Nederlands snelwandelen holt achteruit

LEIDEN, 1 okt. Veertien mannen waggelen heupwiegend over de baan. Er valt een druilerig regentje uit het grijze zwerk en tegen de glazen pui van de kantine staan wat sombere mannen samengepakt. Ze bekijken het heden en verleden van het snelwandelen, een sport zonder toekomst in Nederland. Het lelijke eendje van de atletiek wil hier maar niet gedijen en het nationale kampioenschap over vijftig kilometer dat in Leiden wordt afgewerkt is daar het mismoedig makende bewijs van. Er moesten vijf Belgen worden opgetrommeld om tenminste nog van enige beweging op het rode kunststof verzekerd te zijn. 'Als er volgend jaar nog een paar Nederlanders afhaken zou dit wel eens het laatste kampioenschap geweest kunnen zijn', luidt de overpeinzing van Bart Leenhouwers, hoofdbestuurslid van de atletiek unie.

Acht jaar geleden werd hem de belangenbehartiging van het snelwandelen in de maag gesplitst. Veel animo onder de bestuurders was daar niet voor. In de beslotenheid van de bestuurskamer werd er buiten de notulen om in weinig vleiende bewoordingen gesproken over de beoefenaren van de sport, die voor John Cleese wel eens de inspiratiebron geweest zouden kunnen zijn om zijn Ministry of silly walks te creeren. Leenhouwers begeleidt de atleten nu acht jaar en constateert met verontrusting dat de samenstelling van het kleine groepje beoefenaren zich niet wijzigt. En al kun je de sport lang blijven beoefenen de oudste deelnemer in Leiden gisteren was 63 jaar als er geen aanvulling komt van jongeren is het einde in zicht.

Tippel

Gerrit de Jong (48) uit Schoonhoven heeft van alle deelnemers de langste staat van dienst bij nationale kampioenschappen. Hij neemt voor de veertiende keer deel. Op het ovaal van 't Leidse Hout is hij na zo'n vijftien kilometer de eerste uitvaller. De limiet van vijf uur en dertig minuten acht hij niet haalbaar. De Jong wordt door de officials betiteld als een 'snelle wandelaar, maar geen echte snelwandelaar'. Hij komt inderdaad voort uit de wandelsport, een man die houdt van een flinke tippel. Parijs-Brussel over 376 kilometer is zijn langste wedstrijd. 'Ik heb ook wel eens een marathon gelopen, maar ik vind snelwandelen leuker. Zo'n vijftig kilometer kampioenschap als vandaag is zwaarder dan een marathon', zegt hij.

Op de baan kijken drie in plaats van vijf, zoals de reglementen van de IAAF voorschrijven scheidsrechters naar de resterende dertien wandelaars. Want het gaat om de reglementaire bewegingen van het onderstel:steeds een voet die grondcontact heeft en telkens een volledig uitgestrekt been. Deze middag wordt er een atleet uitgesloten, een nieuwe aanslag op het deelnemersveld. De snelwandelfamilie lijkt er niet onder gebukt te gaan. Men ziet de patient sterven, maar wil genieten van zijn laatste heldere ogenblikken.

Van de 200 atleten in Nederland die voor dat onderdeel een licentie hebben, kunnen er vijftig als serieuze beoefenaren worden beschouwd. Af en toe van raad voorzien van de in Luxemburg woonachtige bondscoach Charles Sowa, die voor deze titelstrijd de lange reis naar Nederland niet heeft willen maken.

Lokale held

In 1987 had Nederland met Jan Cortenbach overigens nog een vertegenwoordiger op de wereldtitelstrijd in Rome. Ton van Andel (32) die gisteren voor de derde achtereenvolgende maal nationaal kampioen werd heeft ooit de limiettijd voor deelnemening aan een WK benaderd, maar is er de laatste jaren ver uit de buurt gebleven. Zijn hoop het nationale baanrecord (3.58,23 van Cortenbach) te verbeteren blijkt in Leiden ijdel. Met een eindtijd van 4.24,25 zit hij er bijna een half uur naast. Drukte op het werk en persoonlijke omstandigheden zijn er de reden van dat hij de laatste twee jaar niet meer zo dicht bij de vier uur-grens is geweest. Vier minuten na hem finisht nummer twee, de bijna 39-jarige Theo Koenis. De lokale held Dirk Maassen van den Brink (42), ter ere van wie diens club AV Holland de organisatie van dit kampioenschap op zich heeft genomen, eindigt nog veel later. De zeven toeschouwers op de overdekte tribune hebben dan al met elkaar vastgesteld dat het snelwandelen in Nederland achteruit holt.