SPD-congres kiest Lafontaine als lijsttrekker

BERLIJN, 29 sept. Na een minutenlange ovatie voor zijn slotrede heeft het SPD-congres gisteren de 47-jarige Oskar Lafontaine bijna unaniem gekozen als kandidaat-kanselier en lijsttrekker bij de Bondsdagverkiezingen van 2 december.

De premier van het Saarland kreeg bij de stemming, die op zijn verzoek geheim en schriftelijk was, 470 stemmen (4 tegen, 2 onthoudingen, 6 ongeldig). Dat gebeurde nadat Lafontaine in een lange, herhaaldelijk door groot applaus onderbroken, toespraak had onderstreept dat de SPD ondanks haar achterstand in de opiniepeilingen op kanselier Kohls CDU op 2 december wel degelijk kan winnen. 'Sommigen winnen opiniepeilingen, maar wij de verkiezingen', verzekerde hij.

Het congres aanvaardde ook het lijvige verkiezingsprogramma Fortschritt '90, dat onder leiding van Lafontaine is opgesteld en waarin onder meer nadruk wordt gelegd op sociale rechtvaardigheid, energiebesparing en ecologische aanpassing van de industrie. Dat laatste moet mede gebeuren via extra belastingen voor hogere inkomens en een milieuheffing van enkele dubbeltjes op de benzineprijs bij gelijktijdige (even grote) belastingvermindering. Ook werd een manifest aangenomen, waarin de SPD zich als de vanzelfsprekende regeringspartij voor de jaren negentig presenteert.

Met zijn slotrede wist Lafontaine gisteren de laatste twijfels bij een flinke groep (Oostduitse) congresleden weg te nemen. Er was donderdagavond, toen de Oost- en Westduitse SPD hun fusie vierden, nog op gespeculeerd dat Lafontaine gisteren misschien voor de eer zou bedanken als de uitslag van de stemming hem niet zou bevallen. Oud-kanselier Willy Brandt, erevoorzitter van de SPD, had het driedaagse congres donderdag nog 'een eenvoudig advies' voorgehouden: 'Help Oskar'.

Anders dan woensdag, toen hij op hoofdzaken zijn campagnethema's al had aangegeven, begon Lafontaine zijn rede vrijdag niet met kritiek op de Duitse eenwordingspolitiek van Kohl, maar met bemoediging en complimenten voor de partijleden op lokaal en regionaal niveau. Hij herinnerde eraan dat de SPD op dat niveau al jarenlang alle Westduitse verkiezingen heeft gewonnen. Hij gaf toe de kansen van de SPD bij de verloren Volkskammerverkiezingen in de DDR (18 maart jl.) verkeerd te hebben getaxeerd, maar weet dat verlies vooral aan de organisatorische en financiele voorsprong van vroegere 'blokpartijen' als de Ost-CDU. Die blokpartijen zijn wegens hun jarenlange samenwerking met de communistische SED 'net zo verantwoordelijk voor de Muur en het prikkeldraad' als de SED zelf, zei hij.

Groot applaus kreeg Lafontaine voor zijn opmerking dat de Duitse eenheid pas echt is voltooid als er tussen de huidige DDR en de Bondsrepubliek een maatschappelijke eenheid is ontstaan waarin de Oostduitsers financieel en psychologisch gelijkgerechtigd zijn. Hij noemde het 'een schandaal' dat de regeringscoalitie in Bonn ondanks de snel oplopende werkloosheid in de DDR niet direct en op grote schaal overgaat tot overheidsinvesteringen in de Oostduitse infrastructuur (wegen, woningbouw, telefoonverbindingen etc.). De opvatting dat de regering in Bonn daarin tekortschiet zullen de SPD-lijsttrekkers ook als centraal thema kiezen bij de aanstaande verkiezingen (14 oktober) in de vijf weer ingerichte Oostduitse Lander.

'Laat Kohl dan de kanselier van de staatkundige eenheid zijn, ik wil de kanselier van alle Duitsers zijn', aldus Lafontaine. Van Westduitse hoogmoedigheid mag geen sprake zijn, het verenigde Duitsland moet meer zijn dan een met een arm Oost-Duitsland vergrote Bondsrepubliek, zo verwoordde hij de kritiek van Oostduitse SPD'ers. Hij blijft er ook bij dat de Duitse grondwet straks in een referendum moet worden goedgekeurd, 'Ik begrijp niet waarom de regeringscoalitie daartegen is, als haar politici het volk niet vertrouwen moeten zij maar een ander volk kiezen en anders moet het volk hen dadelijk maar wegsturen', zo varieerde hij op een woord van Berthold Brecht.

Lafontaine pleitte voor een verenigd Duitsland dat niet op macht uit is, maar daarentegen wat vaker zijn kracht mag zoeken in bescheidenheid, zelf-ironie en solidariteit met de Derde wereld. Als hij SPD-kanselier wordt wil Lafontaine de angst van de Europese buren voor een te sterk Duitsland wegnemen door zich volledig voor de Europese politieke en monetaire integratie in te zetten. Daar liet hij op volgen dat Duitsland ook 'verplicht' is Oost-Europa en de Sovjet-Unie te helpen, bijvoorbeeld door voortzetting van de bestaande DDR-leveranties geheel te garanderen.

Lafontaine kritiseerde de 'schuldenpolitiek' van de Bondsregering, en de daarmee samenhangende hoge rente, die langs een omweg voor grotere inkomensverschillen zorgt 'wie geld kan uitlenen, wordt er beter van, wie geld moet lenen armer'. Overeenkomstige kritiek uitte hij op de Verenigde Staten, wier grote schulden de rente opdrijven en daardoor de Derde wereld nog armer maken.