Woltgens, een vrije politicus

DE BEELDSPRAAK van onze politici ligt voor het oprapen. De liberaal Bolkestein putte onlangs uit het geestelijk erfgoed van zijn doelwit toen hij het geschutter van de premier verklaarde uit diens door de arrogantie van de macht gevoede overmoed om op het water te willen lopen. Lubbers zelf bediende zich van een eenvoudig 'het land is ziek' toen hij voor zijn nieuwste ideeen met betrekking tot mens en samenleving een oplettend gehoor vroeg. De socialist Woltgens liet zich door de klassieken inspireren toen hij al improviserend vaststelde dat de politici in Nederland zich als Odysseus aan de mast hebben laten vastbinden.

De voorzitter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer blijkt geen angst te hebben voor het Sirenengezang dat hem tegemoet klinkt. Anders dan zijn collega's laat hij zich graag verleiden en is hij bereid zijn scheepje op de klippen te laten lopen dat zou immers het lot van de Griekse held zijn geweest als hij zich vrij op het dek had kunnen bewegen. Of zou Woltgens de mythe niet tot dit bittere einde hebben doordacht? Beeldspraak als bananeschil.

DE POLITIEK is opgeschrikt door het wegblijven van de kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen. De christendemocratische voorman Brinkman vulde de zomerleegte met het kenbaar maken van zijn gedachten over de bestrijding van dit a-democratische verschijnsel. In zekere zin was zijn remedie simpel: maak de gemeenten handelingsbekwaam en de kiezer zal ze niet langer veronachtzamen. Brinkmans diagnose klonk als een verwaaide echo uit het jaar '66 toen de Democraten de noodzaak van het overbruggen van de afstand tussen kiezer en gekozene in het middelpunt van de belangstelling plaatsten. De leider van het centrum wenste de politiek nu als het ware thuis op de deurmat te deponeren opdat geen kiezer haar kon ontlopen.

Niet nodig, oordeelt Woltgens. De kiezer mijdt misschien de stembus, maar hij manifesteert zich als briefschrijver en in het collectief van de actiegroep. Hij wendt zich wel degelijk tot de politiek, maar de politiek gaat schuil achter de woekerende advisering. Laat de politiek weer zichtbaar worden, onder het motto 'de samenleving is maakbaarder dan we jarenlang hebben willen toegeven'. Het gaat niet aan het probleem van de toenemende arbeidsongeschiktheid aan de sociale partners over te laten en de Sociaal-Economische Raad het beslissende woord te laten spreken.

MISSCHIEN HEEFT de fractievoorzitter van de PvdA het zo niet bedoeld, maar zijn opmerkingen zijn van een liberale kwaliteit. Het is hier niet de plaats om de geschiedenis te schrijven van de opkomst van het nationale, regionale en lokale adviseringswezen, van de inburgering van 'de verantwoordelijkheid in eigen kring', van het bewierookte Nederlandse overlegcircuit, van de consensusdemocratie waarover in de loop der tijden zelfs buitenlandse geleerden zich met aandacht hebben gebogen. Maar de rooms-rode wederopbouwperiode komt in de herinnering, alsmede de participatiedemocratie die de smalle marges die het bestuur nog waren gelaten in delicate partjes opdeelde. Totdat nog niet zo lang geleden het individu werd herontdekt, egocentrisch als altijd, de achtergebleven ondeelbare kern van het versplinterde collectivisme.

Als we Woltgens goed hebben begrepen, zal er iets moeten plaatshebben verhoudingsgewijs in de orde van grootte van de gebeurtenissen in Oost-Europa. Een ontwikkeling van tientallen jaren zal ongedaan moeten worden gemaakt. Een implosie zal zich in de Nederlandse samenleving dienen te voltrekken die ruimte schept voor een wederopstanding van de politiek, of beter van de politicus die verantwoordelijkheid neemt en deze niet afschuift naar 'commissies van wijze mannen'. Woltgens: meer parlement, niet meer ambtelijke bureaucratie. Geen politiek die de uitkomst bevestigt van wat door ambtelijke en maatschappelijke groepen is voorgekookt, geen politiek die slechts opkomt voor het belang van een enkeling of van een groep, maar een politiek die in het teken staat van het algemeen belang. 'Ik pleit voor een eerherstel van dat lang verguisde begrip.'

HIERMEE ZIJN we weer terug bij het begin. De leer wil dat ooit de toppen van de Nederlandse 'zuilen' zich naar elkaar toe bogen om het algemeen belang, uiteraard zoveel mogelijk in nationale termen, te definieren. Maar uit de brokstukken van de zuilen zijn vervolgens de blokkades opgeworpen die langzamerhand iedere ontwikkeling tegenhouden. Er is een meerderheid voor het goede, het beheer van het milieu bijvoorbeeld, maar er vormt zich ook altijd een meerderheid tegen iedere maatregel die dat goede moet helpen verwezenlijken. Bij ontstentenis van de voormannen van weleer formuleert een ieder zijn eigen algemeen belang.

Woltgens erkent dat de ontzuiling een rol speelt. De burgers, meent hij, willen zich niet meer 'met huid en haar aan een politieke organisatie binden'. Dat kan, zoals hij kennelijk veronderstelt, een gevolg zijn van de verdwijntruc die de politiek te lang heeft toegepast. Maar waarschijnlijk is er meer aan de hand: een politieke partij, hoe gedetailleerd haar programma ook is, zal in de praktijk compromissen moeten sluiten. Die compromissen zullen slechts voor een deel samenvallen met wat het individu als zijn belang ziet. Stemmen of niet-stemmen vormt een van de instrumenten om dat belang te verdedigen en onder de aandacht te brengen, daaropvolgend dient zich een keur aan van maatschappelijke hefbomen waarmee de politiek doeltreffend kan worden bijgestuurd.

DE MAATSCHAPPELIJKE webvorming waar Woltgens de ragebol door wil halen, is de onvermijdelijke metgezel van de ontzuiling. Zij is de maskering waarachter de politieke handel van alle dag zich voltrekt, de gestoffeerde buffer die de schok dempt waarmee de burger van tijd tot tijd met de werkelijkheid wordt geconfronteerd en waarmee de politiek de burger op afstand houdt.

Woltgens noemt het financieringstekort en de lastendruk sacrosancte Haagse piketpalen die de bewegingsvrijheid belemmeren. De Nederlandse volgzaamheid ten aanzien van de monetaire discipline van de Bundesbank is volgens hem onzin. De politicus die de samenleving weer wil 'maken', die daarvoor 'handelingsvrijheid' voor de politiek opeist, legt op deze wijze echter bij voorbaat hamer en beitel uit handen. Zonder middelen valt er immers niets te maken. Met de belofte dat wat onontkoombaar is, kan worden vermeden, verdwijnt ook Woltgens in de Haagse coulissen. Klonk daarachter het gezang van de Sirenen?