Experts in onzichtbare doodklappen

De politieke en militaire inlichtingendiensten van Israel zijn de laatste om zich tegenover staten en personen die ze te slim zijn afgeweest aan triomfalisme te buiten te gaan. De Israelische experts in het toedienen van onzichtbare doodklappen en preemptive strikes zijn daarover zo discreet dat ze zelfs hun grootste successen consequent hebben verzwegen onder het motto: een perfecte veiligheidsoperatie is een uitschakelingsklap die niemand ziet of hoort en die geen sporen nalaat.

Het sprekendste voorbeeld van zo'n meedogenloos nauwkeurig uitgevoerde operatie is de Israelische luchtaanval op de kernreactorcentrale van Irak in 1981. Israel heeft over dat miraculeuze precisie-bombardement officieel nooit meer meegedeeld dan dat de operatie door de Israelische luchtmacht was uitgevoerd en tot een goed einde was gebracht. Alles wat de toenmalige chef van de Israelische luchtmacht, generaal-majoor David Ivri (die onlangs op de Israelische televisie voor een herhaling heeft gepleit), ooit over het huzarenstuk van 1981 heeft losgelaten, is het zeker niet komisch bedoelde understatement, kort nadat de Israelische luchtmacht had toegeslagen: 'Elke bom heeft doel getroffen' alsof hij een proces-verbaal voorlas.

Ook officiele Amerikaanse analyses waarin de effecten van het bombardement op de Iraakse kernreactorcentrale werden beschreven, zoals die van het Pentagon, ('Centrale volledig vernietigd, buitenlandse experts ongedeerd'), lokten in Tel Aviv geen officiele commentaren uit. Zowel de lof van Arabische buurlanden, die heimelijk juichten dat Israel een potentieel gevaar in hun buurt buiten werking had gesteld, als de kritiek van de Verenigde Naties werd voor kennisgeving aangenomen.

Een grijns kon er bij de Israelische premier Begin nog net af maar verder geen enkel woord toen hem Amerikaanse satellietfoto's werden voorgelegd die uitwezen dat de inslagen (van de tweeduizend pond wegende bommen) een nauwkeurigheid van honderd procent hadden gehad. Niet een bom was verkeerd terechtgekomen en op de foto's was geen enkele, door een misworp veroorzaakte krater waargenomen.

De Israeliers, die zich dus ook door hun Amerikaanse geldschieters niet in de kaart lieten kijken, probeerden hun succes nog verder te kleineren door alle geruchten over het gebruik van 'pientere' electronisch bestuurde bommen tegen te spreken. Ze zeiden slechts gewone bommen te hebben ingezet: conventionele 'dumb bombs', geen 'smart bombs', zoals Amerikaanse defensie-experts hadden beweerd.

Uit de reconstructie van de luchtaanval op de Iraakse reactorcentrale die de voormalige Mossad-employe Victor Ostrovsky zojuist te boek heeft gesteld blijkt dat het vernuft van de Israelische veiligheidsdiensten nog groter is geweest dan altijd is aangenomen. Dat vraagt als het ware om gradaties van de overtreffende trap.

Sinds 'Entebbe' (toen de Mossad dankzij een geheim netwerk van vriendschappelijke betrekkingen in de regio de weg effende voor de overval door Israelische commando's op het vliegveld van Kampala waar 139 Israeliers werden gegijzeld) waren de Israelische veiligheidsdiensten immers al de beste ter wereld. Het verschil is misschien dat de technologie van de vijandmisleiding sinds dat heroische hoogtepunt een uitgebreider instrumentarium heeft gekregen. De Agfa-klakjes waarmee de Israelische luchtverkenners zich in Entebbe moesten behelpen (om niet afhankelijk te zijn van Amerikaanse satellietfoto's) zijn sinds lang opgevolgd door geavanceerde nachtkijkers en laserstralen, zoals de hele luchtverkenning trouwens geen traditionele methodes van verspieden meer kent maar is uitgegroeid tot militaire electronische chirurgie.

Maar het kan zijn dat het menselijk vernuft, zoals Ostrovsky suggereert, nog verder kan worden opgerekt. De Israelische regering, die het in de Verenigde Staten verschenen boek tevergeefs heeft geprobeerd tegen te houden, heeft Ostrovsky weliswaar als een 'mystificateur' gekwalificeerd, maar een aantal relevante feiten uit zijn boek heeft zij niet weersproken.

Zo blijkt de operatie-Babylon (dezelfde naam die de ondergrondse beweging in 1945 gebruikte om de 100.000 zielen tellende joodse gemeenschap in Irak uit Bagdad naar de joodse staat in oprichting te smokkelen) niet met acht F-16 straalbommenwerpers te zijn uitgevoerd, zoals steeds is aangenomen, maar met een veel groter aantal volgens de auteur met 24 straaljagers van het type F-15 en F-16. In de foto-analyses van het Pentagon was dat aantal destijds verkeerd geschat doordat de bemanning van de in Saoedi-Arabie gestationeerde Amerikaanse radarinstallaties meer op de Iraakse luchtmacht dan op de Israelische had gelet.

Op diezelfde foto's was ook gesignaleerd dat de Israelische straaljagers op hun lange vlucht door vijandig luchtruim naar Irak in de lucht brandstof voor de terugweg hadden ingenomen, maar hoe ze dat hadden gedaan was uit de foto's niet duidelijk geworden. De veronderstelling was dat er een brandstoftanker 'met het uiterlijk van een passagierstoestel van een lijndienst' was meegevlogen. In Ostrovsky's boek (By way of Deception, waaruit The Sunday Times op 16 september jongstleden het gehele aan deze affaire gewijde hoofdstuk publiceerde) worden de ontbrekende stukken van die legpuzzel aangevuld. De brandstoftanker 'met het uiterlijk van een passagierstoestel' was een bij-tanktoestel dat met de kleuren van de Ierse luchtvaartmaatschappij Aer Lingus vloog. In de regio is dat een vertrouwd embleem sinds enkele Arabische luchtvaartmaatschappen met Ierse lease-toestellen vliegen. In werkelijkheid was het 'Ierse' vliegtuig een vermomde Israelische Boeing 707 die niemands argwaan had gewekt.

Hoe goed een werkelijk belangrijk geheim in Israel (waar in het algemeen niets geheim blijft) kan worden bewaard, blijkt uit een recente Mossad-biografie van de Engelse schrijver en journalist Ronald Payne. De auteur heeft een serieuze studie van de werkzaamheden en de netwerken van de Mossad gemaakt, maar hij is er niet in geslaagd met eigen ogen door te dringen tot de ingewanden van de dienst.

Ostrovsky daarentegen is een ex-insider die er weliswaar is uitgeschopt, maar net lang genoeg heeft meegelopen om de binnenkamers van de Mossad te hebben gezien. Helaas geeft ook hij geen bevredigende verklaring voor de gematigde resolutie waarmee Irak in 1981 in de Verenigde Naties genoegen nam (de toenmalige minister van buitenlandse zaken Hammadi liet tot ieders verrassing zonder duidelijke motivering zijn eis tot een wapenembargo tegen Israel vallen) en het er verder bij liet zitten. Maar de bijzonderheden die hij geeft van de vakbekwaamheid van de Israelische veiligheidsdiensten (met een aantal verbijsterende voorbeelden van hun techniek) maken duidelijk dat de geheime arm van Israel erop is voorbereid zodra Tel Aviv het groene licht voor een derde operatie-Babylon geeft.

    • H. A. van Wijnen