Uitzendverbod voor Veronica door Raad van State geschorst

AMSTERDAM, 1 okt. De Raad van State heeft het uitzendverbod geschorst dat de Veronica Omroep Organsiatie (VOO) opgelegd heeft gekregen door het Commissariaat voor de Media voor zijn betrokkenheid bij de oprichting van het commerciele televisiestation RTL-Veronique. De raad meent dat het commissariaat terecht een overtreding van de wet heeft geconstateerd, maar wil de door Veronica aangespannen bodemprocedure afwachten om een juist oordeel te vellen over de omvang van de straf.

Veronica kreeg op 4 juli van het Commissariaat voor de Media te horen dat haar financiele betrokkenheid bij de oprichting van RTL-Veronique in strijd was met de Mediawet. De omroep werd daarvoor gestraft met het intrekken van dertien weken zendtijd, waarvan zeven voorwaardelijk. De straf zou ingaan op 1 januari aanstaande.

Veronica tekende bij de Raad van State beroep aan tegen het oordeel van het commissariaat. Voorafgaand aan de bodemprocedure waarin de afdeling rechtspraak van de Raad van State de betrokkenheid van Veronica bij de Luxemburgse commerciele omroep opnieuw aan een oordeel zal onderwerpen, vroeg Veronica schorsing van de straf. De afdeling heeft die schorsing vanmorgen toegewezen omdat zij meent dat de straf, als die eenmaal ten uitvoer is gelegd, niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Ook het feit dat het Commissariaat voor de Media voor het eerst in zijn bestaan gebruik maakt van zijn bevoegdheid tot intrekking van zendtijd speelt daarbij een rol.

Uit de uitspraak blijkt dat de afdeling rechtspraak nog vragen heeft die van invloed kunnen zijn op de omvang van de sanctie. Maar aan het feit dat Veronica een overtreding heeft begaan die met intrekking van zendtijd kan worden bestraft, twijfelt de afdeling rechtspraak niet. De raad spreekt van 'tenminste een verboden nevenactiviteit' en constateert dat het besluit van het commissariaat een sanctie op te leggen niet in strijd is met de regels van het Europees recht, zoals de advocaten van Veronica vorige week dinsdag tijdens het behandeling van het schorsingsverzoek betoogden.