Rugzakken

'Een schooltas, mijn jongen, dat was een zware varkenslederen tas met vele vakken en een klep over de volle lengte, die met twee vernikkelde sloten gesloten werd. Alle jongens en meisjes hadden een schooltas, meestal loodzwaar, die ze aan het hengsel droegen of achterop hun fiets bonden.'

De schooltas is verleden tijd, de jeugd gaat tegenwoordig met een rugzak naar school. Het begint al op de 'kleuterbouw' van de basisschool om de boterhammetjes en melk mee te nemen. Daarmee is Nederland definitief verrugzakt. Samsonite heeft voor jonge managers zelfs een attache-rugzakje. Alleen de oudere generatie begint er niet aan.

Tot de jaren vijftig werden in Nederland vrijwel geen rugzakken gedragen. Men sprak van ransel als het een vierkante zak zonder draagstel betrof, terwijl de echte rugzakken voor buitenlandse vakanties waren. Een ransel was voor soldaten en kamperen deed je in Nederland op de fiets.

Het model dat rond de oorlog gangbaar was heette St. Pieter, een eigen fabrikaat van Carl Denig. Het was een 'Scandinavisch' of Bergan's model: een driehoekig stalen draadframe met aan de onderzijde een halfronde beugel die de eigenaar op maat moest buigen. Daarop gehangen werd een driehoekige canvas zak die van boven smal was en van onderen ongelofelijk breed. Duurdere modellen hadden een keur van zijzakjes, alles was afgewerkt met leren randjes en riemen. Ondanks de vele beschouwingen in kampeerbladen - de rubriek 'Onder de luifel' van Stovelaar in de Kampeerkampioen was een begrip rond de oorlog - waren deze rugzakken niet goed te dragen: het zwaartepunt lag te laag , de beugel duwde gemeen in je rug en de schouderriemen trokken te hard.

Nog steeds staat me de leugenachtige advertentie voor ogen met daarop een flierefluitende kampeerder die zijn duim achter de schouderriem steekt en er stevig rechtop de pas inzet. 'Je voelt hem nauwelijks', stond erbij. De karakteristieke trekkershouding was in werkelijkheid voorover hangend met de duimen achter de schouderriemen.

De doorbraak kwam in de jaren zestig met het aluminium ladderframe. Het leidend merk was het Amerikaanse Camp trail dat je nu nergens meer ziet. Het uitwendige ladderframe, dat in een lichte S was gebogen om de rug te volgen, was hoog - als de drager zijn hoofd omdraaide keek hij tegen zijn zak aan. De zak zelf was smal, van onderen vaak zelfs nog smaller dan van boven, waardoor het zwaartepunt van de bepakking hoog kwam te liggen en vlak bij het lichaam. Dit maakte voor het eerst een tamelijk rechtopgaande gang mogelijk. De rugzakkampeerder leek niet langer een pakdier.

Een wezenlijke verbetering volgt door de heupriem die een deel van het gewicht overneemt. Aanvankelijk dienden de heupriemen alleen om de zak een beetje op zijn plaats te houden: vooral de hoge draagstelrugzakken waren nogal tuitelig - als je een sprongetje maakte viel de zak over je heen. Goede heupriemen werden pas mogelijk door toepassing van gesloten cel schuimplastic. Het zware 'Gyro'-draagstel van Fjallraven (foto: bovenste zak) heeft twee aangelaste 'oren' om de heupriem op te hangen.

Tegenwoordig zie je vooral rugzakken met een inwendig 'frame', meestal een combinatie van aluminium, hout of polypropyleen met gesloten cel schuimplastic (foto: rechts, een Karrimorbergrugzak met afneembare zijtassen). Deze rugzakken zijn niet zo 'sperrig' als de framezakken, die je soms nauwelijks in de kofferruimte van een auto krijgt. Ze dragen meestal ook uitstekend, al zijn ze op den duur wat zweterig op de rug. Voor echt zware transporten op weinig bergachtig terrein zijn de ladderframes toch prettiger.

Er zijn tegenwoordig ook rugzakken speciaal ontworpen voor vliegreizen, waarbij de schouder- en heupriemen weggeritst kunnen worden achter een flap, zodat ze niet in de transportbanden van de luchthaven vastlopen (foto: links). Het wordt dan een gewone koffer. Helemaal handig is het als ze een frameloos dagrugzakje achterop kunnen ritsen.

Tegenwoordig worden voor enkele tientjes dagrugzakjes aangeboden. Dit zijn de zakjes die de schooljeugd gebruikt als schooltas. De betere, zoals de Fjallraven Kanken (foto: midden voor), zijn redelijk waterdicht door zorgvuldige afwerking en het gebruik van katoenen garen dat door vocht dichtzwelt. Een uitneembaar matje vormt het 'frame' (makkelijk om op te zitten bij kou en regen). De Kanken is een echte stadsrugzak omdat hij van achteren voor driekwart valt open te ritsen - handig om de boeken uit te zoeken. Het 'gewone' dagrugzakje (foto: rechts midden) heeft een trekkoord van boven met flap erover. In zulke zakjes kan altijd nog wat bij.

Een goede rugzak is waterdicht. In de praktijk zijn dat er maar weinig. Water komt vooral via de naden aan de onderkant naar binnen. Er zal heel wat gewerkt moeten worden met seam seal om de naden dicht te kitten. Afplakken met tape kan ook, al blijft het behelpen. De regenhoezen voor rugzakken en de poncho's voor rugzakdragers die tegenwoordig te koop zijn, spreken boekdelen. De canvas rugzak van vroeger had deze nadelen niet, maar dergelijke zakken zijn nauwelijks meer te krijgen. De meeste mensen doen hun bagage in arren moede maar eerst in plastic zakken.

Zelf geef ik de voorkeur aan een eenzaksrugzak - de rugzakken met tussenschotjes zijn maar onhandig als je eens iets groots wilt vervoeren. Ook wil ik geen zakje achterop, waardoor de rugzak te bultig wordt en als bagage moeilijk valt weg te stouwen. De spullen gaan bij mij met een viertal aparte zakjes de rugzak in, de slaapzak onderin.

Tenslotte nog een tip voor een typisch rugzakdragersprobleem. In de praktijk weet je nooit goed of je iets nu in de linker- of in de rechterzijzak hebt gestopt. De oplossing is: maak ze met watervaste viltstift verschillend van kleur.

    • Rob Biersma
    • Materiele gevoelens