gebruikt om de waterkwaliteit te bewaken.

Op het Dwingelderveld zijn de ontwikkelingen in de vogelstand in verband gebracht met de ingrijpende veranderingen die het landschap door de jaren heen heeft ondergaan. Vogels blijken daar doorgaans zeer gevoelig op te reageren, niet alleen ten kwade, maar ook ten goede.

Verdroging bijvoorbeeld is een groot probleem. Door regulatie van beken en ontwatering van cultuurland is het grondwaterpeil op het Dwingelderveld met enkele decimeters gedaald. De heide verdroogt, verruigt en vergrast en de echte heidevogels verdwijnen. De stand van de Kievit bijvoorbeeld nam af van 75 paren in 1964 tot nog maar 5 paren in 1979. Sindsdien zijn maatregelen genomen om de open heide in ere te herstellen door plaggen, maaien en het rooien van struiken, en met succes. Inmiddels worden er weer 80 paar kieviten geteld.

In de bossen, die tussen 1880 en 1940 zijn aangeplant, en geleidelijk ouder en gevarieerder worden, hebben zich twintig nieuwe bosvogelsoorten min of meer definitief gevestigd, waaronder Kuifmees, Wespendief en Bonte Vliegenvanger. Op het cultuurland daarentegen leidt een steeds intensiever beheer tot gestage achteruitgang van vrijwel alle typerende vogelsoorten. Korhoen, Patrijs, Kemphaan en Grutto verdwijnen of zijn verdwenen.

Van Dijk concludeert, dat sommige beheersadviezen, zoals plaggen, maaien en stoppen met ontwateren, voor vogels gunstig hebben uitgepakt. Zo'n conclusie valt alleen te onderbouwen als de gegevens over de ontwikkelingen in het Dwingelderveld kunnen worden afgezet tegen landelijke trends, zoals die zijn af te lezen in het landelijk broedvogelmeetnet.

Voor veel andere soorten planten en dieren ontbreekt zo'n meetnet. Er zijn geen systematische tellingen om de achteruitgang van vissen, reptielen, vlinders enzovoorts te bewaken, de samenhang ontbreekt.

De levende natuur blijft altijd fascineren, maar het blad met diezelfde naam munt uit door academische saaiheid en langdradigheid. Geen leuke verhalen over zeehonden, vlinders of vleermuizen, maar een moeizame, weinig ter zake doende populatiestudie van zeldzame orchideeen als openingsverhaal. Typisch een blad voor de geprofessionaliseerde natuurbeheerder.