Gaddafi's en Zimzims oefenden terreur uit in zwartetownships

KHUTSONG TOWNSHIP, 1 okt. De twee jongens met hun gebreide mutsen tot ver over hun voorhoofd spreken op zakelijke toon over wat zij beschouwen als legitieme 'doelwitten' voor hun bende die zich uitgeeft voor 'comrades'. We zitten in een klaslokaal van de Khutsong High School. Michael Moni (19) vertelt: 'Bijvoorbeeld die zakenman die een winkel had en die in zijn vrije tijd auto's repareerde. We zeiden hem dat hij geen politiewagens moest repareren omdat de politie tegen de mensen is, maar hij zei dat wij niet het recht hadden om hem te vertellen wat hij wel of niet moest doen. Hij werkte niet mee, dus werd zijn winkel in brand gestoken.'

Moni's vriend Lord Phage (16) onderbreekt hem met het verhaal over een handelaar in allerlei artikelen die zich kandidaat had gesteld voor de verkiezingen van de gemeenteraad van het woonoord. Hij zamelde geld in om een creche te laten bouwen, maar toen hij eenmaal was gekozen, kwam er geen creche. Hij werd ook 'schuldig verklaard' door de comrades en zijn winkel werd in brand gestoken. Tot een maand geleden kon iedere vrachtwagen die Khutsong binnenreed met stenen worden bekogeld en in brand worden gestoken.

'Eigenaars van bestelwagens betalen belasting aan de regering, dus door de wagens in brand te steken verzwakken wij de economie', legt Moni uit. Moni en Phage zijn leden van de Gaddafi Gang in dit zwarte woonoord buiten de mijnwerkersstad Carletonville in West Rand.

De twee zijn jonge tsotsis of straatcriminelen die het woonoord hebben geterroriseerd onder de dekmantel van de zwarte bevrijdingsstrijd; door voor te doen alsof zij gemachtigd waren door het Afrikaans Nationaal Congres (ANC). Tsotsis bestaan al lang in de zwarte woonoorden van Zuid-Afrika, maar het nieuwe ervan is dat velen zich nu presenteren als 'comrades' of vrijheidsstrijders.

Deze comtsotsis zijn sinds de legalisering van het ANC in februari snel in aantal toegenomen in de zwarte woonoorden van Witwatersrand en zij vormen een van de factoren die bijdragen tot de golf van het geweld van zwart tegen zwart waardoor het gebied is getroffen. De excessen, gepleegd in naam van het ANC, wekken woede en verbittering in de zwarte gemeenschap en leiden tot waakzaamheidscomite's om ze tegen te werken.

Volgens Michael Cross van de universiteit van Witwatersrand, een deskundige op het gebied van de jeugdcultuur in de woonoorden, verschenen de comtsotsi-bendes na het bloedbad van Soweto in 1976. 'In die tijd, toen de meeste politieke leiders gevangen zaten, was er ruimte voor het ontstaan van een bende-cultuur', legt Cross uit. Ditzelfde gebeurde na de instelling van de noodtoestand in 1986, toen weer duizenden zwarte politieke leiders opgepakt werden.

Toen de leiders weer langzaam begonnen terug te komen in 1988, werden de comtsotsis weer teruggedrongen naar het gewone gangsterdom, maar de legalisering van het ANC en de vrijlating van Nelson Mandela afgelopen februari veroorzaakten een nieuwe politieke opleving die zij konden uitbuiten.

'De comtsotsis manipuleren deze explosie weer, met name in gebieden waar het ANC niet voldoende georganiseerd is, waardoor er een van de grootste problemen is ontstaan waarmee de beweging wordt geconfronteerd', meent Cross.

Khutsong is een van de woonoorden waar het ANC zich maar langzaam heeft georganiseerd en dat bood de Gaddafi-gang de gelegenheid op te duiken toen de vakbond van de zwarte mijnwerkers opriep tot een consumentenboycot afgelopen februari om te protesteren tegen een beslissing van de gemeenteraad van Carletonville om het stadspark te sluiten voor zwarten.

Moni en zijn vrienden wierpen zich ongevraagd op als bewakers van de boycot en namen represaillemaatregelen tegen iedereen die inkopen deed in de winkels van Carletonville die werden beheerd door blanken. Al spoedig ontstond er een rivaliserende bende, die zich er ook op beriep voor het ANC te handelen, om tegen hen op te treden. Deze tweede bende, bekend als de Zimzims, werd gesteund door veel zwarte zakenmensen van het woonoord van wie winkels, cafes en vrachtwagens in brand waren gestoken.

'De Gaddafi's voerden oorlog tegen de gemeenschap', zegt David Lesotho, een van de Zimzims. 'Zij vielen leraren lastig, ze staken bestelwagens in brand en vernielden de huizen van de mensen. Niemand mocht aangifte doen bij de politie. Als je dat deed was je leven in gevaar. Zij hadden hun eigen onwettige rechtbanken. Zij begonnen met verkrachting, halsbandmoorden, het kapen van auto's en taxi's en niemand kon er iets tegen doen. Wij hadden het gevoel dat wij ons moesten organiseren om deze criminaliteit te bestrijden', aldus Lesotho.

Een verbitterde bende-oorlog volgde, waarbij 22 mensen werden gedood en 19 huizen verwoest. Nu is de rust weergekeerd in Khutsong. Het ANC kwam een paar weken geleden tussenbeide, richtte een jeugdafdeling op en betrok leden van beide bendes bij de leiding. Zowel de Gaddafi's als de Zimzims zijn nu ontbonden.

Met goede leiding bedoelt de stichting dat de stadsbesturen moeten stoppen met hun pogingen het tij te keren door het slopen van de bidonvilles zoals zij nu doen en in plaats daarvan leiding te geven aan hun groei.