EEUWIG RUZIEN OM HET HUISHOUDEN

Het is bijna genant om er nog steeds over te moeten zeu ren, maar vrouwen doen nog altijd verreweg het meeste huishoudelijk werk, en de deelneming van mannen aan de zorg voor huishouden en kinderen is nauwelijks toegenomen. Ook als hun vrouwen buitenshuis werken en een belangrijk deel van het inkomen verdienen. Moeten we het hier ruim twintig jaar na het verschijnen van het veel stof doen opwaaiende artikel van Joke Kool-Smit over 'Het onbehagen bij de vrouw' nog steeds over hebben? Ja, daar moeten we het helaas nog steeds over hebben, en wel omdat er op dat front nog nauwelijks iets is veranderd.

Dat er over dit deprimerende onderwerp toch nog interessant geschreven kan worden, blijkt uit De Late Dienst, de titel waaronder de Nederlandse vertaling verschijnt van The Second Shift, Working parents and the revolution at home, het boek van de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild. Haar inspiratie put ze uit eigen ervaring, hoewel ze zichzelf rekent tot de vrouwen die hebben 'geboft', dat wil zeggen: een man hebben die achter hun werk staat en een deel van het huishouden doet. Al is haar brandstof misschien verontwaardiging, haar toon is er vooral een van nieuwsgierigheid: hoe gaat het met gezinnen met twee werkende ouders: wie doet wat en waarom leggen sommige vrouwen zich erbij neer dat zij 'die tweede dienst' moeten doen, wat neerkomt op een extra maand per jaar zonder slapen? Waarom doen ze dat, hoe ervaren ze dat, en hoe overbruggen ze cognitief en emotioneel die kloof tussen gelijkheidsidealen en de dagelijkse ongelijkheid in werklast?

Dit maakt haar boek zo spannend: de feiten weten we wel tot vervelens toe, maar waarom? Waarom blijft dit doorgaan als het tot zoveel ellende, spanningen, ruzies, irritaties en echtscheidingen leidt? Waarom blijft het zelfs doorgaan als beide partijen de man en de vrouw het erover eens zijn dat de taken gelijk moeten worden verdeeld ?

Om hierop een antwoord te vinden, deed ze, samen met Anne Machung, onderzoek bij Amerikaanse gezinnen. Ze interviewde onder meer vijftig ouderparen waarvan beide partners werkten (de 'dual career families'), grotendeels afkomstig uit de middenklassen. Verder observeerde ze bij tien van deze vijftig gezinnen die ze als goede voorbeelden beschouwde van algemenere patronen. Ze observeerde hen als ze kookten, voor de kinderen zorgden, de was en de boodschappen deden, en ze luisterde goed naar de argumenten die de mannen en vrouwen gebruikten voor de taakverdeling die ze hadden ontwikkeld .

Hierin ligt haar grote kracht. Met een bijna psychotherapeutisch 'derde oor' weet ze te luisteren naar wat mensen zeggen, hoe ze het zeggen, en vooral naar wat ze niet zeggen: wat ze overslaan, verdraaien of bagatelliseren. Ze heeft oog en oor voor de ingewikkelde manieren waarop mensen iets van elkaar gedaan proberen te krijgen. Op het eerste gezicht iets simpels: de meeste vrouwen die ze sprak, wilden dat hun man meer deed aan de zorg voor huis en kinderen. Maar hoe ze dat wilden, met welke kracht, argumenten en middelen hing af van hun achtergrond en hun persoonlijkheid, maar ook voor een belangrijk deel van hun relatie-idealen. Hochschild gebruikt hier de term 'sekse-ideologie': de verwachtingen van vrouwen en mannen over de rol- en taakverdeling tussen de seksen. De echtparen die Hochschild onderzocht, liepen op dit punt uiteen. Ze onderscheidt een type met een traditionele ideologie, met een gelijkheids- of geemancipeerde ideologie, en een overgangstype.

AFKNAPPEN

De spanningen tussen deze ideologieen lopen dwars door huwelijken heen. Maar ook intern kunnen mensen zich hierdoor verscheurd voelen. Zo zijn er voor een van de door Hochschild beschreven vrouwen, Ann, 'goede momenten' waarop ze haar man van het huishoudelijk werk wil ontlasten 'zijn werk gaat immers voor', afgewisseld door momenten waarop ze hierop afknapt en van hem wil dat hij meer doet. Zolang ze dit als haar 'slechte momenten' blijft beschouwen, is er, lijkt me, weinig kans op een gelijkere huishoudelijke taakverdeling. Het gaat hier voor alle duidelijkheid niet om een vrouw met een klein baantje en een gering inkomen. Ann is onderdirecteur van een groot elektronisch bedrijf en verdient meer dan hij.

Hier blijkt een interessant mechanisme te werken. Als de man meer verdient wat in de meeste gevallen zo is rechtvaardigt dit in aller ogen zijn geringere aandeel in het huishouden. Maar als hij minder verdient, kan hij dit als aanslag op zijn mannelijke trots ervaren , waardoor zij uit schuldgevoel en om het huiselijk evenwicht te herstellen weer meer gaat draven.

Deze taaie mechanismen weet Hochschild mooi te beschrijven. Bijna als iets onontkoombaars, waarin mensen geen keuze en geen wil hebben. Voortgedreven door maatschappelijke ontwikkelingen reageren ze op elkaar en op zichzelf vanuit een psychische uitrusting die is gevormd in hun jeugd en in hun cultuur. Ze schetst ook even de contouren van enkele macro-processen die een dwingende kracht uitoefenen op de door haar onderzochte echtparen.

Ze wijst dan op ' de nieuwe economische mogelijkheden en behoeften, waardoor meer vrouwen betaalde arbeid gaan verrichten en waardoor er meer druk op meer mannen ontstaat om de tweede dagtaak met hun vrouw te delen. Die krachten maken een geemancipeerde sekse-ideologie en strategieen die moeten leiden tot een gelijkere taakverdeling in de huiselijke sfeer, aantrekkelijker. Maar andere krachten, zoals het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen en de manier waarop het toenemend aantal echtscheidingen de denkwijze (en de angsten, CB) van vrouwen beinvloedt, werken dat effect weer tegen. Die krachten maken een traditionele sekse-ideologie, supermoeder-strategieen en strategieen bij mannen die gericht zijn op het zich onttrekken aan huishoudelijk werk, aantrekkelijker'. Alle echtparen die ze beschrijft, stonden op verschillende manieren, in verschillende mate en met verschillende uitkomsten bloot aan deze maatschappelijke processen.

KIND EN HOND

Het mooiste portret uit haar boek vind ik dat van 'de Holts', een echtpaar dat er een gelijkheidsideologie op nahoudt. Toch weet de man chronisch en systematisch de hem toebedeelde taken te vergeten of half te doen. Dit leidt tot veel irritaties van haar kant en dat weer tot toenemende 'weerstand' van zijn kant. De echtscheidingen van daarmee tot armoe vervallende vriendinnen werken voor haar als schrikbeeld. Zij bindt in en ze komen tot een taakverdeling zij het kind en hij de hond waarvan zelfs een kind kan zien dat dit niet 'eerlijk verdeeld' is.

Dit zijn de mooiste en onthullendste passages uit haar boek: als ze beschrijft hoe vrouwen als Nancy Holt niet alleen bezwijken voor de druk van de weerstand, maar er toch in blijven geloven dat het wel eerlijk is zo. Door zichzelf en hun eigen werk klein te maken en de bezigheden van hun man uit te vergroten en de hemel in te prijzen (kijk eens hoe leuk hij met de hond omgaat). Ook de Amsterdamse psychologe Aafke Komter wees in haar proefschrift over 'De macht van de vanzelfsprekendheid' al op deze mechanismen, die een machtsongelijkheid veronderstellen en tevens in stand houden. Waartoe deze zelfkleinerende houding van vrouwen moet dienen, beschrijft Hochschild duidelijk. Ze willen kost wat kost blijven geloven dat ze een ander, gelijker, huwelijk hebben dan hun ouders en zijzelf anders zijn dan hun slovende depressieve moeders. En als de werkelijkheid niet aan te passen is, dan deze maar liever vertekenen. Het besef dat hun man hen het huishoudelijk werk laat opknappen, lijkt moeilijker te verdragen dan de moeheid en de ergernis.

ANGST

Waarom? Omdat het anders lijkt, aldus Hochschilds Nancy Holt, alsof haar tijd en dus zijzelf minder waard is. Alsof zij meer om haar man geeft dan hij om haar. Liever de handen maar weer uit de mouwen steken dan deze angstige gedachte tot zich door te laten dringen. Dat dit bij hem anders in elkaar kan zitten dat 'meehelpen' in huis niet samen hoeft te vallen met liefde en waardering leidt tot een van de vele treurig stemmende echtelijke misverstanden in dit boek, en in het leven.

De Late Dienst leest als een spannende roman over moderne echtparen. Hochschild verbindt het sociale en het psychische, of de maatschappelijke invloeden op de manier waarop mensen met elkaar en met zichzelf omgaan, op een zeer verhelderende manier. Ze ontwikkelt daarbij mooie begrippen, zoals sekse-strategie, gezinsmythen, de economie van de dankbaarheid en de politiek van de vergelijking. Het is wel een van de somber stemmendste boeken over het emancipatieproces die ik ooit heb gelezen. Alle partijen lijken tot de verliezers te behoren ook de mannen betalen de prijs van de rancune van hun vrouw maar de vrouwen betalen hier de grootste tol. Afgezien van het besef dat dit niet het hele noch het enige verhaal erover vormt, rest ons de hoop dat deze fase van 'gestagneerde revolutie' niet al te lang zal duren.

'De Late Dienst' is in de loop van de volgende week in de boekhandel verkrijgbaar.

Arlie Hochschild treedt 4 oktober op in De Balie in Amsterdam, aanvang 20.30 uur, voor inlichtingen tel. 020 - 232904

    • Arlie Hochschild 224 Blz
    • Unieboek 1990
    • Christien Brinkgreve de Late Dienst
    • Vert. Bernadette de Wit