Debat over Europese defensie door Golfcrisis uittaboesfeer

BRUSSEL/DEN HAAG, 29 sept. Scherper dan ooit tevoren beginnen de landen van de Europese Gemeenschap zich te realiseren dat ernst moet worden gemaakt met de formulering van een gezamenlijke veiligheidspolitiek. Het debat over een Europese defensie is uit de taboesfeer gekomen, zo blijkt uit de vele suggesties die de laatste weken gedaan zijn over de vorm die een veiligheidsdimensie van de EG moet aannemen en over de vraag hoe die kan worden ingebouwd in bestaande organisatieverbanden.

De Italiaanse minister van buitenlandse zaken, Gianni de Michelis, kwam onlangs met het idee om de Westeuropese Unie (WEU), waarin negen EG-landen op militair gebied samenwerken, te laten fuseren met de Europese Gemeenschap. Dat zou moeten gebeuren via het houden van regelmatige bijeenkomsten van EG-ministers van defensie en door de overdracht van consultatie- en coordinatiefuncties van de WEU naar de EPS, de Europese Politieke Samenwerking, ofwel het intergouvernementele overleg tussen de ministers van buitenlandse zaken van de Twaalf.

De Michelis zal zijn voorstel waarschijnlijk volgend weekeinde voorleggen aan de EG-ministers van buitenlandse zaken, die elkaar dan informeel ontmoeten in Venetie, en het komt vermoedelijk ook op de agenda te staan van de speciale Europese top, eind oktober in Rome. Daar zou ook gesproken kunnen worden over het plan voor een 'veiligheidsraad' van de EG en voor een raad van EG-ministers van defensie. De Belgische premier Wilfried Martens presenteerde dit plan eerder deze maand als voorzitter van het verband van Europese christen-democratische partijen.

Volgens De Michelis is de Europese Gemeenschap door de Golfcrisis zo dringend met de neus op de feiten gedrukt, dat 'we in zes weken meer hebben kunnen doen aan de voorbereiding van de Politieke Unie dan Delors in twee jaar heeft kunnen doen aan de Economische en Monetaire Unie'. Maar Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, liet zich evenmin onbetuigd: hij noemde het eerder deze maand 'noodzakelijk en logisch' dat de EG zich zou voorzien van een 'interventiemacht' om het hoofd te kunnen bieden aan conflicten die in een met ballistische en chemische wapens uitgeruste Derde wereld zouden kunnen losbarsten. Een hoge ambtenaar bij de Europese Commissie, het 'dagelijks bestuur' van de EG, licht het standpunt van Delors als volgt toe: 'De Golfcrisis heeft de ogen geopend voor de zwakte van Europa als het gaat om politiek-militaire samenwerking. We konden in drie dagen het door de Verenigde Naties afgekondigde embargo tegen Irak doorvoeren, maar politiek-militair bleven we schutteren.'

Pag.4: Vervolg

Ook elders in de burelen van de Europese Commissie is die kritiek te horen: 'De Europese Gemeenschap heeft de kans laten liggen om te anticiperen op de toekomst, de vorming van de Politieke Unie. Waarom heeft de EG niet de militaire operatie van de VS gesteund? De Twaalf werden het weliswaar eens over hulp ter waarde van anderhalf miljard dollar aan de meest getroffen landen in de Golf-regio maar over de verdeling ervan bestaat nog steeds onenigheid', aldus een betrokkene.

Een probleem is dat de Europese Commissie geen initiatieven kan nemen op het terrein van de buitenlandse politiek. Daarin moet volgens de bovengenoemde hoge ambtenaar verandering komen: 'Als de EG wereldmacht wil zijn moet ze, als je doordenkt, een veiligheids- en militaire dimensie hebben. Zo ver zijn we nog lang niet. Groot-Brittannie en Frankrijk zijn nucleaire machten, Ierland is neutraal en Frankrijk neemt geen deel aan het militaire commando van de NAVO.' Volgens hem zou op de komende intergouvernementele conferentie (IGC) over de Politieke Unie hiervoor een aanzet gegeven kunnen worden. 'Er zou bijvoorbeeld een hoofdstuk in de Europese verdragen kunnen worden geschreven over buitenlands beleid en veiligheidsbeleid. De EPS zou in de communautaire sfeer getrokken kunnen worden en de Europese Commissie zou op dit terrein het recht van initiatief moeten krijgen.'

Hij bestrijdt overigens de indruk dat Europese commissarissen en Europese ministers op het ogenblik volkomen ongecoordineerd uitspraken doen over de veiligheidsdimensie, uitspraken die een andere Commissie-zegsman als 'losse flodders' had gekarakteriseerd: 'Het zijn wel losse flodders uit geweren die allemaal dezelfde kant uit gericht zijn. Iedereen is bezig. Overal worden blauwdrukken gemaakt. Het Europese veiligheidsbeleid is een bespreekbaar thema geworden. De tijd is rijp. Er is misschien geen 'masterplan', maar het is net als met de herfst, dan komen de paddestoelen opeens vanzelf de grond uit.' Denken en spreken over de veiligheidsdimensie van de Europese Gemeenschap is niet langer taboe, zoals tot voor kort. 'De zaak is eigenlijk op gang gekomen toen op de EG-top van Dublin werd besloten een IGC over de politieke unie te houden. Waar we nu over praten hadden we een half jaar geleden niet voor mogelijk gehouden.'

Het einde van de Koude Oorlog en de voortschrijdende ontwapening in Europa hebben, zoals door de Golfcrisis is gebleken, riskante aspecten voor een Europa waaruit de Verenigde Staten zich op den duur steeds verder zullen terugtrekken: 'Het is goed voor de wereld te weten dat de EG bereid is haar politieke normen en maatstaven te verdedigen met militaire instrumenten', meent de EG-functionaris. De Gemeenschap mag zich niet blootstellen aan 'chantage van mensen als Gaddafi, Assad of Saddam Hussein'.

Van Eekelen

Verreikende ideeen over Europese integratie op defensiegebied heeft de man die in de Golfcrisis een zeer zichtbare Europeaan is geweest: Wim van Eekelen, de secretaris-generaal van de Westeuropese Unie. Hij gelooft dat de WEU niet moet worden opgenomen in de EPS, maar geleidelijk zal moeten opgaan in de Europese Politieke Unie. 'Het idee van De Michelis om de WEU te laten samengaan met de EPS zou ik een stap terug vinden.' Immers, in de EPS zijn alleen de ministers van buitenlandse zaken bij elkaar, terwijl in de WEU ook de ministers van defensie bij het overleg zijn betrokken. Zou fuseren van WEU met EPS 'een stap terug' betekenen, ('wij zijn in de WEU verder gekomen met ministers van defensie erbij') 'als je de WEU zou inbrengen in de Politieke Unie is het iets anders'.

Over de wijze waarop de WEU in de EG geintegreerd zou moeten worden heeft Van Eekelen al een concrete voorstelling: 'De WEU zou naar Brussel moeten verhuizen en dan zou eenzelfde proces van osmose op veiligheidsgebied op gang moeten komen als eerder tussen EG en EPS heeft plaatsgehad op het terrein van de buitenlandse politiek. Uiteindelijk kan ik me een Politieke Unie voorstellen met een EG, inclusief de Europese Commissie en de ministerraden, de EPS en de WEU. Die laatste organisatie zou uit de EG-landen moeten bestaan die op defensiegebied willen samenwerken. Dus er zouden drie kaders ontstaan die kunnen samensmelten als in de verre toekomst alle landen van de EG lid zouden worden van de WEU.' Van Eekelen: 'Ik heb er geen enkel probleem mee om op te gaan in de Politieke Unie. De grote vraag is of de lidstaten bereid zijn de Europese veiligheidsdimensie gestalte te geven. Dat is nog onduidelijk.' Daarbij doet zich vooral de moeilijkheid voor dat het Franse standpunt tegenover de Europese veiligheid nogal tweeslachtig is: Parijs wil wel een Europese Politieke Unie, maar die zou geen consequenties mogen hebben voor de zelfstandigheid van de Franse defensie.

Tegelijkertijd met het opnemen van de WEU in de Politieke Unie moet volgens Van Eekelen ook de band met de NAVO worden geregeld: 'Daarbij moet de principiele vraag worden gesteld: 'hoe organiseren we ons zo dat de VS in Europa militair aanwezig blijven?' Als Europa zelf op veiligheidsgebied los zand blijft zullen de Amerikanen zich willen terugtrekken.' Daarom moet er een organisatie komen, zo betoogt hij, op basis van het 'twee-pijler-concept': de Europese pijler (de in de Europese Politieke Unie opgenomen WEU) naast de Amerikaanse pijler, en die twee overkoepeld door de NAVO. In transatlantische overleg kunnen dan de taken worden afgesproken. 'Ik hoop', zegt Van Eekelen, 'dat er een commandostructuur komt die de Fransen kunnen accepteren en die toch een band met de NAVO behoudt, want die moet blijven.'

De WEU-secretaris-generaal maakt zich sterk voor de vorming van multinationale legereenheden in Europa, die uit brigades uit verschillende landen moeten bestaan. Op lange termijn zouden deze kunnen resulteren in een Europees leger. Maar voor dat laatste zijn de Europeanen volgens Van Eekelen 'nog niet rijp': 'We moeten eerst naar elkaar toegroeien, dat is het maximum dat je nu kunt bereiken.' De pogingen om een Frans-Duitse brigade op te zetten kunnen wat dat betreft overigens geen aanleiding geven tot erg veel optimisme, zo geeft hij toe. Dat komt volgens hem doordat de samenwerking op een te laag niveau plaats heeft. Organisatie van een Frans-Duitse divisie, bestaande uit Franse en Duitse brigades, zou waarschijnlijk beter werken, maar dan moeten wel de kortgeleden tijdens de Frans-Duitse top in Munchen gebleken problemen over onderlinge militaire samenwerking worden opgelost. 'Die vorming van multilaterale eenheden moet zich overigens niet alleen tot Duits grondgebied beperken, maar ook in andere WEU-landen gebeuren. Dat zou inhouden dat Duitse troepen op het grondgebied van andere WEU-landen gelegerd worden.'

Neutraliteit

Van Eekelen is er met het oog op de totstandkoming van de Europese Politieke Unie mordicus tegen dat neutrale landen tot de EG zouden worden toegelaten. 'Neutraliteit heeft niet alleen betrekking op militaire zaken. Het is ook een kwestie van actieve buitenlandse politiek, van buitenlands-politieke stellingnames. Niet dat ik iets tegen Oostenrijk of Zweden heb, maar je moet geen opties op het gebied van de buitenlandse politiek inleveren. Neem nou Oostenrijk: Waldheims recente bezoek aan Irak is geen goed teken voor een eventuele opstelling van Oostenrijk in de EG. Zolang Oostenrijk de neutraliteit niet uit zijn wetgeving haalt moet het maar geen lid worden.'

De Golfcrisis heeft volgens hem de behoefte aangetoond te denken over de vraag 'hoe we de rol van Europa beschouwen en hoe we de veiligheidsdimensie van de EG in de toekomst zien'. De NAVO kan hier volgens de secretaris-generaal van de WEU geen rol spelen wegens de beperktheid van het verdragsgebied. Bovendien willen de landen van de Derde wereld volgens hem geen NAVO-interventie wegens de aanwezigheid van een supermacht. 'De NAVO is in essentie een defensieve alliantie en kan geen interventiemacht zijn buiten NAVO-gebied. De WEU kan dat in beginsel wel zijn. Wij zijn niet beperkt door verdragsgebied. Het gaat om de vraag of er belangen zijn die wij willen beschermen.'

Maar hoe Europa, gegeven zijn verdeeldheid op defensiegebied, een militaire 'projectie' in de wereld vorm zou kunnen geven is een grote vraag. Van Eekelen: 'In het verleden had Europa een regionale rol. Nu zie je het begin van een internationale rol. Daar is nog wel veel denkwerk voor nodig. Bijvoorbeeld: onder welke omstandigheden moet je ingrijpen. En welke troepen moet je daarvoor opleiden? Deze Golfcrisis zal de aanzet moeten geven tot de discussie over de vraag hoeveel strijdkrachten je voor dit soort scenario's nodig hebt en hoe je ze oefent.'

In dat verband noemt hij het opmerkelijk hoe snel de VS enorme aantallen troepen hebben kunnen verplaatsen. 'Dit zal munitie geven aan hen in Washington die zeggen: op bases in het buitenland hebben we niet zoveel militairen nodig. Dat kan op Europa een ongunstige uitwerking hebben.'

Van Eekelen is redelijk positief over de rol die zijn WEU in de Golfcrisis heeft gespeeld: 'We hebben politiek-praktische richtlijnen afgesproken en voor de rest laten we het over aan de mensen ter plaatse. Wat de marine betreft is er het voordeel dat dezelfde NAVO-procedures geldig zijn tussen de diverse vlooteenheden.' De secretaris-generaal van de WEU vindt wel dat het Franse voorzitterschap langzaam op gang kwam: 'De invasie van Koeweit gebeurde in de vakantiemaand en aanvankelijk ging Parijs er van uit dat alleen de Britten en de Fransen iets zouden doen. Langzamerhand kwamen de Fransen echter tot de conclusie wat er van hen werd verwacht als WEU-voorzitter.'

Afstandelijker

De NAVO stelt zich in de discussie over de Europese veiligheid afstandelijker op dan de WEU. Een zegsman bij de NAVO noemde het plan van De Michelis zelfs een 'gillende keukenmeid'. Secretaris-generaal Manfred Worner liet zich naar aanleiding van de ideeen van de Italiaanse minister over het inbouwen van de WEU in de Europese Gemeenschap nogal korzelig ontvallen dat de EG de band miste met de VS en het Amerikaanse militaire vermogen. Het proces van ontkoppeling (van de VS van Europa) moest volgens Worner ten koste van alles worden voorkomen. Europese veiligheidspolitiek kan uitsluitend plaatshebben 'in de context van ons bondgenootschap'.

De NAVO verkeert in een identiteitscrisis. De centrale vraag is wat voor soort strategie er moet komen nu de traditionele dreiging uit het Oostblok is weggevallen. In de lidstaten groeit de druk om defensietaken af te stoten, eenheden in te krimpen. 'We maken ons er zorgen over', zegt een NAVO-functionaris, 'dat allerlei landen bezuinigingsmaatregelen nemen, niet op basis van plannen, maar eenvoudig om nationale redenen en zonder dat die bezuinigingen deel uitmaken van een algemeen strategisch concept.' Dat concept zal waarschijnlijk vooral worden opgebouwd uit elementen als grotere mobiliteit van kleinere, snelle eenheden, niet erg verschillend dus van de 'interventiemacht' van Delors.

Het spanningsveld tussen NAVO en EG wordt enerzijds bepaald door het zoeken van de NAVO naar een nieuwe rechtvaardiging, een bestaansreden, en anderzijds door het streven van de EG naar het formuleren van een veiligheidsdimensie die kan dienen als sluitstuk van de Politieke Unie. In dat spanningsveld tendeert de NAVO eerder naar het creeren van een 'toegevoegde waarde' van de CVSE, de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, waarvan het functioneren, ondanks de afwezigheid van een institutioneel kader, allerwegen als succesvol wordt ervaren, dan naar optuiging van de EG met een veiligheidspoot. 'De CVSE is een soort grootste gemene deler maar moet complementair zijn', zegt een NAVO-bron. De CVSE kan immers niets afdwingen, want ze heeft geen tanden, zoals de NAVO. Je kunt het dus zien als een 'centrum voor conflictoplossing', een soort 'clearinghouse' waar conflicten kunnen worden aangedragen.'

Er blijven dan voor de verdragsorganisatie drie opties open:

op te gaan in een grotere veiligheidsstructuur (als de CVSE); de NAVO uit te breiden met landen als Hongarije wanneer die bewezen hebben werkelijk democratisch te zijn; de NAVO 'poreus' te maken, waarbij op incidentele manier meer samengewerkt wordt met Oosteuropese landen.

Het huidige debat in de Europese Gemeenschap over de Politieke Unie volgt de NAVO met argusogen, vooral ook omdat bij een inpalming van de WEU in de EG een land als Turkije buiten de boot zou kunnen vallen. 'Turkije is een moeilijk geval', geeft de NAVO-zegsman toe. Het land hoort wel bij de NAVO, maar is geen lid van de WEU en was door Parijs ook niet uitgenodigd als waarnemer. 'Maar zou het in het belang van Europa zijn als de Turken in de richting van Azie afmarcheren?'

Hoe de nieuwe vredesordening in Europa eruit gaat zien weet men ook bij de NAVO niet. Maar complementariteit is het wachtwoord, want 'je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt'.

    • Frits Schaling
    • W. H. Weenink