Gerommel in Tuva

De Centrale Viskwekerij in Kyzyl, de hoofdstad van de Autonome Socialistische Sovjet Republiek Tuva kweekt vis in het Soetholmeer. Zeer tegen de zin van de plaatselijke nomaden - schapen- en yakkenfokkers - die dat tot voor kort altijd zelf deden. Onlangs bracht Tamar Michajlova, adjunct-directrice van de viskwekerij twee van haar werknemers, en het 14-jarige neefje van een van hen, naar het meer om de visoogst binnen te halen. Toen ze er aankwamen had de plaatselijke bevolking een vijandige houding aangenomen. Tamar Michajlova aarzelde. Kon zij de twee mannen en de jongen hier achterlaten? Vanuit het hoofdkantoor van de sovchoze maakte ze radiocontact met het kantoor van de viskwekerij. De directeur was gedecideerd: spullen uitladen en de mannen onderbrengen in de aan het meer gelegen hut. Michajlova liet het drietal achter en reed met haar jeep terug naar het vierhonderd kilometer verderop gelegen Kyzyl.

Vier dagen later werd er vanuit Kyzyl een vrachtwagen naar het meer gestuurd om de vis op te halen. De blokhut bleek tot op de grond afgebrand, en de visser Soekolovski, die de dag tevoren net 41 jaar geworden was, lag met een verbrijzelde schedel enkele meters naast de verkoolde resten van de andere twee mannen.

Hun begrafenis draaide uit op een demonstratie, zo'n 20.000 mensen hoopten te zamen in Kyzyl. Ze voerden leuzen als 'Dood aan de moordenaars' en eisten het aftreden van de minister van Openbare Orde. Een uitzonderlijk hoog aantal, want Tuva telt slechts ruim 300.000 inwoners, waarvan er zo'n 80.000 in Kyzyl wonen.

In het kantoor van de Centrale Viskwekerij kan Tamar Michajlova haar bezorgdheid niet verbergen. Ze heeft net te horen gekregen dat een van haar chauffeurs vanochtend op de weg van Kyzyl naar Erzin, een nederzetting tegen de grens met de Mongoolse Volksrepubliek, door gewapende jongeren te paard is aangevallen. Hij kon ternauwernood worden ontzet door de inzittenden van een toevallig achteropkomende jeep.

' Dat is nu al de zoveelste keer, mijn chauffeurs zijn bijna nergens veilig meer.' Ze benadrukt dat de verhoudingen tussen Russen en Tuviniers in het bedrijf goed zijn. Maar van de in totaal 56 werknemers die het bedrijf telt willen er 25 weg, allen Russen. Ze voelen zich niet meer veilig. Michajlova durft ook het platteland niet meer op, maar zegt nog niet aan vertrekken te denken. Dat de excessen uiting zijn van een etnisch conflict wil ze niet bevestigen. Ze weet wel te melden dat inmiddels al duizenden Russen de herdersrepubliek ontvlucht zijn. De tijdens het gesprek op de viskwekerij eveneens aanwezige boekhoudster Helena Jarovikova zegt al een huis op het oog te hebben in het ruim 500 kilometer noordelijker, buiten Tuva liggende, Krasnojarsk. ' Ik wil niet hysterisch doen, maar... ik ben doodsbang. Als ik weg kan, ga ik.'

Oorlog

De koppen in de centrale pers liegen er niet om. De Komsomolskaja Pravda: 'De dood komt in de nacht', de Pravda: 'Donder over de Sajan' (noordwestelijk gebergte in Tuva). En de regionale Komsomolskaja Koezbas: 'Onbekende oorlog'. Vaak wordt in deze teksten gebruik gemaakt van woorden als 'spleetogen' en 'hoge jukbeenderen'.

De Tuviniers, die tweederde van de bevolking uitmaken, zijn woedend over deze 'hetze'. ' Wij hebben niets tegen Russen, wij hebben altijd vreedzaam kunnen samenleven, ' zijn vaak de eerste woorden bij een ontmoeting. Nog verbolgener zijn ze over het wapenverbod dat onlangs afgekondigd is. ' Het is een traditie van ons nomaden, wij hebben altijd messen op zak.'

Pan-Mongolist

Vroeger werd het Boeddhistische Tuva beheerst door Chinese feodale landheren. Na een aantal opstanden kwam daar eind van de vorige eeuw een einde aan. De Russen werd om steun gevraagd en de Russische kolonisatie kwam op gang. De eerste Russische kolonisten streken er neer en stichtten de nederzetting Byeolotsarsk - de Stad van de Witte Tsaar -, het huidige Kyzyl. In 1914 werd 'Urankhai', zoals de Russen het noemden, officieel een Russisch protectoraat. Merkwaardigerwijs verklaarden de bolsjewieken - toch niet vies van enig expansionisme - de annexatie onwettig. Onder de stuwende leiding van president Donduk wendde Tuva vervolgens haar blik op Mongolie. ' Het Tuvinische volk, ' zo verklaarde Donduk, ' is klein, arm en achterlijk in cultureel opzicht. Daarom moet het verenigd worden met Mongolie.' De pan-Mongolist en toegewijde Boeddhist stond voor een religieuze opvoeding van de Tuvinische jeugd en in 1928 riep hij een wet in het leven, die anti-religieuze propaganda verbood. Dat was meer dan de Sovjetregering kon tolereren. Tot 1944 zou Tuva in naam onafhankelijk blijven, maar op 17 augustus van dat jaar nam de 'Kleine Khural', het door de Revolutionaire Volkspartij gedomineerde parlement, de 'historische beslissing' om toetreding tot de USSR te vragen.

Yoerte

Grigori Sjirsjin: ' Ja, natuurlijk ben ik in een yoerte geboren, zoals alle mensen van mijn generatie. Wij zijn nomaden. Ons wereldbeeld is gevormd door ons contact met de natuur, met het vee.' Grigori Sjirsjin is al 17 jaar partijsecretaris van de Communistische Partij Tuva en daarmee een van de langst zittende partijleiders van de Sovjet-Unie. Door menigeen was ons al met een laverende handbeweging aangegeven wat de reden is van zijn zitvlees.

In zijn ongeveer dertig meter lange en tien meter brede werkkamer op de eerste verdieping van het partijgebouw - een van de weinige kolossale panden in Kyzyl - wijst Sjirsjin naar een wel vijftien meter lange vergadertafel. Daaraan wil hij zitten - tussen ons in - en niet aan zijn immense bureau onder de portretten van Lenin en Gorbatsjov.

De 56-jarige partijleider is van origine historicus en hij noteert ijverig jaartallen op kladjes. Hij praat over de historie van Tuva. En het gestaalde jargon is niet van de lucht. ' Objectieve voorwaarden... historische beslissing... een grote Sovjet-familie.' Op de tafel liggen plukken schapewol en steenkolen, die hij af en toe door zijn handen laat rollen. Hij geeft een langdurige opsomming van de verworvenheden van het socialisme: tractoren, scholen, artsen, ziekenhuizen...

Over zichzelf praat hij niet graag, zegt hij, als we vragen waarom hij al 17 jaar partijleider is. ' Dat is geen gemakkelijke vraag. Wij zijn een traditioneel volk, onze maatschappij verandert langzaam. Dat vraagt om continuiteit. Die kun je als leider alleen geven als je je kunt aanpassen aan nieuwe politieke situaties. Je moet met je tijd mee kunnen gaan. Wij hebben alles meegemaakt, wij hebben gewerkt onder Brezjnjev, Andropov, Tsjernenko en nu Gorbatsjov. Als leider kun je dan niet zo maar weggaan. Wij denken nu anders, want ook principes zijn geen dogma's. Die kunnen veranderd worden.'

Dat Boris Jeltsin de partij verlaten heeft vervult hem met afschuw. ' Ik beoordeel dat als zeer negatief. Hij is door de partij gevormd, en heeft door de partij carriere gemaakt. Alles heeft hij aan de partij te danken, dan mag je er niet zomaar uitstappen. De partij heeft fouten gemaakt, wij hebben inbreuk gemaakt op de basisprincipes van het socialisme, we hebben geen rekening gehouden met de belangen van het volk, maar we hebben die fouten erkend.' Wanneer? ' Vroeger zagen wij ook fouten, wij probeerden ze te verbeteren, maar dat lukte niet. Toen Gorbatsjov kwam zagen we de problemen ineens met andere ogen. Door hem werden ze duidelijk.'

Steevast iedere vraag beantwoordt Grigori Sjirsjin in de pluralis majestatis of hij corrigeert vraagstellingen als 'te primitief', 'te algemeen', en zo gauw we het gesprek brengen op zijn fouten als partijleider reageert hij met: ' We moeten naar de toekomst kijken... ' Na lang aarzelen, afwachtend, ontwijkend, inschattend in hoeverre wij op de hoogte zijn van de binnenlandse situatie, geeft hij toe dat de criminaliteit toeneemt en dat er ongeregeldheden waren. De zichzelf als 'partijveteraan' kwalificerende leider hekelt het gebrek aan discipline. ' Ik denk altijd aan discipline, zonder discipline geen democratie. Vroeger was ons volk veel gedisciplineerder, maar onze jeugd weet niet meer wat dat betekent. Het zelfbewustzijn van de Tuviniers groeit. Dat is een positieve ontwikkeling, die jammer genoeg te ver gaat. Bij bepaalde elementen leidt dat tot extremistisch, tot crimineel gedrag. En het is vooral de Russische pers, die het conflict aanwakkert, ze maakt het tot een conflict tussen nationaliteiten door haar verkeerde en weinig gedisciplineerde berichtgeving, terwijl het de taak van de pers is een juist beeld te geven.'

Er is een commissie van de Opperste Sovjet ingesteld die naar de oorzaken van het conflict onderzoek naar moet doen. Maar voor Sjirsjin is het duidelijk. ' De Russische pers beledigt ons volk. Daarom hebben wij afgelopen week een officieel protest aangetekend in het orgaan van de Opperste Sovjet. De pers hoort ons te steunen. Als er een conflict is in een familie, tussen man en vrouw, dan helpen de buren. Nu er conflicten zijn in onze familie van Russen en Tuviniers moet de pers helpen.'

Laag voorhoofd

Niet bekend

Volksafgevaardigde en een van de leiders van wat een 'Volksfront' had moeten worden, Bitsjeldei Kaadyr-Ool, durft geen cijfers te noemen, maar dat enige duizenden Russen de afgelopen maanden Tuva verlaten hebben staat voor hem vast. En in tegenstelling tot Sjirsjin - ' van die man moeten we het niet hebben, die is Russischer dan de Russen' - kan hij zich hun angst ook wel voorstellen.

Hij memoreert de gebeurtenissen in Hovu-Aksi, een mijnwerkersdorp 100 kilometer ten zuidwesten van Kyzyl, waar kobalt gewonnen wordt. Het dorp is verdeeld in een boven- en benedenstad. In het hoger gelegen deel, in de betere woningen, wonen de Russen, in het lage deel de Tuviniers. Op een avond ruim een maand geleden kwamen de Russen naar beneden om de Tuviniers te controleren op het bezit van steekwapens. Toen deze laatsten door kregen dat het louter Russen waren die hen ontwapenden, verzetten ze zich. Enkele uren later togen de Tuviniers naar de bovenstad en bestookten de Russische huizen met molotov-cocktails. Er vielen enkele gewonden. 7 Jongeren werden tot gevangenisstraffen veroordeeld. Een poging van 300 geestverwanten om hen gewapenderwijs te bevrijden kom met moeite worden verijdeld.

' De centrale pers beweert dat er hier een burgeroorlog gaande is, ' zegt Bitsjeldei Kaadyr-Ool. ' Dat is schromelijk overdreven. Het is een sociaal-economisch conflict. De Russen hebben de leidinggevende banen en wij doen het vuile werk. Onze jongeren zitten grotendeels zonder werk. Zo'n 25.000 jongeren tussen de 15 en 19 jaar zijn werkloos, dat geeft onrust. Ze zijn slecht opgeleid. Met hun imperialistische mentaliteit beschouwen de Russen ons als tweederangs burgers. Dat is de belangrijkste reden van de etnische crisis.

Onze jongeren hebben geen toekomst. Ze zijn ontworteld, al onze boedhistische tempels zijn vernield, niet een bleef er over. De tempels waren de culturele en religieuze centra van ons land. De Russen dachten het alleenrecht op de toekomst te hebben, ze dachten dat tempels de vooruitgang in de weg zouden staan. Onze jeugd kreeg in Sovjet-internaten, gescheiden van hun ouders die meestal nomaden zijn, een Russische opvoeding. Ze weten niets van de traditionele waarden van hun land. Herder willen ze niet meer worden en goede banen kunnen ze niet krijgen omdat die door Russische immigranten worden bezet.'

Een 'soort warenhuis, dat leeggehaald wordt door de Russen' noemt hij de Tuvinische republiek. De rijkdom aan delfstoffen, zoals goud, uranium, kobalt, steenkool, verdwijnt volgens hem naar Rusland, zonder dat de Tuviniers er wijzer van worden. ' We verloren veel en wonnen weinig de laatste 45 jaar.'

Hij signaleert een bevriezing van de economische banden door de omliggende regio's als Krasjnojarsk, Irkoetsk, Kemerovo en Tomsk. Een bouwbedrijf uit Krasjnojarsk zou haar werknemers niet meer bloot durven stellen aan de vijandige Tuviniers en het contract a raison van 7 miljoen roebel werd geannuleerd. Bitsjeldei Kaadyr-Ool spreekt van een 'niet officiele boycot'.

Volksfrontbeweging

De Volksfrontbeweging die Kaadyr-Ool eind vorig jaar in het leven riep kwam niet echt van de grond. De Communistische Partij, waar hij zelf ook nog steeds deel van uitmaakt, startte een succesvolle tegencampagne. ' De partijleiders noemden ons nationalisten en politieke avonturiers, en ons programma konden we niet publiceren in de pers.' Maar hij is reeel genoeg om te erkennen dat de belangstelling onder de bevolking ook niet erg groot was. ' We zijn een klein volk met een laag politiek bewustzijn, we kunnen ons niet meten met dergelijke bewegingen in de Baltische Staten.' In september vindt er een congres van de Communistische Partij van Tuva plaats. Als ze haar programma niet fundamenteel aanpast - wat zijn verwachting is - zal hij de partij verlaten en een Democratische Partij stichten. Zijn doel: een federatieve republiek binnen 5 jaar en een confederatieve republiek binnen 20 a 25 jaar. ' Het is nog geen tijd voor onafhankelijkheid. Maar als de Russen ons niet meer willen dan hebben wij hen ook niet meer nodig. Dan hebben wij het recht de onafhankelijkheid uit te roepen.'

We staan aan de oever van de Jenissei, de grootste rivier van de Sovjet-Unie, die in het verderop liggende Sajan-gebergte ontspringt. Aan de overzijde van het brede snelstromende water is op een heuveltop de naam van Lenin in mozaiek te zien.

' Wij zijn altijd een samenleving van herders geweest, ' vertelt Kaadyr-Ool, ' een wereld op zich. Iedereen leefde voor zichzelf, met zijn eigen kudde, en keek niet verder dan de bergen. Soms kwamen er vreemden. Wij vertrouwden hen, als we maar in vrede konden leven.'

De Sovjet republiek Tuva - ongeveer zes maal groter dan Nederland - ligt in het hart van Azie. Drie- tot vierduizend meter hoge bergen scheiden het af van de rest van Siberie. Een Russische gezegde luidt: 'Wie naar Tuva reist, zal niet meer terugkeren'. Sinds kort rommelt het in de nomadenrepubliek.