Geldschaarste tekent jaren negentig

WASHINGTON, 29 sept. De Franse fabeldichter La Fontaine zou met de wereldeconomie aan het einde van de twintigste eeuw wel raad weten. De hebzucht van de jaren tachtig, gefinancierd met geleend geld, was het tijdperk van de krekels. De komende tien jaar, waarin een massale vraag naar kapitaal niet wordt gedekt door voldoende besparingen, wordt de tijd van de mier.

Aan het begin van de jaren negentig vormt het gebrek aan besparingen een van de grootste uitdagingen voor de financieel-economische beleidsmakers in de industrielanden.

Aan de ene kant neemt de vraag naar kapitaal voor investeringen mondiaal toe. De Westduitse ervaring met de kosten van de herstructurering in de DDR is een voorproefje van de miljarden die nodig zijn om de overige ex-planeconomieen achter de Oder-Neisse te redden. En niemand weet nog wat de opruimingskosten zullen zijn van de communistische ruine in de Sovjet-Unie. Alleen al voor het plan van premier Lubbers voor een Energiegemeenschap met de Sovjet-Unie zullen investeringen van tientallen miljarden guldens nodig zijn. En dan zijn er de ontwikkelingslanden die om krediet blijven vragen.

Incidentele gebeurtenissen doen ook een beroep op de mondiale beschikbaarheid van kapitaal: de miljarden die in de Kanaaltunnel verdwijnen, de scheppen geld voot de militaire operaties in de Arabische zandbak en de hulp aan de frontlijnstaten.

De stijging van de olieprijzen verschuift een deel van de Westerse besparingen richting olie-exporteurs. Zelfs onder de gematigde prognoses van de olieprijzen die het IMF hanteert (gemiddeld 26 dollar per vat dit jaar, terug naar 21 dollar eind 1991), zal in anderhalf jaar tijd 41 miljard dollar extra naar de olielanden stromen. Niemand weet of dit geld opnieuw zal worden doorgesluisd naar de internationale kapitaalmarkten.

'De snelste manier om het gebrek aan besparingen te verminderen is om overheidstekorten terug te dringen', doceerde IMF-directeur Camdessus deze week.

Sommige industrielanden hebben, ondanks de hoogconjunctuur van de jaren tachtig, nog steeds enorme overheidstekorten. Vooral dat van de Verenigde Staten doet een geweldig beroep op de internationale kapitaalmarkten. Zelfs als dit weekeinde een akkoord bereikt wordt over vermindering, bedraagt het tekort bijna 200 miljard dollar, de grootste afzonderlijke ontsparing in de wereld.

Bovendien moet de Amerikaanse overheid het miljarden-debacle van de spaarbanken financieren, verdwijnen enorme bedragen in de onroerend goed-crisis en in de markt van risicovolle obligaties en met leningen gefinancierde overnemingen.

Tegenover die onstilbare vraag naar kapitaal staat een te gering aanbod. Overal ter wereld is al tijden sprake van een gestage daling van de besparingen. Maar in de jaren tachtig financierden de overschotten van spaargrage Japanners en hardwerkende Duitsers de tekorten van de consumerende Amerikanen. Die tijd is voorbij.

Japanse institutionele beleggers zijn al een tijdje netto verkopers op de Amerikaanse kapitaalmarkt; ze hebben geld nodig om de verliezen te dekken die ze hebben geleden door de ineenstorting van de Japanse beurzen. Door nieuwe internationale regels voor de vermogensposities van banken moeten de Japanse banken hun uitleenactiviteiten eveneens beperken.

West-Duitsland, de locomotief van Europa, is in snel tempo bezig de richting van zijn kapitaaluitvoer (vorig jaar nog 100 miljard D-mark) te verleggen. Niet langer gaat deze naar het Westen, maar naar het Oosten. De Duitse besparingen zijn hard nodig om de eenwording te financieren.

Het marktantwoord op de schaarste aan beschikbare besparingen is dat de prijs voor geld, de rente, omhoog gaat. 'En dat moet ook', aldus president Pohl van de Duitse Bundesbank, 'gezien de enorme vraag naar kapitaal zal de reele rente (de rente verminderd met de inflatie) nog een lange tijd hoog blijven.'

Nederland zit daar aan vast, omdat de gulden aan de D-mark is gekoppeld en de Nederlandse rente de Duitse rentebewegingen volgt. Ex-minister van financien Onno Ruding, tegenwoordig voorzitter van de Christelijke werkgevers, zei deze week zich grote zorgen te maken over de hoge reele rente.

Er is, volgens Ruding en andere financiele deskundigen, maar een oplossing. Het aanbod van kapitaal moet worden vergroot. Daarvoor moet het gemakkelijke consumentenkrediet, de credit card-mentaliteit van de krekels, worden beperkt. En de ontsparing door de grootste krekel, de Amerikaanse overheid, moet eindelijk stoppen. Pas dan komt er internationaal weer kapitaal beschikbaar, waarmee de mieren aan het werk kunnen.

    • Roel Janssen