Obligatiemarkt blijft in de greep van de Golfcrisis

UTRECHT, 29 sept. De obligatiemarkt bleef ook deze week in de greep van de Golfcrisis. Het afgelopen weekeinde bracht het nieuws dat Saddam Hoessein de olievelden dreigde te vernietigen. Dit had tot gevolg dat over een breed front, ook in Amsterdam, de obligatiekoersen maandag een veer, een tweetal basispunten, moesten laten.

De omzet beliep die dag bijna een miljard gulden. In het verdere verloop van de week bleef de tendens negatief. Dit werd mede ondersteund door in Nederland gestelde looneisen die boven de regeringsdoelstellingen uit blijken te gaan.

Daarnaast kan worden gewezen op projecties betreffende de financieringsbehoefte van de Duitse overheid. Volgende week dinsdag is de eenwording een feit. Een bedrag van D-mark 100 miljard voor het Duitse financieringstekort lijkt eerder te laag dan te hoog.

Het effectief rendement op 10-jarige staatsleningen liep deze week met zo'n 10 basispunten op tot 9,3 procent. Opmerkelijk is dat aan Duitse zijde de rente niet sterker steeg zodat het verschil in het 10-jaarssegment nu iets meer dan 20 basispunten bedraagt. Wellicht dat openlijke schermutselingen aan het valutafront deze ontwikkeling bevorderden. Vanuit de Bundesbank werd daarbij aangegeven dat, nadat een 1,6 procent stijging in augustus van de importprijzen was gemeld, geen concessie aan de doelstelling van een stabiel prijsniveau zal worden gedaan. De D-mark bleef, ook tegenover de gulden, een sterke koers varen: fl.1,1275. Voor de rente op de Nederlandse geldmarkt leek dit een licht opdrijvende werking te bevorderen. De Nederlandsche Bank beperkte de duur van de jongste tegen opnieuw 8 procent verstrekte speciale beleningen tot 5 dagen.

Aanstaande woensdag vervallen deze tegelijk met de kasreserveverplichting die ingaande 20 augustus op fl.7,3 miljard was gesteld. Afgelopen woensdag sloot het ministerie de toonbankafgifte van de jongste staatslening. De laatste afgiftekoers van deze 9 procent lening bedroeg 98,1 procent hetgeen toen reeds 9,30 procent effectief rendement betekende. Naar schatting moet nog fl.4 miljard dit jaar worden geleend. Aan het emissiefront verscheen de eerste zero-coupon van dit jaar. Het betreft een 12-jarige lening van de BNG, welke de koers op 361/4 procent vaststelde. Ondanks de lange looptijd en het afwezig zijn van het zogenaamde herbeleggingrisico leek de markt het resulterende effectief rendement ad 8,82 procent aan de lage kant te vinden.

Eurokapitaalmarkt

De ontwikkelingen in het Midden-Oosten blijven de internationale obligatiemarkten in hun, haast wurgende, greep houden. In een klimaat waarin het verloop van de olieprijs als voornaamste rente- en valutaleidraad fungeert en waarin het geruchtencircuit welig tiert worden binnenlandse ontwikkelingen naar de achtergrond verdrongen. De Groep van zeven liet vorig weekeinde doorschemeren de appreciatie van de yen ten opzichte van de dollar in de voorafgaande weken te beschouwen als een juiste afspiegeling van de handelsbalansverschillen tussen deze twee landen. Wie hieruit concludeerde dat het licht op groen was gezet voor een verdere appreciatie van de yen kwam bedrogen uit. De 'greenback' zag zijn functie als toevluchtsoord in onzekere tijden toenemen. Bovendien is de gedurende het weekeinde fors gestegen olieprijs van relatief grote invloed op de Japanse economie getuige de hernieuwde de val van de Nikkei-index. Mede daardoor won de dollar aan kracht ten opzichte van de yen. Ook de Japanse obligatiemarkt moest, afgezien van een adempauze van een week, voor de dertiende opeenvolgende week koersdalingen noteren. De Japanse staatsleningen konden nauwelijks als veilige haven fungeren voor de gedupeerde beleggers op de aandelenbeurs in Tokio. Beter verging het de houders van Amerikaanse treasuries, die konden profiteren van de malaise in de bankensector. Hier deden de staatsleningen wel dienst als toevluchtsoord en kon donderdag zelfs een bescheiden rentedaling worden genoteerd ten opzichte van de week daarvoor. Het 'veilige haven'-effect deed zich in mindere mate gelden op de eurokapitaalmarkt met als gevolg dat de 'spread', het renteverschil, tussen eurodollarleningen en treasuries opliep. De overige segmenten op de eurokapitaalmarkt liepen in de pas met de binnenlandse ontwikkelingen. Het overigens rustige emissiefront werd hoofdzakelijk bepaald door leningen van Japanse debiteuren.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek