Turkije voorop bij VN-luchtembargo

ATHENE, 29 sept. Zoals Turkije na de instelling van het handelsembargo van de Verenigde Naties vrijwel onmiddellijk het nog functionerende deel van de oliepijpleiding uit Irak sloot, zo is het er nu meteen bij om ook het VN-luchtembargo toe te passen.

Turkije heeft gisteren drie passagiersvliegtuigen gedwongen te landen en zodoende uitvoering gegeven aan het laatste tegen Irak ingestelde embargo. Twee toestellen, uit India en de Sovjet-Unie, mochten hun weg naar Irak vervolgen nadat de vracht was gecontroleerd. Een Pools toestel staat nog aan de grond en daarover zijn nog geen details bekendgemaakt.

De Turkse president Ozal, dezer dagen op bezoek in de Verenigde Staten, heeft zonder te aarzelen gekozen voor de rol van loyaal uitvoerder van de internationale afspraken, dit ondanks de economische schade die het land tengevolge daarvan kan lijden. Die mogelijke schade werd aanvankelijk geraamd op drie miljard dollar per jaar, en later op nog grotere bedragen. In Turkije leeft de hoop dat het land van verschillende kanten hiervoor compensatie zal krijgen.

Berichten in de Turkse pers over ontduiking van het embargo door Koerdische smokkelaars in het ruige grensgebied met Irak en, ernstiger, door honderden vrachtauto's die hun voor Irak bestemde vracht aan de grens met Iran overladen, hebben nog geen grote deuk veroorzaakt in Ozals imago van trouw uitvoerder van het embargo, waarvoor hij van het begin af aan uitvoerig is geprezen door president Bush.

Zelf heeft de Turkse president er geen geheim van gemaakt dat zijn land van deze gelegenheid gebruik moet maken en dat het nadrukkelijk acte de presence moet geven op het wereldtoneel nu er uitzicht is op een ingrijpende wijziging van de landkaart van het Midden-Oosten.

Pag.5: Vervolg

'Zo'n gelegenheid doet zich maar eens in de 150 a 200 jaar voor', zei hij tot het parlement, dat eerder deze maand in meerderheid zijn goedkeuring gaf aan hun besluit, waarbij de regering permissie krijgt naar believen Turkse troepen naar het buitenland te zenden of buitenlandse troepen te legeren op Turks grondgebied.

Tijdens zijn huidige bezoek aan de Verenigde Staten is Ozal door president Bush al overstelpend beloond, al zal het Congres een en ander nog moeten bekrachtigen. Ankara krijgt bijvoorbeeld eindelijk uitzicht op verzachting van de importrestricties van Turkse textiel. Al jaren proclameert Ozal dat hij van de kant van de Verenigde Staten 'more trade than aid' nastreeft, meer handel dan hulp.

Maar ook de (militaire) hulp wordt sterk verhoogd. In toevoeging aan de 160 F 16's van het modernste type die eerder door Ankara waren besteld en waarvan er al vijftig waren geleverd, zijn er nu voor de rest van deze eeuw nog eens evenveel beloofd, in Turkije zelf te vervaardigen. Dit heeft in Griekenland al tot de vrees geleid dat de formule zeven op tien, die tot nu toe jaar in jaar uit door het Congres in de praktijk werd aangehouden voor de Amerikaanse hulp aan respectievelijk Griekenland en Turkije, in Washington zal worden verlaten, iets waar Ankara al lang op aandrong ('Zijn wij strategisch niet meer dan anderhalf maal zoveel waard als Griekenland?').

Het is duidelijk dat de beide presidenten Bush en Ozal uitgaan van de idee van een 'tweede front' tegen Irak. Dit hoeft nog niet meteen actieve oorlogvoering in te houden, het komt neer op binding van een aanzienlijk aantal Iraakse troepen in het noorden, waar trouwens ook de opstandige Koerdische bevolking een gevaar voor de Iraakse leider Saddam Hussein blijft vormen.

Velen zien in Ozals uitlatingen betreffende een 'historische kans' voor Turkije toespelingen op de mogelijkheid die zich in de toekomst zou kunnen voordoen, de olierijke streken rond Kirkuk en Mosul, waar een aanzienlijke Turks-sprekende minderheid woont, in handen te krijgen en daarmee Turkije tot een 'supermacht' te maken. Zelf wuift hij deze perspectieven weg. Voor de Amerikaanse persclub waar hij deze week het woord voerde, zei hij desgevraagd dat deze gebieden geen aparte rol spelen in de Turkse strategie. 'Over hun toekomst is in 1926 door de Volkenbond beslist, en daarmee is de zaak afgesloten'.

Maar bij nationalistische elementen in Turkije is de zaak daarmee allerminst afgesloten. Daar blijft men hopen dat Ozal, als puntje bij paaltje komt, een Iraakse nederlaag zal aangrijpen om de onderdrukte Turkse minderheid te bevrijden en de Turkse staat te vergroten en te verrijken. Ozal zelf gaat vooralsnog uit van het aanprijzen van zijn 'actieve politiek', die hij ten voorbeeld stelt aan de 'overdreven passieve neutraliteitspolitiek' die president Ismet Inonu tijdens de Tweede Wereldoorlog had gevoerd (en die Turkije, volgens vele commentatoren, het verkrijgen van de, tevoren Italiaanse, Dodekanesus heeft gekost, ten gunste van Griekenland). Overigens heeft Ozal zelf ook zo'n stipte neutraliteit nagestreefd in de Golfoorlog tussen Irak en Iran.

Maar afgezien van eventuele territoriale aspiraties ten koste van Irak: de 'historische kans' waar Ozal het over heeft, bestaat in ieder geval daarin dat Turkije zijn belang voor de Westerse wereld weer kan bewijzen. De Golfcrisis kwam voor Ozal in twee opzichten als geroepen. Voor zijn land kwam zij precies in een periode waarin het zijn strategische betekenis leek te verliezen door de ontspanning tussen West en Oost. Zijn uitzonderlijke rol als oostelijke voorpost van het NAVO bondgenootschap leek in waarde af te nemen.

En de Turken, die er in dit opzicht misschien wat overgevoelige antennes op na houden, meenden al allerlei symptomen te bespeuren dat 'het ondankbare Westen' zijn sympathie weer ging richten op het, inmiddels onder een pro-Westerse regering gekomen, christelijke Griekenland.

Voor Ozal persoonlijk kwam de Golfcrisis al evenzeer als een deus ex machina. De aanhang van de, door hem opgerichte, Moederlandpartij (MP) leek na desastreuze lokale verkiezingen in maart vorig jaar nog verder te slinken, niet in de laatste plaats door de ongeneeslijke inflatie, en volgens opiniepeilingen was zij in de buurt van de tien procent terechtgekomen. Dat is misschien nog steeds het geval, en de nu nominaal partijloze president maakt er geen geheim van dat de MP nog steeds zijn voorkeur en sympathie heeft.

Maar als figuur is Ozal door de grote crisis, waarin hij zo'n dominerende rol speelt, tot nationale hoogte gestegen. Hij is vorig jaar tot president gekozen door een grote maar duidelijk gedateerde parlementsmeerderheid. Mochten er nieuwe presidentsverkiezingen komen waarbij het volk stemt een idee dat hij zelf bepleit dan zou zijn aanhang wel eens in de buurt van de vijftig procent kunnen komen.

Tenminste, als zij in deze fase zouden worden gehouden. Ozal heeft zijn politiek duidelijk afgestemd op een naderende val van Saddam Hussein. Elke maand dat deze uitblijft, moet ten koste gaan van zijn prestige en machtspositie. Reeds nu zijn er velen die hem verwijten dat hij 'plus royaliste que le roi' (plus Bushiste que Bush) optreedt, alleen om het Westen te behagen.

Prof. Erbakan, leider van de fundamentalistische Welvaartspartij, die blijkens tussentijdse verkiezingen duidelijk in de lift is, belijdt weliswaar geen sympathie voor Saddam Hussein, maar deelt met deze wel de vrees voor 'Amerikaanse overheersing van de heilige plaatsen'. Hij is nu op een 'vredesmissie' in het Midden-Oosten.

Ook de sociaal-democratische oud-premier Bulent Ecevit, nu leider van de Partij van Democratisch Links, die aan een come-back bezig is en de officiele sociaal-democratische oppositieleider prof. Erdal Inonu waarschijnlijk al is voorbijgestreefd, timmert aan de weg van het Midden-Oosten. 'Als journalist' waarmee hij zijn oude beroep weer opnam is hij door de Iraakse leider ontvangen en zijn reportage daarover vergde drie opeenvolgende voorpagina's van de Milliyet. De Turkse sympathie voor de hardhandige nabuur is door deze verhalen bepaald niet toegenomen, maar de publieke opinie in Turkije is wel gevoelig voor Ecevits vraagstelling: moeten wij als moderne Turkse republiek uitgerekend de absolutistische Saoedi-Arabische monarchie, die onze door Ataurk ingevoerde seculaire staatsstructuur naar het leven staat, te hulp komen?

    • Frans van Hasselt