Salman Rushdies leven: een gruwelijk sprookje

Het is niet de fysieke opsluiting maar de ervaring te zijn afgesnedenvan en verworpen te zijn door de wereld van het oosten, van de bron van zijnartistieke inspiratie, waar Salman Rushdie het meest onder lijdt. Hijzei dit gisteravond in het eerste televisie-interview sinds hijachttien maanden geleden onderdook nadat wijlen ayatolla Khomeiny hem terdood veroordeelde.

Moslim-fundamentalisten in de hele wereld gingen naar aanleiding van zijn boek 'De duivelsverzen' de straat op om Rushdies boek publiekelijk te verbranden en zworen luidkeels dat zij hem zouden vermoorden omdat hij mohammed zou hebben beledigd. Voor Rushdie zat er niets anders op dan onder te duiken. Sinds februari vorig jaar staat hij onder voortdurende bescherming van de Britse geheime dienst.

Vergeleken met een jaar geleden (vlak voor hij onderdook had hij een televisie-interview met Adriaan van Dis) zag Salmon Rushdie er ongezond uit: hij is dikker geworden en aan zijn huidskleur is te zien dat hij zelden of nooit buiten komt. Toch maakte Rushdie geen verslagen indruk: mooi formulerend, vol humor en af en toe uitbundig lachend vertelde hij interviewer Melvyn Bragg van de South Bank Show over zijn nieuwste boek 'Haroun and the sea of Stories'. Het vraaggesprek werd op de Nederlandse televisie dezelfde avond uitgezonden door Ikons Kenmerk.

Rushdie heeft zijn nieuwe roman opgedragen aan zijn elf-jarige zoontje Zafar, die hij de afgelopen anderhalf jaar niet heeft gezien. Uit wat hij erover vertelde blijkt dat het een allegorie is over een verhalenverteller die de mond wordt gesnoerd door een soort geestelijke dictator die sprookjes haat omdat hij daar geen vat op heeft.

De verhalenverteller Rushdie is weliswaar niet tot zwijgen gebracht, maar sinds februari vorig jaar is zijn leven een hel, zo vertelde hij in het tv-gesprek. 'Het is moeilijk om op televisie over pijn te praten. Het gaat goed met me. Maar natuurlijk is het een hel geweest, de spanning en de angst ook zijn vaak alarmerend. Het echte probleem zit innerlijk. Alles wat ik ooit heb gedacht is aan flarden gerukt. Mijn relatie tot de wereld is totaal veranderd. Mijn relatie tot de Britse Aziatische gemeenschap is verwoest.'

Zoals al eerder gemeld heeft Rushdie van dit televisie-interview gebruik gemaakt om opnieuw zijn excuses aan te bieden aan iedereen die door 'De Duivelsverzen' beledigd is. 'Ik heb het al zo vaak gezegd, het boek was niet bedoeld om te beledigen. Als het mensen heeft beledigd, spijt me dat. Er is gezegd dat ik gestraft moest worden. Welnu: als straf het doel was, ik heb mijn deel gehad. Ik ben gestraft door de mensen over wie ik schreef, afgesneden van de motor van mijn schrijverschap, de plaatsen, de mensen. Ik hoop dat men begrijpt dat dat veel erger is dan de dagelijkse aspecten van deze geschiedenis.

De interviewer vroeg Rushdie slechts een keer naar zijn toekomstverwachtingen. 'Ik probeer een weg vooruit te vinden', antwoordde hij, maar dat klonk immens treurig, luguber bijna. Misschien zinspeelde Rushdie nog op zijn onmenselijke situatie toen hij zijn visie op literatuur in het algemeen en zijn eigen schrijverschap in het bijzonder ten beste gaf: Een van de eerste dingen die je leert over sprookjes is dat ze niet waar zijn en dat is ook het leuke ervan.

'De Duivelsverzen', die hem in de hel, waarin hij al anderhalf jaar zit hebben gebracht, is veroordeeld door mensen die sprookjes haten en gevaarlijk vinden. Rushdies leven is zelf een soort sprookje, een gruwelijk sprookje, geworden, met dat verschil dat het echt gebeurt zonder happy end in zicht. De schrijver lijkt zich daar volledig van bewust te zijn.