CDA en PvdA huiverig voor meer accijns op benzine

DEN HAAG, 1 okt. De fracties van CDA en PvdA overwegen de voorziene accijnsverhoging op benzine af te wijzen, maar zoeken nog naar een manier om toch 300 miljoen gulden voor het openbaar vervoer binnen te krijgen. Het kabinet wil de accijns op benzine op 1 november met acht cent verhogen. De regeringsfracties zijn huiverig geworden voor die verhoging, omdat de prijs van een liter benzine de laatste weken als gevolg van de Golfcrisis al fors is gestegen.

Een aantal CDA-kamerleden uitte enkele weken geleden bezwaren tegen de accijnsverhoging. Direct daarop lieten ook PvdA-kamerleden weten dat een extra verhoging van de benzineprijs ongelegen komt nu die prijs toch al met sprongen omhoog is gegaan. Afgelopen zaterdag, tijdens een partijraad van de PvdA, liet fractievoorzitter Woltgens weten dat zijn fractie zich zal verzetten tegen de accijnsverhoging. Minister van Financien Kok heeft enige tijd geleden al gezegd dat hij alternatieven voor de accijnsverhoging serieus met de Kamer wil bespreken. Hij voegde daar aan toe niet te zullen gaan tornen aan het bedrag van 300 miljoen gulden dat de accijnsverhoging jaarlijks zou opleveren. Dat geld wil het kabinet inzetten voor het openbaar vervoer.

Bij het CDA is het definitieve standpunt over het door laten gaan van de accijnsverhoging nog onzeker. Dat zal mede afhangen van de ontwikkeling van de olieprijs en het alternatief waarnaar samen met de PvdA wordt gezocht. Er is al aan gedacht de extra aardgasinkomsten te gebruiken voor het openbaar vervoer, maar de PvdA wijst dit af omdat het een onzekere inkomensbron is. Daarnaast wordt gespeeld met het idee de accijnsverhoging in te zetten als een soort 'wiebeltax', die kan worden gebruikt om in deze tijd van elkaar snel opvolgende prijsverhogingen de benzineprijs te stabiliseren.