Leefkringhuis poogt te voorkomen dat probleemkinderen naareen tehuis moeten; Leefkringhuis: doorlopend spreekuur

AMSTERDAM, 1 okt. Spijbelen is taboe en 's avonds op tijd naar bed: de kinderen in het leefkringhuis Ger Paulussen in Amsterdam-Noord leven zoveel mogelijk als in een gewoon gezin. Het leefkringhuis heeft tot doel te verhinderen dat de kinderen in een tehuis terechtkomen. Het blijkt mogelijk de Raad voor de Kinderbescherming buiten de deur te houden door in een vroeg stadium hulp te bieden. Met name in achterstandsbuurten waar bewoners minder snel dan in andere wijken om hulp vragen, is een leefkringhuis 'om de hoek' onmisbaar, vindt coordinator P. Scheerder van het leefkringhuis Ger Paulussen.

In Amsterdam zijn er inmiddels drie leefkringhuizen. Hulpverleners uit de wijk Feijenoord in Rotterdam-Zuid willen dit voorbeeld volgen. Feijenoord was onlangs in het nieuws wegens de slechte leefomstandigheden in de wijk. Volgens onderzoekers van de Universiteit van Utrecht en de GGD van Rotterdam is het leefklimaat er met name voor kinderen slecht. De Rotterdamse hulpverleners vinden dat een leefkringhuis in hun wijk goed aansluit bij de 'sociale vernieuwing' en komen in november met een definitief plan. Hulpverleners uit Den Haag, Eindhoven en Nijmegen overwegen eveneens de inrichting van een leefkringhuis in hun stad.

Onderwijzer H. Jansen zette tien jaar geleden het eerste leefkringhuis op. Als hoofd van een school in de Jordaan signaleerde hij bij zijn leerlingen problemen zoals opvoedingsmoeilijkheden, ruzie thuis en mishandeling. Wegens tijdgebrek was daar op school weinig aan te doen. In een leefkringhuis wordt de deskundigheid van zowel hulpverleners als wijkbewoners, jong en oud, gebruikt om problemen te lijf te gaan. De kinderen zijn er alleen overdag of verblijven er tijdelijk. Ze gaan zoveel mogelijk terug naar hun eigen ouders.

Het Ger Paulussen-leefkringhuis staat nu vijf jaar middenin de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord en is duidelijk herkenbaar door een groot naambord voor de ramen. Behalve coordinator Scheerder werken er drie part-time maatschappelijk werkers en dertien vrijwilligers. Karin (17) komt uit een gezin met negen kinderen. Sinds een half jaar is ze definitief uit huis. Voor die tijd hield ze vrijwel in haar eentje het huishouden draaiende, op het laatst geholpen door een zusje. Ze is diverse malen mishandeld door haar moeder en heeft in verscheidene kindertehuizen gezeten. Haar zusje verblijft nu in een tehuis in Rekken.

Toen Karin op de MAVO terechtkwam, merkte ze door gesprekken met vriendinnen dat haar situatie niet 'normaal' was. Ze ging zich thuis verzetten, spijbelde, vond tijdelijk onderdak bij een tante maar kon ook daar niet blijven. Via kennissen belandde ze in het leefkringhuis. Inmiddels woont ze bij familie, maar is ze bijna dagelijks in het huis te vinden.

De oudere meisjes hebben weinig moeite met de huisregels. Margaritha (16) haalt haar schouders op. 'Het gaat gewoon vanzelf', zegt ze. 'Ik ga trouwens niet meer zoveel uit nu ik hier zit.' Coordinator Scheerder: 'Je gaat niet meer uit, omdat je het hier thuis gewoon gezelliger vindt dan in een koffieshop.' Margaritha had altijd ruzie thuis, vooral met haar moeder: 'Ze zei op een gegeven moment dat er geen plaats meer voor me was. Toen ben ik hier gekomen.' Ze heeft gebroken met haar oude vrienden uit het drugs- en gokmilieu en gaat weer naar school.

Voor Karin vormen de huisregels evenmin een probleem. 'Thuis moest alles stipt op tijd en waren de regels zo onredelijk.' In het leefkringhuis heeft iedereen volgens haar zijn eigen verantwoordelijkheid. 'Je helpt elkaar, je trekt je aan elkaar op. Klusjes doe je gewoon.' Margaritha: 'Vergeleken met thuis hoeven we hier ook veel minder te doen.'

Op het ogenblik zijn acht kinderen intern in het Amsterdamse huis. De kinderen (van 0 tot 18 jaar) blijven maximaal een maand. De stadsdeelraad Noord, die de helft van de benodigde twee ton per jaar betaalt, heeft dat bepaald. Coordinator Scheerder is niet gelukkig met die regeling. Volgens hem is een maand veel te kort om bedplassen, stelen, groot verdriet of agressiviteit te kunnen aanpakken. Bovendien kunnen veel kinderen na een maand nog niet naar huis terug.

Het leefkringhuis heeft intensief contact met alle mogelijke instanties. Huisartsen, RIAGG, schoolartsen, het algemeen maatschappelijk werk, de kindertelefoon, de kinderbescherming, allemaal worden ze indien nodig ingeschakeld.

Overigens kunnen ook ouders en andere wijkbewoners met problemen bij het huis terecht. Bij voorbeeld voor het invullen van een belastingformulier. 'We controleren bij personen die we helpen of ze hun afspraken nakomen. We helpen daar desnoods bij door de bankrekening van de desbetreffende persoon te beheren, bij voorbeeld als het om een gokverslaafde gaat.'

'Wij hebben 24 uur per dag open spreekuur', zegt Paul Scheerder. 'Antwoordapparaten komen in onze inventaris niet voor.' Vorig jaar werd vierhonderd keer hulp verleend. Vijftig kinderen werden opgenomen waarvan tweederde jonger was dan twaalf jaar. De hulpvraag wordt elk jaar groter. Scheerder: 'We lossen concreet problemen op, maar zijn ook de 'echtgenoot' voor de vrouw die wil overleggen over de schoolproblemen van haar zoontje. Of de 'ouder' voor het kind dat thuis geen aandacht krijgt.'