'Justitie krijgt oog voor slachtoffer'

TILBURG, 29 sept. 'We zijn verheugd en hoopvol gestemd, maar sommige punten roepen bij ons gemengde gevoelens op en we missen ook een aantal zaken.' Met deze uitspraak reageert prof.mr. M. S. Groenhuijsen, voorzitter van de Landelijke Organisatie Slachtofferhulp (LOS), op het justitele beleidsplan 'Recht in Beweging', dat minister Hirsch Ballin deze week naar de Tweede Kamer stuurde. En Groenhuijsen hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg doelt dan op die passages die betrekking hebben op hulp aan slachtoffers van alle mogelijke misdrijven, in het bijzonder geweldsdelicten, zedendelicten en vermogensmisdrijven.

'Te lang', aldus de professor, 'zijn de slachtoffers uit het strafrecht geweerd. Ze werden behandeld op een manier die hun extra leed berokkende. Ze hadden in de hele strafrechtpleging geen eigen positie, alleen als man of vrouw die aangifte deed en als getuige. Kortom: hun rechten werden nauwelijks erkend en daarom stemt het tevreden dat de zorg voor deze mensen nu als een kerntaak van Justitie wordt aangemerkt'.

Veel lof heeft hij voor het streven van de minister om de nieuwe wet die de schadevergoeding aan slachtoffers regelt, volgend jaar in te voeren. Het bewuste wetsvoorstel, dat eind 1989 bij het parlement werd ingediend, berust op een advies van de commissie-Terwee, waarin ook Groenhuijsen zitting had. De nieuwe regeling houdt, kort samengevat, in dat de dader als strafrechtelijke reactie op het misdrijf dat hij pleegde, verplicht kan worden het slachtoffer of (bij moord en doodslag) diens nabestaanden schadeloos te stellen. Groenhuijsen: 'Die mogelijkheid bestond al via de civiele procedure, maar nu wordt het ook een sanctie in het strafrecht en daarbij gaat het om zowel materiele als immateriele schade die iemand heeft opgelopen'.

Die stoffelijke schade is bijvoorbeeld de waarde van gestolen goed, van de bril die iemand verloor, toen hij in elkaar werd geslagen, de rekening die hij aan de tandarts moest betalen voor behandeling van zijn vernielde gebit, de reparatiekosten van een gekraakte auto. Dat alles voor zover de verzekering niet voor de kosten opdraait.

Bij immateriele schade denkt Groenhuijsen vooral aan slachtoffers van gewelds- en zedendelicten. 'Een vrouw die werd verkracht of aangerand kan vaak lange tijd niet normaal functioneren. Ze maakt een periode van emotionele ontreddering door en houdt er dikwijls een trauma aan over. Ook die schade, uitgedrukt in geld, kan via de strafrechter op de dader worden verhaald en dat vinden we een bijzonder gunstige ontwikkeling'.

Natuurlijk zullen alleen slachtoffers van opgehelderde misdrijven van de wettelijke regeling kunnen profiteren. Er zijn ook legio gevallen die niet met een arrestatie en veroordeling gepaard gaan. Om in die gevallen van hogerhand financiele steun te bieden, wil de minister, in navolging van onder andere Belgie en de Verenigde Staten, een zogenoemde slachtoffertax invoeren. Dat wil zeggen dat alle door de rechter opgelegde boetes en alle transacties waarmee het openbaar ministerie zaken afdoet met 5 procent zullen worden verhoogd. Dit zou, bij een jaarlijks totaal van 200 miljoen gulden aan boetes en transacties per jaar tien miljoen gulden opleveren.

Groenhuijsen begrijpt uit de stukken dat Hirsch Ballin die som in het Schadefonds Geweldsmisdrijven wil storten en dat vindt hij op principiele gronden onjuist: 'Boetes worden voornamelijk opgelegd bij overtredingen en lichte misdrijven, terwijl het schadefonds uitdrukkelijk bedoeld is voor slachtoffers van ernstige geweldsdelicten. Alleen zij, een totaal andere groep, kunnen een uitkering aanvragen. Wij van de LOS vinden dat er een samenhang moet bestaan tussen de heffing van de slachtoffertax en de besteding daarvan en die ontbreek dus ten enenmale'.

Volgens de voorzitter ligt het meer voor de hand althans een deel van de tax te gebruiken voor extra subsidiering van de LOS. Deze organisatie kwam in 1984 voort uit enkele plaatselijke initiatieven (onder andere in Rotterdam en Groningen) en overkoepelt inmiddels zeventig lokale en regionale bureaus voor hulp aan slachtoffers van misdrijven. Elk bureau kent een betaalde coordinator en een reeks vrijwilligers, in totaal nu 650 mannen en vrouwen. Dat complete netwerk, met inbegrip van een landelijk servicebureau in Utrecht, kost jaarlijks ongeveer tien miljoen gulden. Daarvan wordt zeven miljoen gedekt door onder meer subsidies van lagere overheden en het departement van justitie, zodat een tekort van drie miljoen resteert.

Groenhuijsen: 'Het aantal slachtoffers dat bij ons aanklopt is jaarlijks bijna verdubbeld. We helpen nu 20.000 mensen, het zullen er weldra 40.000 worden. Justitie verwacht van ons dat wij die taak uitvoeren en dat willen we ook van ganser harte, maar dat kan alleen als we er drie miljoen gulden bij krijgen en daarvoor leent zich de slachtoffertax. Zo'n toeslag op boetes beoordelen we dus positief, maar wat de voorgestelde besteding betreft met gemengde gevoelens'.

Vragen heeft de Tilburgse hoogleraar bij de paragraaf in het ministeriele beleidsplan die rept van schaderegelingen tussen dader en slachtoffer. Het betreft hier hoofdzakelijk kleinere delicten als winkeldiefstallen en vernielingen, die niet per se een strafrechtelijk vervolg hoeven te krijgen mits de schadekwestie onder regie van openbaar ministerie en/of politie is geregeld.

Experimenten bij de politiekorpsen van Middelburg en Leiden hebben uitgewezen dat dit mogelijk is. 'Maar', zegt Groenhuijsen, 'de opzet slaagde pas toen er op de bewuste bureaus iemand gedurende twintig uur per week voor die specifieke taak was vrijgemaakt.' Hij spreekt in dit verband van een aparte 'aandachtsfunctionaris' of 'schaderegelaar', die een bemiddelende rol speelt tussen dader en slachtoffer en daaraan een halve dagtaak heeft. De LOS zag graag bij alle politiekorpsen van enige omvang een dergelijke functionaris, maar of ook de minister die richting uit wil, valt uit de stukken niet op te maken. Groenhuijsen: 'We zijn dus zeer benieuwd op welke wijze aan die schaderegeling gestalte wordt gegeven'.

    • F. G. de Ruiter