H. van Brussel van HP; 'Die kennen we, maar in slechtezin'

Hij werd van de HBS weggestuurd en uit zijn eerste baantje ontslagen wegens te lang haar. In zijn diensttijd ontving hij uit handen van Prins Claus een prijs voor zijn schilderkunst. Daarna werd hij copywriter op een reclamebureau, begon hij voor zichzelf, deed de boel weer van de hand en ging in onroerend goed omdat hij een opslagruimte zocht voor de handel in wijn die hij met een paar vrienden wilde beginnen.

De kelder waarin de import moest worden gestald lag onder een vijftal statige panden aan de Leidse Herengracht. 'Die wil ik hebben', dacht hij. 'En de bank dacht dat kennelijk ook. Zo kwam ik in onroerend goed en het geld dat ik op jonge leeftijd had verdiend, ben ik daarmee snel kwijt geraakt.'

Van Brussel is een zeldzaam gaaf voorbeeld van twaalf ambachten en dertien ongelukken, als aan bovenstaande opsomming toevoegen dat hij na zijn eerste baan aan de slag wilde als werktenaar en ontwerper, wat niet lukte, en 'onroerend goed' inhield dat hij panden restaureerde.

Maar enkele ongelukken valt een zo ondernemend persoon nauwelijks aan te rekenen. Grote tegenslagen zijn hem misschien wel iets te vaak aangewreven: een faillissement en een door een particulier met bouviers uitgevoerde ontruiming van gekraakt eigendom, naar hij zelf zegt niet door hem besteld, maar een wraakactie van de kraakwacht waarvan hij geen gebruik wenste te maken. Het waren twee stevige deuken in zijn imago die hem, zodra hij de grote mensenwereld betreden wilde, nog lang werden nagedragen. Zijn reputatie snelde hem ook vooruit toen hij eind 1985 onverwacht De Weekbladpers opbelde met de toch wel opmerkelijk mededeling de Haagse Post te willen overnemen.

De Weekbladpers, uitgever van onder meer Vrij Nederland en Voetbal International, wilde van HP af omdat het blad nauwelijks nog tekenen van leven vertoonde. In de laatste HP omschreef Alexander Mohr, de door de redactie benoemde commissaris van BV de Haagse Post, de zoektocht naar een nieuwe uitgever: 'Het werd een dolle tijd. Een tour d'horizon vol blijde ontmoetingen met onder meer Boermans van de Geillustreerde Pers, De Jong van de Perscombinatie, Leemans van Elsevier, Baay van de Koninklijke Tijl, Van de Biggelaar met Pierson's venture capital, Kluwer, opnieuw De Weekbladpers, de Rabobank, de ABN en vele anderen'. En ineens was daar ene Hans van Brussel. De enige die hem kende was de bewindvoerder van de in surseance van betaling verkerende Haagse Post.

'Die kennen we wel, maar dan in slechte zin', moet de bewindvoerder hebben gezegd. Mohr kan niet uitleggen waarom Van Brussels faillissement van alweer jaren daarvoor, nog infamerend kon werken op een redactie die zelf voor honderd procent eigenaar was van een bedrijf dat in surseance van betaling verkeerde. 'Ach', zegt hij relativerend. 'De redactie vond het ook wel weer een goeie grap.'

'Er druppelden steeds telefoontjes binnen over zijn zakelijke moraliteit', zegt Gijs van de Westelaken, destijds redacteur van HP. 'Meestal leidde het tot niets, was het niet echt hard te maken.' Theo Bouwman, directeur van de Weekbladpers, liet zich door de opbellers inspireren tot een waarschuwend schrijven aan de redactie van HP. 'Zijn zakelijke reputatie was niet erg solide', zegt Bouwman, waarna hij verklaart 'ontzettend veel respect te hebben' voor de manier waarop Van Brussel de laatste jaren HP overeind hield. 'De kosten beperken, daarin is hij behoorlijk ver gegaan. Hij is vindingrijk.' Op de vraag of hij wat kunstjes heeft afgekeken, antwoordt Bouwman dat het om technieken gaat die in de projectonwikkeling gebruikelijk zijn. 'Ze horen thuis in een harde, zakelijke sfeer en zijn onder de gentlemen in uitgeversland niet gebruikelijk.' Nee, Van Brussel is voor hem geen model dat hij zou willen navolgen, hij is ook niet jaloers, want 'je moet het ook op die manier willen doen.'

Van Brussel rekende op de achterkant van een bierviltje voor dat er geen miljoenen nodig waren om HP van de ondergang te redden. 'Een paar ton was genoeg en die wist hij wel ergens te mobiliseren. Iedereen was wat verbaasd, het had iets van een anticlimax', aldus Mohr in HP. Mohr omschrijft Van Brussel als 'een beetje hoekige man, die niet direct opvalt door indrukwekkende contactuele en sociale eigenschappen. Hij houdt een beetje van het schok-effect, en dan jaag je veel mensen tegen je in het harnas. Soms is het kwaad kerseneten met Van Brussel, maar bedrijfseconomisch is hij zeer behendig.'

Van Brussel is als uitgever gespecialiseerd in crisismanagement. Dat was al zo voordat hij de burelen van HP betrad. Hij was toen eigenaar van een 'een lawaai uitgeverij met spektakelprodukten' (John Jansen van Galen) die hij had opgekocht uit een faillissement. Een paar auteurs uit dit fonds lieten zich de kans niet ontnemen hun gram te halen zodra Van Brussel landelijke bekendheid kreeg als 'redder van HP'. Ze beschuldigden hem van wanbetaling. Van Brussel zegt dat het niet waar is, zijn vriendin en toen ook zakelijk partner Marianne Verhoeven alom geroemd en geprezen als advertentie-exploitant van HP(/DeTijd) valt hem hierin bij. 'Die auteurs geloofden niet dat hun 'bestsellers' over de Heineken-ontvoering en de oplichter Heer Olivier, in werkelijkheid wat minder hoge oplagen hadden.'

'Hij houdt zich aan alle afspraken, is zakelijk en betrouwbaar', verklaart Ron Kaal, de eindredacteur van HP die vertrok toen Van Brussel aantrad. 'Al voordat Van Brussel kwam was overeengekomen dat ik zou vertrekken. Een voorwaarde van alle gegadigden was steeds dat ik als uithangbord vervangen zou worden als zij het blad overnamen.' Kaal prijst Van Brussel als 'een scherpe geest' die de problemen met HP goed doorzag en als eerste in Nederland de mogelijkheden van de elektronische pagina-opmaak onderkende.

Van Brussel bracht behalve zijn geld(schieters) ook zijn kennis van computers en automatisering mee naar HP. De PC's bracht hij zelf naar binnen op de De Ruyterkade, waarheen Van Brussel en de HP verhuisden toen de SDU, de net geprivatiseerde Staatsdrukkerij en Uitgeverij, de failliete boedel van Openbaar Kunstbezit overnam en bij Van Brussel deponeerde: zeven tijdschriften die op een na geen cent winst opleverden, met voor drie van de zeven bladen zes ton subsidie van WVC. Echt iets voor Van Brussel, moet SDU-directeur Dick Koger hebben.

Van Brussel en Koger kenden elkaar. De eerste vond bij laatste gehoor toen hij een nieuwe aandeelhouder voor HP zocht. Bladendistributeur en -uitgeverij Audax van Jacques de Leeuw had in 1985 net als Van Brussel 50.000 gulden in het blad gestopt en daarmee ook een kwart van de aandelen verworven. De Leeuw's voorstel om de andere aandeelhouders uit te kopen werd niet geapprecieerd, waarna Audax werd geruild voor SDU.

Van Brussels talent om mensen tegen zich in het harnas te jaren leidde bij de redacties van de OKB-bladen onverbiddelijk tot een aantal keiharde confrontaties. Maar nu valt bij de hoofd- of eindredacteuren van Kunstschrift (het enige winstgevende OKB-blad), Muziek en Dans (nu het snel groeiende 'muziekjournaal' Entr'Acte), Forum (kwartaalschrift voor bouwkunst, heel klein, groeit een beetje) weinig negatiefs meer over Van Brussel te vernemen. Lily van Ginniken, destijds hoofdredacteur van Kunstschrift, stapte na de eerste kennismaking op. 'Ik was woedend over alles. Eerst waren we achter ons rug om verkocht, toen kwamen we terecht bij een man die zei dat de litho's, het zetwerk, ja eigenlijk alles goedkoper kon. Ik had me jaren te pletter gewerkt om iets van Kunstschrift te maken en vond dat een ander er met zijn vingers af moest blijven. Alle redacties bij OKB geloofden in hun blad, en nu was daar ineens een uitgever die maken wilde wat de markt vroeg. Dan kun je praten tot je een ons weegt, maar dat helpt niet. Waarmee ik niet wil zeggen dat het een goed is en het ander fout.'

Deze drie bladen kwam gesubsidieerd en wel onder Van Brussels bewind. Dat gold niet voor Skrien, Items en Metropolis-M, tijdschriften met minimale oplagen. Ze werden door Van Brussel al snel op eigen benen gezet en zijn evenmin ontevreden over deze gang van zaken. De kleinste van alle bladen was Culturen (oplaag 1800, verlies per nummer oplopend tot 60.000 gulden en geen enkele financiele steun van de volkenkundige musea die het blad ooit opzetten). Culturen werd nog voordat SDU alle OKB-bladen voortzetting had gegarandeerd, opgedoekt. De beide redacteuren die met het blad meekwamen kregen als opdracht met het geld dat in de rest van het jaar in Culturen zou zijn verdwenen een nieuw blad op te zetten. Dat werd Transfer, voor verre reizigers, waarvan maandelijks 11.000 tot 12.000 exemplaren over de toonbank gaan. Rest nog de Tentoonstellingsagenda, maar die ging naar de SDU in Den Haag, de geschiedenis daarvan leert niets over Van Brussels in driejarenplannen denkende uitgeversbrein.

Een opinieblad, een rijtje kunsttijdschriften Van Brussel koos er niet voor maar hij is er wel trots op. Terecht, menen velen, want hij heeft het goed gedaan: de scheiding tussen redactie en directie gerespecteerd, redactiebudgetten intact gelaten en voortreffelijk gerekend, al eindigde HP dan in een fusie met De Tijd. HP-redacteuren die dat Van Brussel aanrekenen zijn echter dun gezaaid. Naast HP en de OKB-erfenis voegde Van Brussel nog wat kleiner goed toe aan zijn fonds. Recent verwierf hij het journalistenvakblad Reporter, al eerder was hij de uitgever geworden van Vast en Zeker (een sponsored magazine van Ohra), het filmblad Skoop en Knippenberg's Boekenkrant, die als maandelijkse bijlage bij HP werd gevoegd. De Boekenkrant gaat 'waarschijnlijk naar een boekenuitgever', aldus Van Brussel.

'Typisch een kind uit een middenstandsgezin' (Jansen van Galen). 'Hij cultiveert een bepaald soor platheid' (Van de Westelaken). 'Hij vond het culturele gehalte van de HP-redactie imponerend' (Mohr). 'Je weet wat je aan hem hebt' (Gerard Driehuis, adj. hoofdredaceur HP/De Tijd). 'Hij heeft gevoel voor tijdschriften, zowel inhoudelijk als commercieel' (Koger). Een ding hebben alle deze beoordelaars gemeen: ze vinden hem aardig.

Hans van Brussel (38), zoon van een speelgoedwinkelier, driftig, recht door zee, gewaardeerd en verguisd, houdt van film en van Italie. En van zijn werk, het uitgeven van tijdschriften. Hij is directeur van de Hollandse Pers Unie (HPU), die zelf tijdschriften uitgeeft of voor anderen dit werk doet. Sinds Van Brussel in 1985 hetopinieweekblad HP overnam, is hij een veel besproken man. Begin dit jaar zegde hij het contract met hoofdredacteur Jansen van Galen op, wat hem negatief in het nieuws bracht. Sinds de fusie is Van Brussel geen directeur meer van het weekblad, maar president-commissaris van de besloten vennootschap HP/De Tijd.