De toekomst als gevangene van het verleden

Het Zuidafrikaanse politieke toneel biedt op het ogenblik een schouwspel vol contradicties, om niet te zeggen ongerijmdheden. In zijn vierde en laatste beschouwing over de politieke ontwikkelingen in Zuid-Afrika vraagt de auteur zich af of de zwarten erin zullen slagen, ondanks de aanwezigheid van een blanke overmacht op vrijwel ieder gebied, voldoende initiatief te ontplooien om zichzelf te redden en te ontwikkelen. De eerdere beschouwingen verschenen op 10, 17 en 24 september op deze pagina.

Hoe verdeeld en verscheurd het land ook is, slechts twee van de vele groepen zijn tot de onderhandelingstafel toegelaten: de regerende Nationale Partij en het ANC. Terwijl niets minder wordt beoogd dan een volkomen nieuw politiek bestel, is de voorbereiding formeel in handen gelegd van een commissie van nog geen tien man. Alsof dat al niet riskant genoeg is, treden uit dit kleine gezelschap slechts twee figuren voortdurend prominent op de voorgrond: F. W. de Klerk en Nelson Mandela. Zij personifieren de toekomst van Zuid-Afrika in een periode waarin die toekomst onzekerder is dan ooit tevoren.

De ongerijmdheden zijn daarmee nog niet uitgeput. Wat primair wordt nagestreefd, is constitutionele hervorming. Wat echter ontbreekt, is een nationale burgerij waarop die constitutie kan rusten, laat staan dat er een volksgemeenschap is die om een nieuwe constitutie heeft gevraagd. Veeleer is er sprake van een poging van bovenaf een grondwettelijk bestel te ontwerpen waarin in ieder geval de meerderheid van de bevolking zal willen wonen.

Wat immers niet moet worden vergeten is het eenvoudige maar niettemin verbijsterende feit dat de zwarte meerderheid niet uit staatsburgers bestaat en door de meeste blanken evenmin als zodanig wordt beschouwd. Van hun kant hebben de zwarten begrijpelijkerwijs geen loyaliteit voor staat en overheid ontwikkeld. Hun positie is daarom niet die van een politieke oppositie maar van politieke outsiders.

De gigantische taak waarvoor de leiders van het 'nieuwe Zuid-Afrika' zich gesteld zullen zien, is de integratie van deze meerderheid van buitenstaanders in een nationaal politiek bestel. Die taak wordt extra bemoeilijkt door het bestaan van interne tegenstellingen in de zwarte gemeenschap, dit is deels een oud oud gegeven, deels door de apartheid bevestigd of zelfs versterkt.

Naar ik meen wordt er op het ogenblik dan ook al te gemakkelijk gesproken van een toekomstig non-raciaal Zuid-Afrika. Het lijkt vooralsnog realistischer tevreden te zijn als er een ordelijk en tolerant multi-raciaal, multi-etnisch bestel tot stand kan worden gebracht. Het zou wel eens olie op het vuur kunnen betekenen als de vroegere politiek van gedwongen segregatie domweg wordt vervangen door een beleid van gedwongen integratie en unificatie.

Onderontwikkeling

Zuid-Afrika is tegelijk een hoog-ontwikkeld en een ontwikkelingsland. De onderontwikkeling is onvoorstelbaar ernstig zoals enkele cijfers laten zien. Veertig procent van de tot arbeid geschikte bevolking is werkloos en van deze werklozen is 95 procent zwart; 65 procent van de zwarte huishoudens heeft een inkomen onder de armoedegrens; 7,4 miljoen zwarten wonen in slechts 400.000 wooneenheden, wat neerkomt op gemiddeld achttien personen per eenheid. Nog een vergelijkingscijfer: circa 83 procent van de blanken heeft een jaarinkomen van meer dan 16.000 Rand (ongeveer f. 10.000, -); van de zwarten is dat slechts 5 procent (uit: Business Day, 25 juli 1990).

Het is onvermijdelijk dat het lopende politieke debat door dergelijke cijfers wordt beheerst. Aan de ene kant bestaan er bij vele zwarten, ook bij zwarte leiders, ongefundeerd hoge verwachtingen over de toekomst. Te gemakkelijk wordt aangenomen dat zwarte macht ook zwarte welvaart zal brengen. Hier en daar leven uiterst primitieve voorstellingen over wat er gaat gebeuren. Er zijn huisbedienden die geloven dat de woning waar zij werken 'na de revolutie' hun eigendom wordt. Handige 'colporteurs', hoorde ik vertellen, vergaren 'verzekeringspremies' onder deze mensen opdat zij straks van de overdracht van het huis zeker kunnen zijn.

Ook heel wat realistischer verwachtingen zijn te hoog gespannen. Zo relatief gemakkelijk als politieke macht is te verdelen, zo moeilijk laat zich welvaart spreiden, tenzij door massale confiscatie en herverdeling, die niemand verwacht.

De zwarte partijen die zich nu voor deelneming aan de politieke macht opmaken, kunnen zich echter aan de roep om welvaartsspreiding moeilijk onttrekken. Zij zouden zelfs volstrekt ongeloofwaardig worden als zij hun aanhangers geen uitzicht boden op een beter materieel bestaan.

Bij de blanken zijn de verwachtingen spiegelbeeldig.

Zij begrijpen wat power sharing is en kunnen er enig begrip voor opbrengen, maar zij maken zich hogelijk bezorgd over de consequenties van een machtsverschuiving op terreinen als welvaart en eigendom. Ze kunnen zich vaak ook niet goed voorstellen wat er van hen zal worden gevraagd. Ook in hun kring circuleren primitieve verwachtingen, als zou de veiligheid van eigen huis en hof worden bedreigd. De aloude vrees voor 'die swart gevaar' leeft op.

Op een meer abstract niveau, zij het niet zeer intensief, wordt gedebatteerd over kwesties als nationalisatie en socialisatie van de voornaamste produktiemiddelen. Wat men van ANC-zijde ten minste wenst, is een grotere mate van overheidsinterventie om de rijkdom van het land voor bredere groepen toegankelijk te maken. Erg helder is het allemaal nog niet.

De eisen komen historisch gezien op een ongelukkig moment. Plannen tot transformatie van de economie in een of andere vorm van socialisme of overheidsbeheer staan haaks op de mondiale trend in de richting van privatisering waarin ook de Zuidafrikaanse regering meegaat.

Wat de toekomst in politiek opzicht ook mag brengen, nu reeds staat vast dat ieder nieuw regime onvermijdelijk te maken krijgt met nagenoeg onoplosbare problemen in de sociaal-economische en sociaal-politieke sfeer. Het is voor alle partijen daarom te hopen dat de Zuidafrikaanse economie niet verder zal wegglijden en dat het buitenland bereid zal zijn toekomstige Zuidafrikaanse ontwikkelingsprogramma's met kracht te steunen. Anders dan elders in Afrika zouden dergelijke programma's hier wel eens succesvol kunnen zijn.

Afrika

Zich met overig Afrika vergelijken is in Zuid-Afrika een nationale sport. Zelfs degenen die zich, met trots, 'Afrikaners' noemen, gebruiken 'Afrika' niet zelden als een negatief begrip. Als zwarten te laat komen, heet dat 'African time'. Het barbaarse geweld in de zwarte woongebieden wordt zuchtend afgedaan met de uitdrukking: 'dat is Afrika'.

'Afrika' staat ook als waarschuwingsbord langs de weg naar de toekomst. President De Klerk zegt het openlijk: het nieuwe Zuid-Afrika zal niet worden zoals andere Afrikaanse landen. Zelfs van ANC-zijde kan men zich niet onttrekken aan de algemeen heersende huiver voor 'Afrika'. ANC-voorman Albie Sachs hoorde ik met nadruk betogen dat 'Afrika' geen bruikbaar model voor de toekomst biedt. Juist de ANC-ers in ballingschap, levend in andere Afrikaanse landen, hebben aan den lijve ondervonden wat autoritaire regimes, culturele onvrijheid en staatseconomisch mismanagement kunnen aanrichten.

Toch blijft in brede kring ongerustheid bestaan. Telkens weer wordt er op gehamerd dat in de toekomst de geldende maatstaven niet mogen worden verlaagd. Op een conferentie van het South African Institute of Management op 21 juli betoogde de inleider dat de verwachte inschakeling van zwarten in het post-apartheidsbedrijfsleven het prestatieniveau niet mag aantasten. Meteen volgt het bekende schrikbeeld: 'Production must be high or we will slide to the same level as Africa north of here. Things such as performance ratio's are not white values, they are company values.' (Sunday Star, 22 juli 1990).

Een soortgelijke waarschuwing klonk op een symposium van de afdeling chemische technologie van de Zuidafrikaanse Akademie op 11 augustus. Het onderwijs moet over de hele linie het niveau van een Eerste Wereldland handhaven, anders zakt Zuid-Afrika economisch weg naar het peil van een Derde Wereldland.

Een enkeling toont zich openlijk sceptisch. Een Stellenbossche econoom, professor Terreblanche, poneerde in een geharnast kranteartikel dat blank Zuid-Afrika ver boven zijn stand leeft. Het is daarom onzinnig als nu aan iedereen een toekomstig hoog levenspeil wordt beloofd. Veeleer zullen de verwende blanken hun levensstandaard naar dat van een Derde Wereldland moeten terugschroeven. (Argus, Weekendeditie 14 juli 1990).

De tijd zal leren wie er gelijk krijgt. Optimisten verzekerden mij dat Zuid-Afrika, in ieder geval potentieel, een buitengewoon rijk land is dat economische mogelijkheden genoeg heeft om de gehele bevolking, mits beter geschoold, een goed bestaan te verschaffen. Weliswaar zijn de zwarten in meerderheid nog arm, maar wie hun situatie vergelijkt met een jaar of twintig geleden, moet onder de indruk komen van de vorderingen die sindsdien zijn gemaakt. En dan volgde er doorgaans een vloed van indrukwekkende cijfers.

Pessimisten daarentegen schetsten mij het Zuid-Afrika van de toekomst als een land met een Zuidamerikaanse structuur: een raciaal geheel geintegreerd politiek systeem alsmede grote, welvarende, raciaal gemengde steden waaromheen een miljoenen bevolking van zwarte paupers in onafzienbare krottenwijken.

Kernvraag

Probeer ik mijn eigen overpeinzingen tot een kernvraag terug te brengen, dan is het deze: zullen de zwarten erin slagen, ondanks de aanwezigheid van een blanke overmacht op vrijwel ieder gebied, voldoende initiatief te ontplooien om zichzelf te redden en te ontwikkelen?

Met 'overmacht' bedoel ik niet een politiele, militaire of zelfs politieke overmacht. Ik denk veeleer aan de enorme economische en intellectuele voorsprong die het blanke bevolkingsdeel op de zwarte massa heeft genomen en aan het psychologisch effect hiervan op de achtergeblevenen.

De toekomstige ontwikkeling van Zuid-Afrika is immers in die zin uniek dat de blanke minderheid niet, zoals in voormalige kolonien elders is gebeurd, zal wegtrekken. Zij blijft, met een sterkte van vijf miljoen, ter plaatse, terwijl de zwarte bevolking van 25 miljoen haar emancipatie definitief begint.

Velen vragen zich met reden af of de blanken, met hun gevestigde belangen, bereid zullen zijn de zwarten te laten meedelen. Belangrijker lijkt mij de vraag of de zwarten erin zullen slagen zich te ontworstelen aan de loden last van de allerwegen gedemonstreerde blanke superioriteit, deels reeel, deels vermeend. Zullen zij weten te ontkomen aan het gevaar van blank paternalisme en tegelijk weten te profiteren van de rijke technologische, economische en intellectuele kennis en ervaring die het blanke geschenk aan Afrika is?