VS steeds meer in ban van Japanse lobby

ROTTERDAM, 29 sept. Stel dat een land een politieke campagne in de Verenigde Staten zou voeren alsof het na de Republikeinen en Democraten de ontbrekende derde politieke partij is.

Stel dat dat land jaarlijks meer dan honderd miljoen dollar uitgeeft om duizend lobbyisten in Washington in te huren zoals topadvocaten, hoge ambtenaren, voorlichters, politieke adviseurs en zelfs voormalige presidenten.

Stel dat het land nog eens driehonderd miljoen per jaar uittrekt voor een landelijk netwerk om de politieke besluitvorming in Washington te beinvloeden.

Dit is geen fantasie, maar werkelijkheid. Het land dat deze campagne voert is Japan, beweert de Amerikaanse econoom en voormalig ondernemer Pat Choate. Hij schrijft dit in een artikel in het september-nummer van de Harvard Business Review dat net is verschenen.

Choate stelt dat een derde van de belangrijkste topambtenaren van het bureau van de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger de overheidsdienst tussen 1973 en 1990 verliet om als propagandist voor een ander land te werken. De meesten voor Japan. Verschillende handelsfunctionarissen lobbyden voor een Japans bedrijf, terwijl ze tegelijkertijd namens Amerika met de regering in Tokio onderhandeldingen voerden over hetzelfde onderwerp, zegt Choate.

De publicatie in de Harvard Business Review is een voerproefje van zijn nieuwste boek Agents of Influence over de machtige Japanse lobby in Washington dat begin oktober in Amerika verschijnt. Choate verwacht dat zijn boek op Capitol Hill, waar het Congres zetelt, de nodige opschudding teweeg zal brengen. Het debat over de invloed van Japan op de Amerikaanse politiek, dat begin jaren tachtig op een laag pitje stond toen de Japanse lobby in de gangen van het Congres zichtbaar werd, kan met het boek een nieuw kookpunt bereiken.

De auteur, die als onafhankelijk economisch adviseur kantoor houdt in Washington, heeft nu al een p.r.-bureau ingehuurd om alle nieuwsgierige journalisten en ongeruste politici van het lijf te houden. Soms neemt hij zelf nog de telefoon op.

'Japan beschikt over het meest geraffineerde en succesvolste politiek-economische apparaat in de Verenigde Staten', zegt de 49-jarige Choate, tot voor kort werkzaam als vice-president bij het Amerikaanse high-techbedrijf TRW Corp. in Cleveland. 'De Japanse lobby in Amerika is veel uitgebreider en effectiever dan die van Amerikaanse politieke partijen, vakbonden of ondernemingen'.

Choate, ook wel omschreven als een Japan-basher, zegt dat hij niet de bedoeling heeft Japan in een kwaad daglicht te stellen. Hij gebruikt Japan 'alleen als voorbeeld' omdat het Japanse propaganda-apparaat in Amerika zo omvangrijk is en er het meeste geld vierhonderd miljoen dollar per jaar mee gemoeid is. 'Dat is meer dan de twaalf landen van de Europese Gemeenschap samen uitgeven aan lobbyen in Washington'.

'Mijn boek gaat niet over Japan', zegt Choate, 'het gaat over politieke corruptie'. Hij is als Amerikaans burger bezorgd over de ethiek van de Amerikaanse regering. 'Ik ageer tegen de hebzucht en het eigenbelang van veel Amerikanen in Washington. Topambtenaren mogen zichzelf niet verrijken ten koste van hun land. Lobbyen is niet verboden, maar het is onethisch'.

Ronald Reagan spant volgens Choate de kroon. In oktober 1989 zei de voormalige president van Amerika tijdens een bezoek aan Tokio dat de handelsproblemen tussen beide landen veroorzaakt werden door 'protectionisten' in Washington. Reagan was een weekje ingehuurd door het Japanse (pers)conglomeraat Fujisankei Communications Group en toucheerde twee miljoen dollar voor zijn uitspraken. 'Iedereen kan door de Japanners worden gekocht, als de prijs maar hoog genoeg is', zegt Choate.

'De lobby van Japan is niet te vergelijken met die van andere landen in Amerika omdat de Japanse propaganda deel uitmaakt van een goed geregisseerde politieke en economische strategie. Dit is al bezig sinds het begin van de jaren tachtig toen de spanningen tussen beide landen opliepen vanwege het grote handelstekort van Amerika met Japan', meent Choate die als ondernemer bij het elektronicabedrijf TRW de nodige ervaring met Japanse bedrijven en politici heeft opgedaan.

Het inhuren van lobbyisten in Washington heeft Japan volgens Choate geen windeieren gelegd. 'Japanse bedrijven hebben in Amerika succes geboekt op het gebied van televisies, elektronica, grote computers, satellieten, chips en ze konden sommige voor Japan negatieve handelswetten ontlopen'.

Choate vindt dat de politieke invloed van Japan in Washington Amerika's nationale soevereiniteit bedreigt. 'De Japanse acties leveren Japanse bedrijven en de Japanse regering voordeel op ten koste van Amerikaanse bedrijven en de Amerikaanse bevolking'. Choate's tegenstanders hebben hem, nog voordat zijn boek verschenen is, van xenofobie en McCarthyisme beschuldigd. De auteur zou met zijn boek een 'heksenjacht' op Japan en Japan-sympathisanten losmaken vergelijkbaar met de lastercampagne die de politicus McCarthy in de jaren vijftig tegen communisten teweeg bracht.

Japan zelf lijkt zich niet zo druk te maken om Choate's aantijgingen. 'Ik zie niet in wat er verkeerd is aan lobbyen, laat staan dat het onethisch is', reageert Hiroshi Hirabayashi, economisch 'minister' bij de Japanse ambassade in Washington. 'Welk bedrijf wil de Amerikaanse handelspolitiek nu niet beinvloeden'. Van een bedrag van vierhonderd miljoen dollar dat Japanse bedrijven en overheidsinstellingen jaarlijks uittrekken om de publieke opinie in Amerika te beinvloeden is hem niets bekend.

Choate vindt echter dat lobbyen door het buitenland in Amerika aan banden moet worden gelegd. 'De manipulatie van Amerika's politieke en economische systeem brengt de toekomst van ons land in gevaar'. Hij vindt niet dat deze vorm van propaganda moet worden verboden. Wel moeten politici en ambtenaren bij het verlaten van de overheidsdienst worden verplicht tien tot vijftien jaar te wachten met het accepteren van een lobbybaan voor buitenlandse bedrijven en instellingen. Verder moeten alle lobbyisten worden geregistreerd.

'Hoe kan Amerika een gericht handelsbeleid ontwikkelen ten aanzien van Japan als velen hun handen niet vrij hebben?', roept Choate uit. 'Alleen als je weet waar alle betrokkenen staan, kan Amerika het debat over een gerichte handelspolitiek beginnen'.

Wie op zijn hitlijst van 'buitenlandse agenten' staan wil Choate nog niet zeggen. De auteur is op zijn hoede want hij verwacht scherpe aanvallen van politici in Washington. Het wachten is op zijn boek. Daarin staat wie wat betaalt krijgt van Japanse bedrijven.

Hiroshi Hirabayashi van de Japanse ambassade zal Choate's boek in ieder geval niet kopen. 'Ik ga mijn waardevolle geld niet aan dat boek besteden', zegt hij laconiek. 'Choate overdrijft de invloed van Japan op de Amerikaanse politiek enorm. Hij is een uitstekende demagoog'.

    • Michèle de Waard