Engelse premier koestert geheim van verkiezingsdatum; Thatchers opvolger staat klaar

De aanvoerder van de Engelse Labour Party Neil Kinnock heeft er uiterlijk alles aan gedaan: zijn kaalheid wordt niet meer gecamoufleerd, zijn gezicht is breder, zijn taille uitgedijd, zijn uitspraken in het Lagerhuis zijn puntiger, zijn toon is gedragener, met journalisten praat hij zelden meer en ieders beste vriend wil hij al lang niet meer zijn. Nog een, hooguit twee jaar zijn er te gaan tot de volgende verkiezingen en een ding moet duidelijk zijn: Kinnock de windbuil, Kinnock het sproetige leeghoofd en de opvliegende Kinnock bestaan niet meer. Deze week spreekt de Labourleider in Blackpool zijn partij en de natie toe en dan moet ook uit die uiterlijke metamorfose duidelijk zijn: hier staat, zo de kiezer het wil, de nieuwe premier.

De Conservatieven scharen zich een week later om hun leidster en het mag het land onder haar verantwoordelijkheid economisch dan nog zo slecht gaan, de rituele stamp-en-spreekkoren ('Ten more years! Ten more years!') van de Conservatieve partijgangers bij het aanschouwen van hun aanvoerster zullen ook dit jaar ongetwijfeld niet ontbreken. Zij zijn het afsluitend hoogtepunt van een week waarin de Conservatieve bewindslieden hun best zullen doen de veranderingen bij Labour te bagatelliseren en belachelijk te maken. Dan begint eind oktober het parlementaire jaar. Maar dit keer heeft de nieuwe zittingsperiode extra betekenis, want Margaret Thatcher koestert een pikant geheim. Zij alleen kan besluiten of ze in het nieuwe jaar verkiezingen zal uitschrijven. De premier heeft de ruimte tot de zomer van 1992, maar niemand twijfelt eraan dat ze het liefst in 1991 toeslaat, zodra de economische benauwenis maar even afneemt. Thatcher alleen weet dus of Kinnock en zij deze eerste twee weken van oktober eigenlijk al aan de strijd om haar vierde ambtstermijn zijn begonnen.

Neil Kinnock, zekerder dan ooit in de wetenschap dat Groot-Brittannie weer terug is bij het twee-partijenstelsel, beidt zijn tijd. Hem rest voorlopig alleen de voldoening dat de tegenstander bang voor hem is. Die is zelfs zo benauwd dat de Conservatieve partijvoorzitter het onlangs nodig vond al zijn collega's in het parlement te instrueren dat Kinnock beschadigd moest worden. Het Conservatieve hoofdkwartier vervaardigde een boekje met handzame voorbeelden. Op de omslag stond een foto afgedrukt die eerder dit jaar werd gemaakt bij het Mandela-popconcert in het Wembley-stadion. Kinnock en zijn aanvallige echtgenote Glenys brachten daar (als tienduizenden anderen) met gebalde vuist de ANC-groet. Het pamflet werd in de pers zo bekritiseerd, dat de Conservatieven het weer haastig terugnamen.

Wanneer de mijnwerkerszoon uit Wales deze week in Blackpool het spreekgestoelte beklimt, rode roos in het knoopsgat, warme lach om de mond, baadt hij alvast in het succes van de man die de Labour Party heeft teruggehaald van de dood. Zoveel ballast uit het socialistisch verleden heeft de partij onder zijn leiding van zich afgeschud, dat tegenstanders smalend spreken van 'tekentafel-socialisme' en trouwe aanhangers zich afvragen waar het socialistische karakter van de partij eigenlijk nog uit bestaat? Voor de kiezers die tien jaar geleden zijn overgelopen naar de sociaaldemocratische centrum-partij SDP (nu gefuseerd met de Liberalen tot Liberal Democrats) ligt dat anders. Hetzelfde geldt voor de spreekwoordelijke kleine man, met zijn nieuw verworven woningwetwoninkje en zijn pakketje aandelen. Die lijkt diep teleurgesteld in Margaret Thatcher, nu hij zijn inkomen en bezittingen ondermijnd ziet door hoge lokale belastingen, 10% inflatie en wurgende rentes op zijn hypotheek. Na tien jaar Conservatief bewind ziet hij een Labour Party die eenzijdige ontwapening heeft afgeschaft, de vakbonden hun plaats heeft gewezen, de militanten de laan heeft uitgestuurd en de zichtbare verworvenheden van de markteconomie tot de hare heeft gemaakt. Dat veranderde beeld is tot op grote hoogte de verdienste van Neil Kinnock. Alleen al om die reden nemen politieke analisten de Labourleider bijna serieus, of, in de woorden van een van hen: 'In elk geval goed om te winnen, maar nog niet om te regeren'. De omslag van het nieuwste nummer van het weekblad The Economist vat het treffend samen. Naast het sproetige hoofd van Kinnock, die staatsmanachtig van de pagina blikt, staat een woord gevolgd door een dodelijk vraagteken: 'Ready?'

Een verwijt dat altijd tegen Kinnock wordt aangevoerd, is zijn gebrek aan bestuurservaring. Datzelfde verwijt, nogal zuur jegens een partij die al elf jaar in de Oppositie zit, treft de competent opererende jonge academici, veelal van Schotse afkomst, die Kinnock in zijn schaduwkabinet om zich verzameld heeft. Een tweede verwijt dat Kinnock treft is zijn matige vooropleiding: geschiedenis en industriele betrekkingen. De Labourleider geeft grif toe dat hij op de Universiteit meer in actievoeren (tegen kernwapens o.a.) dan in studeren was geinteresseerd, maar vindt dat verre verleden geen maatstaf. Zijn, ook in de City met respect bejegende schaduw-minister van financien, John Smith, heeft Kinnock inmiddels met succes de grondbeginselen van de economie bijgebracht. Toch blijft het zijn Achilleshiel tot satanisch genoegen van premier Thatcher, die geen kans voorbij laat gaan in het Lagerhuis op te merken dat de Leider van de Oppositie er weer niets van begrepen heeft.

Geen leningen

De hoge inflatie waarmee de regering-Thatcher de Britse bevolking heeft opgezadeld, maakt het voor Labour op dit moment gemakkelijk de verdenking af te wijzen dat de economie in haar handen niet en in die van Conservatieven wel veilig zou zijn. Kinnock en Smith wachten zich er wel voor nu al prijsopjagende beloftes te doen voor een eerste regeerperiode. De enige uitzonderingen daarop zijn een toezegging tot verhoging van staatspensioenen en tot het ongedaan maken van de bevriezing van de kinderbijslag. Smith heeft een uitputtende rondgang langs financiele instellingen in binnen- en buitenland gemaakt om uit te leggen dat een regering-Kinnock niet in het wilde weg zal gaan lenen om achteraf wensenlijstjes van de vakbonden in te vullen. De inkomstenbelasting, onder de Conservatieven teruggebracht tot een maximumtarief van 40%, zal (geleidelijk) worden verhoogd tot maximaal 50% , zodat de allerrijksten een verlaging tot onder 20% (is nu: 24%) voor de allerarmsten financieren. De voorkeursbehandeling voor de vakbonden wordt ingeruild voor een 'partnership' van regering met bonden en werkgevers gelijkelijk. Een groot deel van de door Thatcher ingevoerde wetgeving ter beperking van ongelimiteerde stakingen en solidariteitsacties blijft gehandhaafd, maar er komt een wettelijk minimumloon en het Europees sociaal handvest gaat ook voor Groot-Brittannie gelden. Onderwijs en scholing van het onderontwikkelde werknemersbestand wordt een prioriteit. Financiering van dat alles moet voortkomen uit de meeropbrengst van economische groei, die niet vertaald zal worden in belastingverlaging. Blijft die economische groei uit, dan zal er gesnoeid worden in lopende uitgaven. Alleen voor kapitaalsinvesteringen zal er geleend worden. Labour staat snelle toetreding van sterling tot de EMS voor en wil daarmee bewijzen dat ze het keurslijf van prudent fiscaal beheer aankan.

Golf-factor

Het heeft er lang naar uitgezien dat Kinnock zo sterk stond, dat ook de Golfcrisis geen verschil zou maken voor zijn sterk gestegen aanzien. De opiniepeilingen bleven ook na 2 augustus, de Iraakse inval in Koeweit, aangeven dat hij als politiek leider populairder werd geacht dan Margaret Thatcher. Pas de afgelopen week veranderde die uitslag. Thatcher gaat eindelijk profiteren van wat in het jargon 'de Golf-factor' heet. In tijden van nationale crisis vergeet het volk de poll-tax, de hypotheekrente en de gestegen prijzen en kiest kennelijk nog steeds liever de 'ijzeren' Maggie als roerganger dan de sociaal bewogen Neil. Kinnock heeft dan wel tactisch geopereerd door zich constructief op te stellen achter de onmiddellijke Britse reactie op de inval in Koeweit, maar de kiezers zijn niet vergeten dat Labour's bekering van eenzijdige tot veelzijdige nucleaire ontwapening nog maar een jaar oud is. Je kunt nooit weten of onder dat buik-camouflerende kostuum, achter die gulle glimlach, onder die half-ontloken rode roos, in die hele habitus van premier-in-spe niet toch nog het hart van de voormalige vredesactivist Neil Kinnock klopt.