Zeven dolende fantasten voor monochroom grijze wanden

De voorstelling van De Fantasten dient zich aan als een eindeloze golfslag van woorden en zinnen. Regie noch decor komen de toeschouwer enigszins tegemoet. Theatrale verbeelding ontbreekt. Het oog staart ruim drie uur naar de kale, monochroom grijze wanden van theater De Balie. Slechts blauwgeverfde trottoirtegels en in het luchtledige opgehangen, groen beschilderde ramen geven een enkel accent. De acteurs gaan in het zomerwit gekleed. Ze staan of zitten, voeren eindeloos uitgesponnen dialogen met elkaar. De dramaturgie is die van het absolute minimum; de mise-en-scene die van de roerloosheid.

Dit klinkt als waaghalzerij, te meer daar het moeilijk is greep te krijgen op de personages die Robert Musil ten tonele voert. Het zijn dragers van ideeen, geen figuren die drijven op de adem van de hartstocht. Feitelijk zijn het, net als in Musils meesterwerk, mensen zonder eigenschappen. In het Duitse 'Schwarmer' schuilt ook dweepzucht dweepzucht met gedachten en duizelingwekkende paradoxen. Het intellect legt een glazuur van rationalisatie over wellust en hartstocht. De fantasten zijn ook bange mensen. Al dringt men met gemak elkaars liefdes- en gevoelswereld binnen, tegelijk gedraagt men zich kies en kuis. Leugen dekt de waarheid toe, en de waarheid ontmasker je slechts door te liegen. De waaghalzerij van de regie echter is maar schijn; het stuk wordt niet opengebroken, het blijft gesloten als een oester.

In 1983 ensceneerde Peter de Baan De Fantasten als een transparante verhandeling over zeven dolende, dwaze zielen. Hoe ver, leek De Baan te willen zeggen, kan een mens gaan in zijn fantasiewereld zonder anderen schade te berokkenen? Aangezien het stuk vooral een luisterstuk is, moeten aan de stemmen van de acteurs de hoogste eisen worden gesteld. Dictie bepaalt de kwaliteit of zorgt anders voor de straf van verveling. Bij de acteurs van zeven jaar terug lukte het goed een band te leggen tussen tekst en spiritituele aanwezigheid op het toneel; de spelers van de nieuwe versie van dit reusachtige toneelwerk missen de gave om de toeschouwer slechts met hun stem aan zich te kluisteren.

Elke versnelling of vertraging is rigoureus uit de tekstbehandeling verbannen. Alles is molto monotono. De stemmen van de acteurs zijn inwisselbaar, evenals hun kleding. Ze denken niet hardop, evenmin laten ze de dramatische gebeurtenissen op het moment van acteren ontstaan, zoals toch de essentie van toneel het wil, ze zeggen hardop hun uit het hoofd geleerde dialogen op. Het gezelschap vergt van de toeschouwer geduld en compassie voordat de schoonheid en het drama van Musils tekst beginnen te leven. De opdracht luidt: dwars door de stemmen, die niet werkelijk sporen met de tekst, luisteren naar de taal van Musil. Dan blijkt De Fantasten een ongekend sterk toneelwerk te zijn over de mens van deze eeuw die kiest maar niet kan kiezen, die de werkelijkheid verruilt voor leugen en bedrog, die zichzelf in fragmenten uiteen gescheurd ziet. Zo naakt is Musils mens. Maar die naaktheid moet in alle gloed op het toneel getoond worden om impact te krijgen, anders is naaktheid niets dan kilte.

    • Jan van den Berg
    • Kester Freriks Voorstelling
    • M 6
    • Jos Verest E.A. Gezien 26
    • Wimie Wilhelm
    • Hans W. Bakx
    • Amsterdam. te Zien t