Duits hof verwerpt bepalingen van kieswet

BONN, 1 okt. Het Westduitse constitutionele hof heeft zaterdag in een opzienbarend vonnis uitgesproken dat bij de parlementsverkiezingen op 2 december het verenigde Duitsland niet als een kiesgebied met een kiesdrempel van 5 procent mag gelden. Evenmin acht het hof aanvaardbaar dat uitsluitend 'niet-concurrerende partijen' uit Oost- en West-Duitsland lijstverbindingen met elkaar mogen aangaan. De kansen van kleinere Duitse partijen als de Oostduitse PDS en burger-initiatiefgroepen om zetels in de Bondsdag te halen zijn daardoor sterk vergroot.

Het hof in Karlsruhe heeft de al in beide Duitse parlementen aanvaarde kieswet op die punten buiten werking gesteld, zij het dat dit alleen voor 2 december geldt. Met zijn verstrekkende oordeel heeft de constitutionele rechter klachten gehonoreerd van kleinere partijen als de PDS, opvolgster van de communistische SED, Oostduitse burgerinitiatiefgroepen alsook van de Groenen. Ook de in de DDR verboden rechtsradicale Republikaner hadden in Karlsruhe geklaagd.

De klachten kwamen er in hoofdzaak op neer dat grote (gefuseerde) Duits-Duitse partijen als de CDU/CSU, de SPD en de FDP het kiesstelsel 'op hun eigen maat' hadden gesneden en voor kleinere partijen de toegang tot de Bondsdag bijna onmogelijk hadden gemaakt. Dit omdat een 5-procentsdrempel in heel Duitsland zou betekenen dat partijen die alleen in de huidige DDR aantreden daar ruim 23 procent moeten halen. Dat wordt nu anders, zeker voor de PDS (die op 18 maart bij de Volkskammer-verkiezingen in de DDR omstreeks 16 procent scoorde). Maar ook burgerinitiatiefgroepen krijgen dadelijk meer kans op Bondsdagzetels, mits zij lijstverbindingen aangaan, bijvoorbeeld met de Groenen (die zoiets op hun partijcongres vorige week al hebben aangeboden).

Volgens het constitutionele hof zijn kiesdrempels op zichzelf toelaatbaar, de toekomstige Bondsdag is ook geheel vrij om die al dan niet in de kieswet van het verenigde Duitsland op te nemen.

Pag.5: Vervolg

Maar, zo oordeelt het hof, de eerste na-oorlogse Duitse parlementsverkiezingen worden onder zulke 'bijzondere, niet-terugkerende omstandigheden' gehouden dat een drempel van 5 procent nu juist die jonge partijen zou benadelen die pas kort geleden in de DDR konden ontstaan.

De nu afgewezen bepaling dat alleen niet-concurrende partijen lijstverbindingen mochten aangaan, was zeer voordelig voor de conservatieve DSU, de DDR-zuster van de Beierse CSU. Feitelijk als enige kleine partij kon deze DSU, die over slechts enkele procenten aanhang onder de Oostduitse kiezers beschikt, immers als 'niet-concurrerende' groep een lijstverbinding aangaan met de CSU. Dat de kieswet deze mogelijkheid juist voor de DSU opende, werd algemeen in verband gebracht met een al jaren geldende afspraak in het christen-democratische kamp. Namelijk dat de CDU niet in Beieren kandideert op voorwaarde dat de CSU dat dan daarbuiten niet doet (en dus ook niet in de huidige DDR).

Minister Wolfgang Schauble (CDU, binnenlandse zaken) deelde zaterdag mee dat hij deze week een gewijzigd ontwerp-kieswet zal voorleggen aan de met 144 DDR-parlementariers vergrote Bondsdag. Die komt, nadat de Duitse eenheid op 3 oktober een feit is geworden, op 4 en 5 oktober bijeen in de Rijksdag in Berlijn.

Schauble hoeft voor zo'n wetswijziging maar zijn la open te trekken. Hij was immers zelf een paar maanden geleden, net als het constitutionele hof nu, voorstander van gescheiden kiesgebieden (en verschillende kiesdrempels) in wat nu nog de Bondsrepubliek en de de DDR zijn. Schauble achtte dat fair tegenover de Oostduitse (kleine) partijen en kiezers. Maar hij moest destijds zwichten voor kritiek, vooral uit de SPD, dat in het nieuwe Duitse parlement geen plaats mocht zijn voor verschillend gelegitimeerde afgevaardigden. Dat gaat nu toch gebeuren, want bij gescheiden kiesgebieden met elk een drempel van 5 procent zullen op 2 december in West-Duitsland (met zijn veel grotere electoraat) voor het halen van een Bondsdagzetel bijna vijfmaal zoveel stemmen nodig zijn als in Oost-Duitsland.

De regeringscoalitie acht de verkiezingsdatum van 2 december niet in gevaar. Maar de Saarlandse campagnemanager van kandidaat-kanselier Lafontaine, Klimt, zei gisteren er nog niet zeker van te zijn dat die datum haalbaar is. SPD-fractievoorzitter Vogel zei dit weekeinde behoefte te hebben aan 'zeer zorgvuldige bestudering' van de uitspraak. Hij ontkende dat de SPD door de nu vergrote kansen van de PDS (en haar mogelijke aantrekkingskracht op linkse kiezers) electorale schade vreest. Daarentegen noemde DDR-premier De Maiziere (CDU) de uitspraak van het hof 'een knallende draai om de oren van de SPD in Oost- en West-Duitsland voor haar electorale spelletjes'. De Groenen spraken van 'een mijlpaal in de rechtsgeschiedenis van de Bondsrepubliek' en 'een succes tegen de machtsarrogantie en overmoed' van de grote partijen.

Het Westduitse constitutionele hof heeft in de geschiedenis van de Bondsrepubliek vaker op de valreep meerderheidsbesluiten van de politici in Bonn gecorrigeerd. In april 1983 bijvoorbeeld dwong het tot wijziging van de volkstellingswet, in maart '77 oordeelde het dat het gebruik van belastingmiddelen voor verkiezingsreclame in strijd was met het beginsel van gelijke politieke kansen. In februari '75 deed het hof een uitspraak die ook vandaag nog een rol speelt in de politieke- en wetgevingsdiscussie, het wees toen een wet die abortus in de eerste drie maanden van de zwangerschap strafbaar stelde af als ongrondwettig. Sindsdien geldt in de Bondsrepubliek een wettelijke verplichting voor vrouwen die abortus willen om zich aan de uitkomst van medisch-sociale consultatie te onderwerpen.