Unieke expositie brengt duizend verspreide resten vanmythische Etrusken bijeen; Het geheim van de vrije, vitale Etrusk blijftbestaan

Als iemand in Toscane zegt dat hij naar huis gaat, 'a casa', klinkt dat als 'a hasa', met een aangeblazen 'h'. Het Toscaanse dialect zit vol met dergelijke aangeblazen medeklinkers. Het is een van de erfenissen van een nog steeds mysterieus volk dat 2600 jaar geleden leefde in Midden-Italie: de Etrusken. Hun taal zit voor de geleerden vol verborgen hoeken. Hun alfabet is verwant aan het Grieks en vrijwel al de tienduizend korte inscripties op graven en dergelijke zijn ontcijferd. Maar de paar langere stukken tekst die zijn gevonden, blijven puzzels die slechts voor een deel zijn opgelost.

Dat het Toscaanse dialect net als het Etruskisch een aangeblazen 'h' kent, past in de these dat de Etrusken veel meer dan de Romeinen de eigenlijke grondlegger zijn van de huidige Italiaanse cultuur. De Romeinse expansiedrift, logica, wilskracht en strakke militaire organisatie passen minder in het huidige beeld van Italie dan de speelse vitaliteit en de verbeeldingskracht die spreken uit Etruskische grafschilderingen.

'Het huidige Italie is veel meer Etruskisch van gevoel dan Romeins, en het zal altijd zo zijn, ' schreef de Engelse schrijver D. H. Lawrence na een rondreis langs de Etruskische graftomben in 1927. 'Omdat een gek een nachtegaal met een steen doodt, is hij daarom groter dan de nachtegaal? Omdat de Romein de Etrusk het leven ontnam, is hij daarom groter dan de Etrusk?'

Met hun afkeer van de 'Pruisische' Romeinen, versterkt door de romanisering die Mussolini doorvoerde en hun bewondering voor de 'natuurlijk-levende' Etrusken hebben schrijvers als Lawrence en Aldous Huxley veel bijgedragen tot de romantisering van de Etrusken.

'Als je iets stichtelijks wil, ga dan naar de Grieken en de gotiek. Als je massa wil, ga naar de Romeinen. Maar als je houdt van de rare spontane vormen die nooit gestandaardiseerd worden, ga naar de Etrusken, ' schreef Lawrence in zijn Etruscan Places.

De mythe van de onbegrijpelijke taal heeft veel bijgedragen tot de romantisering, net als het feit dat in de prachtige heuvels van Noord-Lazio en Toscane nauwelijks resten meer te vinden zijn van Etruskische huizen of tempels. Alles wat zij bouwden was van hout, alles is vergaan. Alleen een enkele terra cotta tempelfries en de honderden half-ondergrondse stenen graftomben met hun schatten zijn blijven bestaan.

'De Etruskische steden zijn volledig verdwenen, net als bloemen, ' aldus Lawrence. 'Alleen de graven, de bollen, zaten onder de grond.'

Het is moeilijk met eigen ogen te onderzoeken wat waarheid is en wat verdichting in dit loflied op de Etruskische cultuur. Veel muurschilderingen in de graven bij voormalige Etruskische steden als Tarquinia, Cerveteri, Volterra en Tuscania zijn weggehaald of 'tijdelijk niet toegankelijk' en er is geen overkoepelend Etruskisch museum - de collectie van de Villa Giulia in Rome is te onvolledig om aanspraak te kunnen maken op die titel. Ieder stadje koestert zijn eigen schatten en veel pronkstukken zijn in het buitenland terecht gekomen.

Dit gemis wordt tijdelijk goedgemaakt door een overzichtstentoonstelling in het Paleis van de Pausen in Viterbo, bijna honderd kilometer ten noorden van Rome in het hart van Etruria, Etruskenland. Op initiatief van de Staatliche Museen van (Oost-)Berlijn zijn ongeveer duizend Etruskische kunstschatten uit musea in Oosteuropese landen bijeengebracht voor een rondreis van twee jaar door Oost-Europa. Die wordt in Italie afgesloten voordat de collectie weer wordt opgesplitst.

De tentoonstelling laat zien hoe een pre-klassieke cultuur langzaam is veranderd onder invloed van de contacten met de Grieken en door de verstikkende omhelzing van de Romeinen. De oorsprong van de Etrusken is nog steeds onduidelijk. Een vooraanstaande Italiaanse Etruskoloog als Massimo Pallottino concludeert dat de Etrusken een autochtoon volk waren en dat zij hun alfabet hebben geleerd van de Griekse kolonisten in de buurt van het huidige Napels. Anderen zeggen dat de Etrusken in de achtste eeuw voor Christus vanuit het huidige Turkije over zee naar Italie zijn getrokken, een van de massale verhuizingen indertijd in het Middellandse-zeegebied.

Het hoogtepunt van de Etruskische beschaving valt in de zesde eeuw voor Christus. Dit was de periode dat zij haar eigen karakter het verst had ontwikkeld, zonder te worden overheerst door Griekse of Romeinse invloeden. Getuigen daarvan in Viterbo zijn onder andere een sierlijk bewerkt bronzen schild, waarbij de geometrische versieringen worden afgewisseld met dieren en eenvoudige afbeeldingen van mensen. Ook is er een vrijwel ongeschonden canopo uit de zesde eeuw, een urn van aardewerk in de vorm van een mannenhoofd, sober maar met een onmiskenbare kracht.

Soms cremeerden de Etrusken hun doden en deden zij de as in urnen, soms begroeven zij hen in een sarcofaag, vaak met een half-liggende afbeelding van de dode op de deksel. Het grootste contrast op deze tentoonstelling vormen een simpele rechthoekige aardewerken urn, met de opening aan de voorkant, uit de negende eeuw voor Christus en gevonden in Albano, en de uit Chiusi en Volterra afkomstige albasten sarcofagen uit de tweede eeuw, bewerkt in een Romeinse stijl waarin het eigene van de Etruskische cultuur nauwelijks meer is te herkennen.

Tussen de vazen, juwelen en bronzen spiegels zijn eveneens veel verschillen. Ook al was er een duidelijke gemeenschappelijke cultuur, de Etruskische steden stonden betrekkelijk onafhankelijk van elkaar. Een Etruskische stedenbond bestond niet, laat staan een natie. Net zo min was er een officiele kunst, in de zin van voorgeschreven codes om voorwerpen of mensen af te beelden, zoals in Egypte. De Etruskische pottenbakkers en smeden gingen meest hun eigen gang.

Dat verklaart bijvoorbeeld de grote varieteit in de vazen van buchero, eenvoudig, bijna zwart aardewerk dat typerend is voor de Etrusken. Toen Lucien Bonaparte, broer van Napoleon, in 1828 ontdekte dat op zijn landgoed bij Vulci Etruskische graftombes waren vol vazen, liet hij alles wat op Grieks leek bewaren en al het 'gewone' zwarte aardewerk stuk gooien, om de markt niet te overvoeren. Zo ving hij toch nog een goede prijs. Gelukkig gingen niet alle deelnemers aan de stormloop in de negentiende eeuw op de Etruskische graven zo te werk, en zeventig eenvoudige maar sierlijke buchero-vazen en potten in Lucien Bonaparte's sterfplaats Viterbo laten zien hoezeer hij zich heeft vergist.

Per dag komen er gemiddeld 2500 mensen naar deze unieke en fraai ingerichte tentoonstelling, die laat zien dat het optrekken van het IJzeren gordijn niet alleen op politiek, maar ook op cultureel gebied nieuwe perspectieven opent. Het enige minpunt is de catalogus, die ver achterblijft bij wat in Italie gebruikelijk is en daarmee veel te bescheiden is voor zo'n belangrijke tentoonstelling.