Met mescaline zwemt de ziel

Minutenlang roffelt Dirk van Dyck ritmisch en uiterst geconcentreerd op een trommel tussen zijn benen. Het is alsof hij in een roes is en het publiek daarin wil laten delen. Steeds harder en sneller slaat hij, totdat de trommel omvalt. 'Vroeger was ik erg nerveus', zegt hij zacht en hij vervolgt met monotone stem: 'Ik zet een appel op tafel en dan ga ik in die appel zitten. Wat een rust.' Het is de eerste van een lange reeks ervaringen, droombeelden en hallucinaties die Dirk van Dyck in ruim een uur opdist.

Zijn monoloog, getiteld De Mensenslinger, is gebaseerd op teksten van de Belgische schrijver en schilder Henri Michaux. Michaux experimenteerde in de jaren vijftig met bewustzijnsverruimende middelen, bijvoorbeeld mescaline; hij heeft getracht zijn ervaringen te beschrijven, hoewel hij inzag dat hij nooit precies onder woorden zou kunnen brengen wat hij had meegemaakt.

Het is nog niet zo'n gek idee van de Vlaamse acteur Dirk van Dyck en de Vlaamse regisseur en videomaker Bruno Mistiaen de verhalen van Michaux voor het voetlicht te brengen. Makkelijker dan een verteller in een boek kan een verteller op het podium aanschouwelijk maken welke uitwerking geestverruimende preparaten op iemand hebben.

Uiterlijk lijkt Van Dyck in zijn rol van de verteller nauwelijks aangedaan door de mescaline. Bijna bewegingloos staat hij in zijn grijs gestreepte pak jaren vijftig snit op een wit vierkant vlak. Alles wat er met hem gebeurt, voltrekt zich in zijn hoofd en die ervaringen deelt hij ons mee. Hij doet dat met de ernst en de onverstoorbaarheid van iemand die weet dat hij, ook zonder zich in allerlei bochten te hoeven wringen, kan rekenen op de aandacht van het publiek.

Hij praat langzaam en zacht, soms zo zachtjes dat hij slechts met moeite is te verstaan. Zijn zinnen zwenken voortdurend heen en weer, het ene moment nemen ze de toehoorders mee naar de uithoeken van de aarde, even later zijn we terug in een koud kamertje met kale muren, waarop Van Dyck volgens zijn zeggen verliefd is en die hem in 'verrukking' brengen. In werkelijkheid reist hij niet meer nu hij heeft gemerkt wat voor reizen je in de verbeelding kunt maken.

'Mijn ziel zwemt graag', zegt hij, 'men zegt dat de ziel vliegt, maar dat is onjuist. De ziel zwemt.' Opeens krijgt de enorme goudvis die al die tijd zenuwachtig heen en weer schiet in zijn bak een betekenis. Een ziel die zwemt maar niet kan vliegen. Het arme beest zou het wel willen, zo te zien.

Dirk van Dyck brengt Michaux' teksten met overgave, als je daarvan in dit geval tenminste kunt spreken; maar een boeiende voorstelling levert het niet op. Wat hij zegt is soms grappig, maar in al zijn bizarheid is het wat saai om naar te luisteren. Daaruit blijkt maar weer dat de uitwerking van bewustzijnsverruimende middelen op de geest moeilijk is na te vertellen. Ook op het toneel.

    • Noor Hellmann Voorstelling
    • M 5
    • de Brakke Grond
    • Bruno Mistiaen. Gezien
    • Amsterdam. Tournee t