Gedachtenspinsels van een bescheiden dromer

Op het allereerste gezicht dringt zich de vergelijking op met werkstukken van Da-da, of uit de perioden van minimal-art en nul-kunst. Maar al snel blijkt het in de tekeningen en beelden van Tjibbe Hooghiemstra om heel iets anders te gaan. Da-da, minimal-art, nul-kunst waren heftig betogende bewegingen, reacties op een verstikkend geachte traditie, cynische ontkenningen van eerder gekoesterde waarden. Niets van dat al in de uiterst bescheiden werkstukken van Hooghiemstra zoals die in het Franeker Museum 't Coopmansus worden geexposeerd. Ze hebben geen enkele beschimpende bedoeling, zijn kwetsbare en in zichzelf gekeerde dikwijls kleine objecten, de gestolde gedachtenspinsels van een dromer die geen weet wil hebben van de waan van de dag.

Met krijt, potlood, grafiet, teer en inkt tekent hij op grote vellen bruin pakpapier, uit lood, zink, stukken glas en steen, ijzerdraad, hout, en weggeworpen spullen ontstaan zijn beelden, die in hun ijle lijnenspel eigenlijk ook tekeningen zijn maar dan in de ruimte. De meeste werkstukken hebben geen titel, hebben die ook niet nodig, omdat ze niets anders voorstellen dan zichzelf. Bijvoorbeeld een uit heel dun ijzerdraad geknoopte vorm, die een combinatie zou kunnen zijn van een fiets en een vlinder. Het voorwerp is zo licht dat het in elk tochtje als een mobile gaat werken. Of een tot een U-vorm gebogen ladder van wat dikker draad, bijeengehouden door takken met verdroogde bladeren. De vorm zou de boog van een brug kunnen zijn, het vrijwel enige herkenbare element dat in het werk van Hooghiemstra voorkomt. Er zijn ook tafel-achtige constructies met brokken glas als bladen. Het werk is sober, ongepolijst, stukken glas, steen en hout worden onbewerkt gerangschikt en in de beelden opgenomen. Even kwetsbaar en pretentieloos zijn de tekeningen. Behalve de ook daar af en toe terugkerende omtrekken van een brug is er geen houvast. Het zijn composities van vegen, spatten, krassen, strepen, vlekken, mijmeringen in bedachtzame kleurovergangen op het ruwe bruine oppervlak van het pakpapier. De tekeningen hebben in de verte iets te maken met de mentaliteit waaruit het beste werk van Anton Heyboer ontstond. En de beelden vertonen verwantschap met de gedachten achter het werk van de Brabander Johan Claassen, die in de Peel kunst vervaardigt uit wat hij daar aan natuurlijk materiaal aantreft.

De bescheidenheid van Hooghiemstra's werk zet zich voort in de catalogus (f. 25.-) waarin vrijwel geen bijzonderheden over de persoon van de kunstenaar te vinden zijn. We komen te weten dat hij omstreeks 1980 aan de Groningse Akademie Minerva werd opgeleid en dat hij twee jaar later zijn eerste tentoonstelling hield. Daaruit valt af te leiden dat hij nog een betrekkelijk jong kunstenaar is. Twee jaar geleden exposeerde hij in een verlaten melkfabriek op het Friese platteland. De geisoleerde lokatie past bij deze kunstenaar van wie nu behalve in Franeker ook enkele werkstukken te zien zijn in de toren van de St. Joriskerk in Britswerd. Dit gehucht ligt tussen Franeker en Sneek, de St. Joriskerk ter plaatse wordt gebruikt door de Helling Stichting die er exposities, lezingen en concerten organiseert. Permanent in de kerk is een collectie schilderijen van Boele Bregman, een van die typisch Friese auto-didacten. De tijdelijke expositie is nu een kleine aanvulling op het overzicht van Tjibbe Hooghiemstra in Franeker.