Rodamco bezorgt beurs woede en teleurstelling

AMSTERDAM, 29 sept. De laastste week van september 1990 zal de annalen in kunnen gaan als de week van Rodamco. Het besluit om niet langer de inkoop van eigen aandelen te garanderen sloeg maandag in als een bom en bleef de gemoederen de volgende dagen beheersen.

Er zal nog veel over worden gesproken en het zal duidelijk zijn dat men op de Robeco-burelen de komende weken nog veel zal wikken en wegen over de effecten van de maatregel. Op en rond de beursvloer hielden de meningen in ieder geval het midden tussen diepe teleurstelling en onverholen ergernis.

Het beleid om de eigen aandelen in te kopen en aan te bieden tegen de intrinsieke waarde de zogenaamde open-end structuur is het wezenskenmerk van alle Robecofondsen en vormt de basis van het vertrouwen van de beleggers.

Bij Rodamco, dat de afgelopen jaren groeide tot een vermogen van ruim 10 miljard gulden eerder dit jaar, bleek die structuur zich te wreken. Onroerend goed, dat niet zo snel van de hand is te doen, verhoudt zich nu eenmaal moeilijk tot het snel opkopen van grote hoeveelheden aandelen.

Dat aanbod was de afgelopen 9 maanden opgelopen tot 2,4 miljard gulden. En hoewel de kaspositie aan het begin van het jaar met 3,4 miljard ruim was te noemen, kwam de bodem snel in zicht. En dus werd het fonds dichtgegooid. Vroeger of later, Robeco-topman Korteweg was hier in zijn toelichting begrijperlijkerwijs nog wat cryptisch over, zal het fonds op een of andere manier wel weer opengaan. Zo klonk althans het voornemen. Maar het is sterk de vraag wie na de afgelopen week nog enige waarde hecht een afgegeven inkoopgarantie.

Het enorme aanbod van de laatste tijd, dat volgens marktdeskundigen overigens niet direct uit de beursomzetten was te destilleren, was voornamelijk te danken aan de grote institutionele beleggers die de relatief hoge koers van Rodamco tegenover de rest van de markt niet langer vertrouwden en hun gelden bij de hoge rente makkelijk in andere vorm konden beleggen.

De kleinere beleggers, die oorspronkelijk het fundament van de Robeco-groep vormden, hadden deze week het nakijken. De koers, eind vorige week nog op fl.73,30, tuimelde woensdag bij het hervatten van de handel een kwart in waarde tot fl.55. De week werd afgesloten op fl.58,50.

Samen met de overige Robeco-fondsen had Rodamco het twijfelachtige genoegen zich voortdurend in de topregionen van de omzetten van de Amsterdamse beurs te bevinden. Miljoenen stukken werden verkocht en gekocht. De omzetten van deze week in stukken (dubbeltelling): 2,6 miljoen aandelen Rodamco, 2,4 miljoen aandelen Robeco, 1 miljoen Rolinco en 7,4 miljoen stuks Rorento.

De grote vrees van Robeco, dat beleggers in paniek de stukken Robeco, Rorento en Rolinco zouden gaan aanbieden bij het fonds, bleek vooralsnog ongegrond. Het grootste deel van het aanbod van honderden miljoenen guldens werd opgenomen door andere grote beleggers en Robeco behoefde per dag slechts voor enkele tientallen miljoenen guldens uit de markt te nemen. De kaspositie van de fondsen, die aan het begin van de week nog 1,5 miljard gulden beliep, was dus ruim voldoende om de eigen inkoop op te vangen.

Institutionele beleggers hebben hun vertrouwen in Robeco nog niet verloren, zo bleek aldus. Robeco, Rolinco en Rorento kunnen dan ook in geval van nood hun beleggingen (aandelen en obligaties) veel sneller van de hand doen dan Rodamco. Dat neemt niet weg dat een en ander een moeilijk te verwijderen kras in het geheugen van de markt heeft gegeven en dat het aan de man brengen van de Robeco-produkten zeker bij de particuliere belegger de komende tijd geen eenvoudige zaak zal worden.