Vredesoverleg Angola boekt vooruitgang in Lissabon

ROTTERDAM, 29 sept. Het radiostation Verzetsstem van de Zwarte Haan, sprak van 'besprekingen tussen onze glorieuze UNITA-beweging en de illegale en corrupte regering'. De aangesproken regering zei bij monde van minister van buitenlandse zaken Pedro de Castro-Van Dunem, al heel veel 'goede wil' te hebben getoond en vroeg UNITA haar 'oorlogszuchtige houding op te geven'. In deze sfeer begon maandag in Lissabon de vierde onderhandelingsronde tussen de marxistische regering van Angola en de verzetsbeweging UNITA, in een poging de vijftien jaar oude burgeroorlog te beeindigen.

Desondanks meldden Portugese bemiddelaars gisteren dat beide zijden zich aanmerkelijk soepeler hadden betoond dan de vorige ronde deed vermoeden, ook al ligt er nog geen akkoord klaar ter ondertekening. De strijdende partijen zouden het in principe eens zijn geworden over het toezicht van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie op de naleving van een uiteindelijke wapenstilstand. Ook het belangrijkste twistpunt van voorheen, de uitvoering van een vredesplan, zou uit de weg zijn geruimd.

Volgens de Portugezen is er nu overeenstemming over het vredesplan, dat voorziet in een staakt-het-vuren en de afschaffing van de een-partijstaat. De regering wilde tot deze week, tot woede van UNITA, geen meer-partijenstelsel invoeren voordat UNITA de wapens zou hebben neergelegd. Nu is afgesproken om dat tegelijkertijd te doen.

De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, die respectievelijk UNITA en de regering in Luanda steunen, hebben beide partijen onder druk gezet om tot een compromis te komen. Waarnemers van de twee grote mogendheden waren er deze week bij in Lissabon, waar ze niet aan de eigenlijke besprekingen deelnemen, maar 'adviezen' konden geven.

Over de huidige militaire situatie bestaan uiteenlopende lezingen. UNITA lijkt er beter voor te staan dan ooit. De verzetsgroep wordt al jaren royaal van wapens en munitie voorzien door de VS en het Amerikaanse Congres keurde vorige week een bedrag van meer dan 50 miljoen dollar goed voor UNITA in 1991. Tegenover de goed bewapende rebellen lijkt een uitgeput regeringsleger te staan. Luanda ontvangt nauwelijks steun meer van Cuba of de Sovjet-Unie.

Vanuit Jamba, het UNITA-bolwerk in het zuidoosten van Angola, zouden Savimbi's troepen de laatste maanden grote successen hebben behaald op het regeringsleger. Inmiddels zou het hele oosten van het land in handen van de opstandelingen zijn en zouden de gevechten zich gestaag verplaatsen naar het noordwesten. Tijdens de onderhandelingsronden heeft UNITA de militaire druk op de regering in Luanda geen moment laten verslappen. Ook de afgelopen dagen hadden hevige gevechten plaats tussen de opstandelingen en het leger.

Volgens andere berichten zou echter het regeringsleger de laatste maanden enkele belangrijke zeges hebben geboekt op de rebellen.

De voortslepende oorlog heeft Angola intussen aan de rand van de afgrond gebracht. Het zuiden en midden zijn getroffen door een hongersnood die zich snel uitbreidt, zo stelde een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling (AID) vorige week vast na een twaalfdaagse reis door het land. Op grond van deze gegevens schatten de VN dat bijna 2 miljoen mensen op termijn noodhulp nodig hebben, terwijl 250.000 Angolezen de hongerdood nabij zijn.

Ook UNITA kan de hongers-nood moeilijk negeren. Die treft niet alleen het regeringsgebied, volgens de AID-commissie lijdt tachtig procent van de bevolking in UNITA-gebied aan ondervoeding. De Angolese regering heeft zich inmiddels bereid verklaard voedselhulp uit de VS voor het hele land toe te laten.