Fred Delfgaauw speelt Salieri als bewonderaar van Mozart; Samenspel van man en pop

Mozart van Studio Peer begint met de bekende mythe, in filmische beelden: Salieri zit gemaskerd aan het sterfbed van Mozart. Hij noteert diens Requiem en dient hem vergif toe. Naar algemeen wordt aangenomen, handelt Salieri, opera-componist, hofkapelmeester en dirigent van de Italiaanse opera in Wenen, uit jaloezie. Hij staat immers in de schaduw van Mozarts immense talent.

Na de proloog volgt Salieri's apologie. Hij mag, ondersteund door prachtige muziek van Mozart en van hemzelf, eindeloos vertellen, aanklagen, herinneringen ophalen en, vooral: gebeurtenissen naspelen. Fred Delfgaauw speelt Salieri als een beminnelijk personage. Hij luistert bewonderend naar Mozarts muziek. Opmerkelijk genoeg is melancholie en niet jaloezie zijn voornaamste emotie. In de ogen van Delfgaauw en regisseur Henri Overduin is hij geen gifmenger.

De overige personages zijn grote handpoppen, die als kleurige vodden in de zwarte ruimte liggen en pas tot leven komen als Salieri ze oppakt. En die onmiddellijk terugvallen in hun staat van niet-zijn op het moment dat Salieri ze loslaat. Dan klinkt alleen hun stem nog even na Delfgaauw beschikt over een bewonderenswaardig arsenaal aan stemmen verontwaardigd, omdat hun onophoudelijk geroddel voortijdig wordt afgebroken.

De filosofe Mathilde Ludendorff, die twee boeken publiceerde over 'Het Geval Mozart', is een bleek, stoffen hoofd met een hoed met veren. Als zij praat tegen Salieri, haar hoofd vlak bij het zijne, dan valt de innige mededeelzaamheid van haar gelaatstrekken op. Maar als zij zich opricht, dan stralen haar lange nek (de arm van Delfgaauw) en kop een en al hoogmoed en gevaarlijke nieuwsgierigheid uit.

Delfgaauws handpoppen zijn karikaturen, ze zijn de volmaakte personificatie van de kwaadsprekerij. Alleen Franz Ignaz von Mosel, de biograaf van Salieri en zijn vriend, vormt een uitzondering. Hij heeft een kop van zacht rubber en als hij praat trillen zijn wangen, menselijk en wijs. Hij is als enige pop een volwaardig personage. Het samenspel tussen Salieri en Mosel, tussen pop en acteur, is van een fascinerende intimiteit.

Sinds de film Amadeus van Milos Forman naar het toneelstuk van Peter Shaffer waar de beginbeelden overduidelijk naar verwijzen is de verhouding Mozart-Salieri publiek eigendom geworden. Dit stelt hoge eisen aan de theatermaker, die in een persoonlijke stijl boven het cliche moet uitstijgen. Tekst en regie (Henri Overduin) maken echter riant gebruik van gemeenplaatsen. De dialogen zijn spitsvondig maar de monologen, het spel en de muziek verduidelijken elkaar voortdurend en vormen unisono een al te expliciet drama, dat minder de fantasie aanspreekt dan de sentimenten. Mozart krijgt daardoor iets van een levenslied op niveau, zo'n lied waarin alles wel erg eenvoudig wordt weergegeven. Maar ondertussen zing je mee, terwijl de rillingen over je rug lopen.

Voorstelling: Mozart, door Studio Peer. Regie en tekst: Henri Overduin; spel: Fred Delfgaauw; decor: Laura de Josselin de Jong. Gezien: 19/9 De Brakke Grond, Amsterdam. Tournee t/m april 1991.