Westerse oliestroom vertoont kwetsbaar evenwicht

PARIJS, 29 sept. De olievoorziening van de Westerse wereld bevindt zich, ondanks de verhoogde produktie van enkele OPEC-landen, in een fragiel evenwicht. Momenteel worden net genoeg ruwe olie en olieprodukten op de markt aangeboden om in de vraag te voorzien, maar dit kan snel omslaan in een flink tekort.

Oorlogshandelingen in het Midden-Oosten kunnen de olievoorziening ernstig verstoren, maar ook een vroeg invallende en koude winter, ongelukken met olie-installaties of storingen bij raffinaderijen zouden snel tot een tekort in de brandstofvoorziening leiden. Dit blijkt uit de jongste gegevens van het Internationaal Energie Agentschap (IAE) in Parijs, die het gisteren publiceerde.

Het bestuur van het IEA, dat gisteren voor de derde maal na het uitbreken van de Golfcrisis bijeenkwam, beoordeelt de situatie als 'hanteerbaar, maar niet comfortabel'. De lidstaten hebben gisteren afgesproken, aldus IEA-voorzitter dr. U. Engelmann, om bij een verstoring van de olievoorziening direct bijeen te komen en gezamenlijk noodmaatregelen te nemen. Die behelzen het inzetten van strategische voorraden en vermindering van het olieverbruik.

Voor Nederland zal die laatste maatregel vooral vermindering van het verbruik van motorbrandstoffen betreffen, omdat voor verwarming en dergelijke in ons land vrijwel uitsluitend aardgas wordt gebruikt. Het noodscenario van het ministerie van economische zaken begint met een oproep aan automobilisten om vrijwillig minder en minder snel te rijden. Mocht dat onvoldoende helpen, dan kan de bevoorrading door de oliemaatschappijen aan afnemers worden beperkt en ten slotte zijn verplichte maatregelen mogelijk tot selectiever autogebruik. Een lagere maximumsnelheid, benzinedistributie en autoloze zondagen zijn daarvoor de middelen.

Minister-president Lubbers zei gisteren in Den Haag dat de regering niet van plan is de strategische olievoorraden in Nederland aan te spreken om daarmee een lagere olieprijs te bewerkstelligen, omdat de hoge prijzen niet zozeer het gevolg zijn van een stagnerende olie-aanvoer maar van speculatie. De Verenigde Staten hebben deze week bij wijze van proef besloten een klein deel van de strategische reserves (een procent van de 590 miljoen vaten olie die in diep gelegen zoutmijnen liggen opgeslagen) op de markt te brengen.

Volgens het IEA zijn er momenteel dank zij de verhoogde produktie van Saoedi-Arabie, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela en een vermindering van de voorraden van oliemaatschappijen in de Westerse landen nog geen tekorten aan olie of olieprodukten. Maar het hogere risico van een tekort duurt voort, aldus het communique. De komende maanden, wanneer de vraag naar olie en produkten toeneemt, wordt de situatie moeilijk.

Uit de jongste cijfers van het IEA blijkt dat bij een onveranderde situatie in het Golfgebied in het laatste kwartaal van dit jaar wereldwijd al een groter beroep op de voorraden moet worden gedaan: van 1,3 miljoen vaten per dag in dit kwartaal naar 1,7 miljoen vaten per dag in de komende drie maanden.

Het agentschap deed gisteren een beroep op de lidstaten om alvast een reeks maatregelen te nemen: intensivering van energiebesparing, directe doorberekening van prijsverhogingen aan de consument, waar mogelijk omschakeling van olie op andere brandstoffen en het wegnemen van belemmeringen bij de olievoorziening, bijvoorbeeld door het vertragen van milieumaatregelen. Het IEA voorziet dat de sterke prijsstijging voor olie en de lagere economische groei in de OECD-landen (het Westen en Japan) die daarvan het gevolg is de vraag naar brandstoffen in het laatste kwartaal van dit jaar met bijna twee procent (600.000 vaten per dag) vermindert. Onder normale omstandigheden zou sprake zijn van een lichte stijging van de vraag. In de niet-OECD-landen daalt de vraag slechts marginaal, mede door een stijging van het brandstofgebruik voor militaire doeleinden.

Bij de oprichting van het IEA, kort na de eerste oliecrisis van 1973, besloten Frankrijk, Finland en IJsland niet toe te treden. De Franse regering vreesde destijds dat het lidmaatschap haar betrekkingen met de Arabische landen zou schaden. Vorige maand hebben de Fransen het lidmaatschap aangevraagd, gisteren gevolgd door de Finnen. Beiden landen waren gisteren als toehoorder vertegenwoordigd bij het IEA-beraad.

    • Theo Westerwoudt