Orde van Advocaten woedend, schort overleg over nieuwe wet rechtsbijstand op; Justitie gaat rechtshulp controleren

MAASTRICHT, 29 sept. Het ministerie van justitie wil overgaan tot het oprichten van een inspectie die controle gaat uitoefenen op de vergoedingen die advocaten ontvangen voor de gefinancierde rechtshulp.

Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft dit gisteren in Maastricht bekendgemaakt op de jaarvergadering van de Nederlandse Orde van Advocaten. De op te richten inspectie is een onderdeel van een concept wetsvoorstel voor een nieuwe Wet op de rechtsbijstand dat het ministerie volgende week zal presenteren.

Met de nieuwe wet hoopt Justitie de kosten omlaag te brengen die gemoeid zijn met de vergoedingen aan advocaten die rechtsbijstand leveren aan mensen die in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke rechtshulp. De kosten voor deze gefinancierde rechtshulp stegen van 13 miljoen in 1970 naar 344 miljoen in 1990.

De op te richten inspectie die advocaten en bureaus voor rechtshulp gaat controleren, moet ook de bevoegdheid krijgen dossiers in te zien. Advocaten zijn hier falikant tegen omdat daarmee de onafhankelijke positie van de raadsman in het geding komt. Hirsch Ballin meent dat dergelijke controle, analoog aan de geneeskundige inspectie, 'met een strikte geheimhoudingsplicht' mogelijk moet zijn om de declaratie van een advocaat beter te kunnen beoordelen.

Justitie zal met de Vereniging van Nederlandse gemeenten en de fiscus overleggen om ook de controle op de 'toevoegingsaanvraag' te verbeteren. Via een opgave van het eigen vermogen wordt vastgesteld in welke mate iemand in aanmerking komt voor rechtsbijstand. Het ministerie vermoedt dat de eigen draagkracht niet altijd naar waarheid wordt opgegeven.

Hirsch Ballin kondigde ook de oprichting aan in alle arrondissementen van zogeheten Raden voor de rechtsbijstand. Deze raden, waarin financiele deskundigen maar ook advocaten zitting zullen nemen, worden belast met de rechtshulpverlening in een bepaald gebied. De raden sluiten overeenkomsten met advocatenkantoren voor het houden van spreekuren waar mensen die in aanmerking komen voor rechtsbijstand terecht kunnen. Dit systeem van contractadvocatuur betekent dat advocaten niet meer per zaak betaald krijgen, maar een vast bedrag zullen krijgen.

Justitie vindt dat adviezen in principe moeten worden verstrekt door de Bureaus voor rechtshulp. Rechtsbijstand tijdens een proces moet in beginsel een taak blijven van advocaten.

De contracten zullen vooral worden gesloten met advocatenkantoren die veel toevoegingen behandelen. Volgens het ministerie bedraagt het aantal advocaten dat jaarlijks meer dan 150 toevoegingen behandelt ongeveer 360. Dat is slechts 6 procent van de totale beroepsgroep. Het ministerie berekent dat de gemiddelde uurvergoeding voor een civiele zaak 100 gulden is en voor strafzaken 120 gulden. Gelet op een gemiddelde van 1200 declarabele uren betekent dit een jaaromzet van 120.000 gulden. Dat bedrag wordt met 25 procent verhoogd, aldus Justitie omdat de toevoegingsvergoeding wordt opgetrokken. Het jaarinkomen van 150.000 gulden dat dan ontstaat is volgens het ministerie redelijk.

De verhoging van de vergoedingen hoopt het ministerie te financieren door een 'beduidende verhoging' van de eigen bijdrage die een rechtszoekende moet betalen. Ook de scherpere controle zal geld opleveren, verwacht Justitie.

De Nederlandse orde van advocaten is zeer ontstemd over de plannen van Justitie. De orde zal, nadat de sociale advocaten dit al eerder hadden gedaan, de besprekingen met het ministerie over een nieuwe wet op de rechtsbijstand opschorten.

'De deur is nu voorgoed dicht gevallen', zegt deken L. Spigt. Hij kondigt aan dat de advocaten nu een eigen wetsontwerp zullen opstellen waarvoor politieke steun zal worden gezocht. 'Tot nu toe hebben onze acties weinig politieke belangstelling getrokken. Dat betekent dat we nog wat meer lawaai zullen gaan maken', aldus Spigt.