Najaarsoverleg onder somber gesternte

DEN HAAG, 29 sept. Nog voordat het traditionale Najaarsoverleg tussen kabinet, werkgevers en werknemers is begonnen, lijkt het al mislukt. 'Het kabinet had de sleutel in de hand om invloed uit te oefenen, maar men heeft de werkgevers te weinig onder druk gezet', zei FNV-voorzitter J. Stekelenburg gisteravond op een spreekbeurt in Hengelo.

Een centrale afspraak over loonmatiging in ruil voor nieuwe banen is nooit binnen bereik geweest. De werkgevers hebben er nooit een geheim van gemaakt dat ze niets zien in de door kabinet en vakbeweging gewenste koppeling van uitkeringen en ambtenarensalarissen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. En donderdag 'ontploften' de twee werkgroepen waarin de sociale partners zochten naar oplossingen voor aanpak van de arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid onder etnische minderheden. Het 'zwarte-pieten' is begonnen.

Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) hoopte het overleg deze week nog een impuls te geven door te dreigen met wettelijke maatregelen. Maar daarvan raakten de sociale partners niet onder de indruk. Algemeen directeur prof. drs. J. Weitenberg van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) vindt het geen serieuze benadering van de problematiek. 'Ach, dat dreigen met een wettelijke verplichting voor bedrijven om een minimum aantal gehandicapten in dienst te hebben helpt niets. Die stok staat al zolang achter de deur.'

De bewindsman zei met een zogenoemde quoterings-regeling te komen als werkgevers en werknemers het onderling niet eens worden over een krachtige aanpak van het almaar toenemende aantal arbeidsongeschikten. 'Ik verzeker u, een dergelijke regeling zal nooit werken. Zodra die eraan komt, zal iedere werkgever binnen de kortste keren onder zijn werknemers net zolang zoeken naar vlekjes, totdat hij aan zijn quotum gehandicapten zit. Dat werkt dus averechts. In plaats van een vermindering riskeer je door quotering juist een geweldige stijging van de officieel geregistreerde arbeidsongeschiktheid.'

Is het Najaarsoverleg dan verworden tot een rituele dans? Als door een wesp gestoken springt voorzitter mr. C. van Lede van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) op van zijn stoel. 'Het zal uit mijn mond vreemd klinken, maar ik vind dat we tot een centrale afspraak moeten komen, namelijk ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid. Dat is trouwens onvermijdelijk, want om de groei van de het aantal mensen met WAO- of AAW-uitkering in te dammen, is een wetswijziging nodig.'

Aan werkgeverskant valt enige schuldbekentenis te beluisteren. 'De werkgever mag niet iedereen die niet meer ten volle functioneert zomaar afschuiven. We zijn bereid om mensen in dienst te houden die niet volledig arbeidsgeschikt zijn. Dat is in het verleden anders geweest, dat erken ik', zegt voorzitter Van Lede. 'Wij steken de hand in eigen boezem. Ik verwacht van de vakbeweging ook een pragmatische opstelling en geen dogmatisch vasthouden aan de geldende duur en hoogte van uitkeringen aan arbeidsongeschikten.' Maar de FNV-voorzitter bood hem gisteravond weinig hoop. 'Wijzigen van duur en hoogte van de WAO-uitkering is symptoombestrijding', zei Stekelenburg.

Voor het overige bestaat bij de werkgevers weinig animo om het zogenoemde Gemeenschappelijk Beleidskader, dat eind vorig jaar met werknemers en kabinet werd overeengekomen, met nieuwe afspraken op centraal niveau op te tuigen. 'Het kabinet moet zich eerst maar eens aan de afspraak van vorig jaar houden om de collectieve lastendruk ten minste te stabiliseren', zeggen Weitenberg en Van Lede. Volgens hen heeft het kabinet met een 'cosmetische noodgreep' een collectieve lastendruk berekent die volgend jaar niet stijgt. Een boekhoudkundig mirakel, volgens de werkgevers, die de gevolgen daarvan voor 1992 en later vrezen.

Het Najaarsoverleg zou wel een aantal 'krachtige aanbevelingen' aan CAO-partijen op moeten leveren, vindt Van Lede. Bijvoorbeeld over de bestrijding van de werkloosheid onder etnische minderheden. 'Het zou een blamage van de eerste orde voor alle drie de partijen zijn als we niet tot een krachtige intentieverklaring zouden komen.'

NCW-directeur Weitenberg valt hem bij: 'Met voorschriften los je de werkloosheid onder etnische minderheden niet op, tenzij je ze de hele dag in de kantine laat zitten.' Samen met ondernemingsraden en regionale bureaus voor de arbeidsvoorziening zou volgens hem per bedrijf een inventarisatie moeten worden gemaakt van functies en opleidingsmogelijkheden voor de beroepsbevolking onder etnische minderheden. Dat werkt veel doelmatiger, voorspelt hij, dan quotering.

De twee vertegenwoordigers van de werkgevers onderstrepen dat een groei van de werkgelegenheid een absolute voorwaarde is om de problemen op te lossen. Een 'echte' groei en niet 'een kunstmatige groei zoals de FNV die bepleit door arbeidstijdverkorting', zegt Van Lede schimpscheutend. Weitenberg: 'Als ik de arbeidsmarkt observeer, vraag ik me in hemelsnaam af hoe we het woord arbeidstijdverkorting nog in de mond kunnen nemen. We hebben al 140.000 vacatures en dat aantal stijgt nog steeds.'

Op doceertoon gaat de NCW-professor verder. In 1990 worden er volgens het Centraal Planbureau 115.000 nieuwe banen gecreeerd. Een formidabele prestatie van onze economie, mogelijk geworden door de gunstige internationale conjunctuur en de vrij sterke concurrentiepositie, die mede is ontstaan dank zij de loonmatiging in de jaren tachtig. 'Degene die nu nog geen werk heeft gevonden, die vindt nooit een baan, hoe gunstig economie en concurrentiepositie zich ook ontwikkelen. Alleen scholing en verlaging van het minimumloon bieden soelaas.'

Deze week hebben de PvdA-kamerleden Leijnse en Vermeend een voorstel gelanceerd om loonmatiging fiscaal te belonen, waardoor de koppeling overeind kan blijven. Bedrijven waar een matige loonstijging is afgesproken, zouden minimaal een procent van de loonruimte op de balans mogen zetten. Deze reserve kan vervolgens in mindering worden gebracht op de fiscale winst.

Van Lede ziet echter niets in dit ondernemersvriendelijke voorstel van de PvdA'ers. 'Ik krijg de koude rillingen over m'n rug van het begrip loonruimte. Het is in de CAO-onderhandelingen absoluut onbruikbaar. Het wordt door de vakbeweging gedefinieerd als arbeidsproduktiviteitsstijging plus inflatie. Maar er moet meer uit worden betaald dan alleen de loonsverhoging.' De VNO-voorzitter wijst er bijvoorbeeld op dat, naast de post incidentele loonsverbeteringen, de bedrijfsgerichte opleidingen (de 'input' van de produktiviteitsstijging) uit de 'ruimte' moet worden betaald.

En wie bepaalt wat een matige loonontwikkeling is? Van Lede: 'Daar heeft de politiek zich niet mee te bemoeien. Dat is een zaak van werkgevers en werknemers op decentraal niveau. Ik geef toe dat Vermeend weer op geniale wijze een fiscaal trucje heeft gevonden. Maar ik betwijfel of het een rol van betekenis kan spelen tijdens het Najaarsoverleg. En de koppeling moet sowieso overboord.'