Schaken

Het raarste verhaal over de gevolgen van het blindschaak stond bijna een eeuw geleden, in 1891, in British Chess Magazine. Er werden in die tijd veel blindsimultaans gegeven. Voor de Engelse meester Blackburne was het een belangrijke bron van inkomsten. Misschien schrok hij wel toen hij het artikel van professor Charles Tomlinson las: On Blindfold Play and a Post-Mortem. Tomlinson vertelt over een schaker, Richard Rookewarden, die in kleine kring als een begaafd blindspeler bekend stond en zonder moeite twaalf partijen tegelijk speelde. Kort voor zijn dood probeerde hij het een keer met veertien tegenstanders, maar dat lukte niet. Anatomisch onderzoek na zijn dood maakte duidelijk dat zijn krachtsinspanningen niet zonder gevolgen waren gebleven. Hier en daar hadden de hersencellen zich zo herschikt dat ze de vorm van kleine schaakbordjes aannamen. Met een scherpe microscoop was op twaalf borden nog de slotstelling te zien. Op de laatste twee borden kon men slechts vage vlekjes vinden. Dit verklaarde hoe de blindschaker de stellingen kon zien. Hij keek gewoon in zijn eigen hersenen. Het verklaarde ook waarom het aan de laatste twee borden niet lukte.

Negentig jaar later kwam een schaakhistoricus tot de conclusie dat dit artikel een grap moest zijn geweest. Professor Tomlinson was in de vorige eeuw inderdaad een bekend geleerde. Of hij het brein achter de grap was of slechts een onschuldig slachtoffer, is niet helemaal duidelijk geworden. Er zullen zeker lezers zijn geweest die het geloofden. Wereldkampioen Steinitz nam het bericht in ieder geval zonder commentaar over in zijn eigen tijdschrift.

Niet alleen toen, maar ook later bestonden hier en daar simpele ideeen over de relatie tussen het denken en de griesmeelpap onder onze schedel. Toen ik in 1977 met Kortsjnoj in Italie was voor de match tegen Petrosian, kreeg hij een brief van een Russische emigrant die hem waarschuwde dat de geheime dienst van de Sovjet Unie zou proberen om vanuit Moskou met een welgemikte straal de schaakcentra van zijn hersenen uit te schakelen. Kortsjnoj moest er hard om lachen, maar nam wel zijn tegenmaatregelen. Op de berg waar hij speelde stond een radiozender en die liet hij tijdens de speeluren als stoorzender fungeren.

Dat was blindschaak en Kortsjnoj. Nu Kortsjnoj als blindschaker. Ik houd er eigenlijk niet van als de onderwerpen zo opzichtig in elkaar grijpen, maar ik kan het niet helpen, de feiten schreeuwen er om verteld te worden.

Twee weken geleden speelde Kortsjnoj op het Spui in Amsterdam een blindsimultaan aan vijf borden. Hij had het niet makkelijk. Vier spelers, het team van schaakcafe Gambiet, waren sterke hoofdklassers. Nummer vijf, dammer Ton Sijbrands, is minder sterk, maar toch ook geen beginner, hij is schaakkampioen van zijn Twentse dorp. Kortsjnoj deed het niet goed, hij verloor met 4-1. Hij had een paar lelijke handicaps. Hij kon de wedstrijdleider die de zetten doorgaf niet goed verstaan. Soms was de stelling in zijn hoofd daardoor heel anders dan op het bord. Aan een bord deed hij een paar aanvalszetten die alleen te begrijpen zouden zijn als je wist dat hij 'g5' had verstaan in plaats van 'b5', wat in werkelijkheid gespeeld was. Na een tijdje werd het misverstand opgehelderd, maar de rare zetten van Kortsjnoj bleven staan, het zou de voorstelling teveel ophouden om alles weer terug te draaien. Halverwege de voorstelling wilde hij een plas doen. Dat had gekund in het cafe aan de overkant, maar als hij naar het podium zou terugkeren zou hij de stand op de demonstratieborden zien en dat mag niet in een blindvoorstelling. Hij had natuurlijk om een blinddoek en een geleidehond kunnen vragen, maar dat was hem te ingewikkeld en daarom bleef hij maar op zijn stoel zitten. De toeschouwers zeiden dat je duidelijk kon zien dat hem iets dwars zat.

Ondanks al deze verzachtende omstandigheden vrees ik toch dat een man van zestig niet meer op zijn best is tijdens een blindsimultaan. Kortsjnoj klaagt wel eens dat zijn geheugen niet meer zo goed is als vroeger. Het is natuurlijk nog goed genoeg om vijf partijen te onthouden, maar ik denk dat het hem meer tijd en energie kostte dan vroeger het geval zou zijn geweest. Hij deed veel goede zetten. Af en toe kwam er een slechte tussendoor, door vermoeidheid waarschijnlijk. Dan verlies je.

Wit Kortsjnoj-zwart Sijbrands

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. Pg1-f3 Lf8-g7 4. Pb1-c3 0-0 5. e2-e4 d7-d6 6. Lf1-e2 Pb8-d7 7. 0-0 e7-e5 8. Ta1-b1 e5xd4 9. Pf3xd4 Pd7-c5 10. f2-f3 a7-a5 Beter is 10... c6 11. Pd4-b5 Lc8-d7 12. Lc1-e3 h7-h6 Beslissende fout. 12... Te8 was noodzakelijk, om de volgende witte actie te voorkomen. 13. Dd1-d2 Kg8-h7 14. e4-e5 Pf6-e8 15. e5xd6 c7xd6 16. Pb5xd6 Pc5-a4 17. Pd6xb7 Dd8-c7 18. Pc3xa4 Ld7xa4 19. Pb7-c5 Twee pionnen voor, het zou geen moeite meer mogen kosten. 19... Ta8-d8 20. Le2-d3 La4-c6 21. Dd2-f2 Pe8-d6 22. Kg1-h1 Tf8-e8 23. b2-b3 Pd6-b7

Opeens is er een stelling ontstaan die toch weer concentratie van de blindspeler eist. Zwart heeft een paar valstrikken gespannen: 24. Pxb7 Txd3 of 24. Lc2 Txe3 25. Dxe3 Ld4. Het best was nu 24. Tbd1, want dan gaat 25... Txe3 26. Dxe3 Ld4 27. Lxg6+ fxg6 28. Txd4 niet voor zwart. 24. Ld3-e4 Pb7xc5 25. Le3xc5 Lc6xe4 26. f3xe4 Dc7-c6 27. Lc5-b6 Td8-d3 28. Tb1-e1 Te8xe4 29. Te1xe4 Dc6xe4 30. Lb6xa5 f7-f5 31. Tf1-e1 Lg7-d4 32. Te1xe4 Ld4xf2 33. Te4-e7+ Kh7-g8 34. g2-g3 Zwart gaf op. Eigenlijk ten onrechte. Kortsjnoj had nog drie minuten. Op zichzelf genoeg, maar hij was aan alle borden tegelijk in tijdnood. Vreselijk lot voor een blindsimultaangever. Als hij aan het ene bord nadenkt gaat hij aan een ander bord door zijn vlag. Ik denk dat Sijbrands bang was dat hij nog zou winnen. Hij heeft ook blindsimultaans gegeven, hij weet wat het is.

    • Hans Ree