Kritiek Raad van State tegenslag voor Alders

DEN HAAG, 29 sept. Minister Alders, de energieke aanscherper van het milieubeleidsplan van zijn voorganger Nijpels, heeft op het eerste gezicht een flinke tegenslag te verduren gekregen door een uitspraak van de Afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State dat de Wet chemische afvalstoffen niet goed genoeg in elkaar zit. Zo onjuridisch zegt mr. M. D. van Wolferen, de voorzitter van de afdeling, dat natuurlijk niet in zijn uitspraak in het geschil van het bedrijf Ecoservice bv in Alblasserdam met Alders' ministerie, maar daar komt het wel op neer.

Vorig jaar weigerde het ministerie om Ecoservice een vergunning te geven om een partij chemisch afval, afkomstig van Philips, Hoechst en enkele galvaniseer- en defensiebedrijven naar West-Duitsland te vervoeren. Begin dit jaar deed het dat nog eens toen Ecoservice toestemming vroeg om industrieel chemisch afval naar de DDR naar de omstreden stortplaats Schoneberg te mogen exporteren.

Het ministerie beriep zich bij zijn weigeringen op de Nederlandse Wet chemische afvalstoffen, waarin onder meer is bepaald dat gevaarlijk afval alleen mag worden uitgevoerd als daarvoor een vergunning is verleend. De wet zou zijn gebaseerd op een EG-richtlijn uit 1984, waarin is bepaald dat afvaluitvoer enerzijds uit milieu-oogpunt onwenselijk is, maar dat anderzijds niet mag worden getornd aan de grondregel van de vrije in-, door- en uitvoer van handelsgoederen. Ook chemisch afval vormt zo'n 'handelsgoed'; vandaar dat de Europese richtlijn niet al te hard van karakter was.

De Afdeling voor de geschillen van bestuur heeft nu positief geoordeeld over de bezwaren van Ecoservice en zijn Rotterdamse raadsman mr. N. J. M. de Munnik tegen de weigering van de vergunningen en hun argument dat de Nederlandse wet in strijd is met de Europese milieuregelgeving. De Afdeling heeft daarbij uitsluitend naar de Nederlandse wetgeving gekeken en niet naar de Europese milieurichtlijn, omdat zij zich tot het laatste niet bevoegd acht.

Minister Alders erkent nu dat de vaderlandse wetgeving die erop is gericht de uitvoer van gevaarlijk chemisch afval aan banden te leggen, onzorgvuldig en in strijd met de EG-richtlijn is. Maar veel consequenties wil hij daaruit nog niet trekken. Hij meent zelfs dat het beleid waarmee zijn voorganger Nijpels is begonnen gewoon kan worden voortgezet en overeind kan blijven, ook al omdat er met DDR-autoriteiten afspraken gemaakt zijn om afvalexport naar hun stortplaatsen zoveel mogelijk te beperken.

Door juristen van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer wordt het oordeel van de Raad van State nu zorgvuldig bekeken en onderzocht. De uitspraak van de Afdeling voor de geschillen van bestuur wordt niet bestreden. Wel menen minister Alders en zijn juristen dat de EG-richtlijn te beperkt van opzet is. Volgens hen is daarin nog geen sprake van uitwerking van het VN-verdrag van Bazel (1989) over doorvoer en export van chemisch afval naar derde landen.

Zo meent minister Alders dat het Nederlandse restrictieve vergunningenbeleid voor uitvoer van chemisch afval onverkort kan worden gehandhaafd zolang er van de noodzakelijk geachte uitbreiding van de EG-milieurichtlijn geen sprake is.

    • Frits Groeneveld