Adieu DDR: geen tranen van nationalisme

Nog iedere keer als mevrouw E. in haar Oostberlijnse woning naar een Westberlijns radiostation luistert, draait ze het geluid op het hele uur eventjes zacht. Dan klinkt namelijk een doordringend pingeltje, dat aangeeft dat het gaat om de nieuwsuitzending van de Sender Freies Berlin, en niet om het partijgetrouwe bulletin van de Berliner Rundfunk, waarnaar rechtgeaarde DDR-burgers geacht werden te luisteren.

'Gek he, ik kan het maar niet afleren. Nou ja, tenslotte woonde ik al die jaren met drie 'partijgenoten' in een huis.' Het zal op den duur wel wennen, denkt mevrouw E., die al wat ouder is en daarom van de aansluiting bij de Bondsrepubliek niet al te veel meer verwacht. Nee, in haar jeugd heeft ze de echte vrijheid gekend, vindt ze, in een land waarvan het bestaan inmiddels bijna vergeten is, de vrijzone Dantzig.

Zo op het oog zijn er maar weinig Duitsers, die menen dat de staatkundige eenheid tussen DDR en Bondsrepubliek deze week op stel en sprong het grote geluk zal brengen. Er zijn ook steeds minder DDR-burgers die menen dat de staatkundige eenheid hun op korte termijn de langverbeide welvaart zal brengen, zoals ze dat eerder dit jaar nog wel van de invoering van de D-mark verwachtten. Maar van heimwee naar de DDR is, ondanks de heersende onzekerheid over de eigen economische- en sociale toekomst, niets te merken.

Het leven maakt korte metten met verliezers, staten en ideologien niet uitgezonderd. Nog maar een jaar geleden bewezen miljoenen dagelijks lippendienst aan het DDR-socialisme, liepen honderdduizenden op het oog enthousiast vlagzwaaiend en zingend mee in demonstraties voor de veertigste verjaardag van de DDR en waren een half miljoen DDR-burgers dagelijks doende, hun medeburgers te observeren, opdat met hun rapporten de bestaande toestand kon worden gecontinueerd.

Minderheid

Een kleine minderheid was, met een alleszins gerechtvaardigd gevoel voor eigen heldhaftigheid, doende een betere DDR, een andere toekomst voor het socialisme voor te bereiden en ontving daarvoor van de overheid rake klappen. Een andere minderheid verkoos, via de Westduitse ambassades in Praag en Boedapest, de weg uit het conflict.

Wat was dat ook alweer, de DDR? Als we nu afspreken dat we allemaal slachtoffer zijn geweest, dan is de zaak daarmee geregeld. Toen vorige week in het Oostduitse parlement, de Volkskammer, te langen leste dan toch werd onthuld dat meer dan een achtste deel van alle afgevaardigden vroeger zijn medeburgers stelselmatig bij de politieke politie had verraden, ervoeren de aldus te kijk gezette volksvertegenwoordigers, dat als in hoge mate onrechtvaardig. Er was ergens een vreselijke vergissing gemaakt bij het onderzoek, want ze waren geen dader, ze waren juist slachtoffer, zoals deze 'valse beschuldigingen' weer eens duidelijk aantoonden.

Een van de zwaarste gevallen, een man van de CDU wiens taalgebruik geheel en al doordrenkt was van het oude jargon, gaf aan zijn gevoelens adequaat lucht met de uitroep 'ik laat mij niet meer vernederen!'

Het DDR-verleden heeft afgedaan en mag geen belemmering vormen voor een politieke carriere in het nieuwe Duitsland dat was de overwegende redenering bij de afgevaardigden van CDU, de liberale FDP en de ex-communistische PDS in de Volkskammer. De DDR als referentiekader? Niemand heeft daar nog behoefte aan.

Volkskammer

Ontluisterend was het werk van de Volkskammer in deze laatste maanden van de DDR een land dat niet in staat bleek een parlement en een regering op te brengen, die enigszins de toets der kritiek konden doorstaan. Dat hoefde ook niet, want Volkskammer en regering beijverden zich tenslotte de DDR op te heffen door aansluiting bij de Bondsrepubliek.

Naarmate de eigen onmacht duidelijker aan het licht trad, werd de haast waarmee de macht aan Bonn werd overgedragen steeds groter. In de eerste maanden na zijn aantreden zei premier Lothar de Maiziere nog wel eens, dat de DDR 'waardig' de Duitse eenheid zou ingaan en dat de regering zich bij dit proces 'de advocaat' van de DDR-bevolking voelde. Ook de premier zag nog 'waarden' in de DDR, die in de Duitse vereniging 'ingebracht' zouden worden. Vorige week, aan de vooravond van de Duitse eenheid, werden dit soort geluiden nog maar zelden vernomen.

Niet veel beter verging het inmiddels de krachten die vorig jaar de 'Wende' teweeg hadden gebracht of eruit waren voortgekomen, de burgerbewegingen als Neues Forum, die zich in het parlement in Bundnis'90 hadden verenigd. Niet alleen waren zij in maart massaal in de steek gelaten door een bevolking die voor vereniging, D-mark en vooral voor de zittende macht van de Bondsrepubliek had gekozen, ook voor henzelf werd steeds onduidelijker welke waarden de DDR dan wel in zich borg die tegen de westerbuur moesten worden beschermd. De inbreng van de burgerwegingen bleef in de laatste weken bijna geheel beperkt tot de vragen over het Stasi-verleden. Maar de solidariteitsbijeenkomsten voor de hongerstakers in het Stasi-archief werden nog maar door enkele tientallen mensen bezocht.

De ontluistering van de DDR voltrok zich ook, om oud jargon te hanteren, 'in objectieve zin'. Wat eens de meest efficiente economie van het Oostblok heette, bleek na de vuurproef van de invoering van de D-mark, nog slechts rijp voor de sloop. De 'brug naar het oosten' die de DDR voor het nieuwe Duitsland zou vormen, bleek ook al een illusie. De handelsbetrekkingen tussen de DDR en de andere Comecon-staten hielden gewoon op te bestaan, omdat ze toch al niet veel voorstelden en bovendien met de D-mark niet waren te verenigen .

Eenzelfde lot trof de in het verleden voornamelijk door Moskou opgelegde politieke betrekkingen met de voormalige 'socialistische broederlanden'. Tekenend is dat premier De Maiziere, in de eerste maanden van zijn regering verwoed de aardbol afreizend, als waarnemend minister van buitenlandse zaken van de DDR gisteren niet eens meer aanwezig hoefde te zijn op de bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken van de CVSE-staten in New York. Hoewel 3 oktober als dag van de Duitse eenheid nog maar kort geleden werd voorgesteld, omdat de DDR eerst nog acte presence moest geven op deze bijeenkomst, is het een paar weekjes later Bonn kennelijk toch gelukt de DDR-premier ervan te overtuigen, dat zijn symbolische rol als Oostduitse vice-voorzitter op het CDU-congres in Hamburg, meer bij zijn status past.

Speelgoedland

Nee, de DDR was al bijna verdwenen, het eindigt als nauwelijks serieus te nemen speelgoedland, waarvan de overblijfselen als insignes, vlaggen en uniformpetten tegen een habbekrats naast de resten van de muur door handelaren worden verkocht. Vergeten, luidt het parool, en de openbare stilte in Oost-Duitsland is dezer dagen bijna sinister en zeker bedrukkend.

Het denkend deel der natie laat vrijwel eenstemmig weten, in de Duitse eenheid geen reden tot uitbundig feestvieren te zien. Hoogstens is in de huiselijke kring met vrienden een gezellig avondje voorzien, het soort avondjes dat van de Elbe tot de straat van Kamsjatka al deze bedrukkende decennia van dictatuur en schizofrenie in het openbare leven, een baken van menselijkheid en vertrouwen is geweest. Jens Reich, een van de kopstukken van Neues Forum, is voornemens op deze avond met zijn vrienden de liederen van de communistische jeugdbeweging FDJ te zingen, zo vol van het jeugdig idealisme, dat partij, staat en veel zangers zelf zo schandelijk hebben verraden. De tranen die vanavond, bij het afscheid van de DDR, geplengd worden, zijn geen tranen van nationalisme, en evenmin tranen om de teloorgang van een ideologie. Iedereen die wel eens zo'n avondje in het voormalige Oost-Europa heeft meegemaakt, zal van harte kunnen meewenen.