'De tijd voor een nieuwe Johnson is aangebroken'

ROTTERDAM, 29 sept. Ben Johnson houdt van goud. Vanaf het moment dat hij met zijn sprintjes miljoenen dollars opstreek, liet hij het geld ook rollen. Een groot en protserig huis, een Ferrari Testarossa, een Rolex-horloge. Niets was te gek om te bewijzen hoe geslaagd de Jamaicaanse immigrant was in Canada. Geen wonder, vond rechter Charles Dubin die in Canada een onderzoek naar aanleiding van het dopingschandaal leidde, dat de atleet in die vercommercialiseerde sport waarin winnen de enige maat van succes is onder invloed van een coach en een dokter bezweek voor de verleiding om prestatieverhogende middelen te nemen.

Dubins 633 pagina's tellende rapport betekende eind juni van dit jaar een breekijzer achter de onverzettelijke houding van de sportautoriteiten die Johnson sinds zijn overtreding van de dopingreglementen op 24 september 1988 exploiteerden als een lichtend voorbeeld van alles wat vies en voos is in de sport. Maar het onderzoek dat de Canadese regering had gelast wroette zodanig in het binnenste van de atletiekwereld, dat de atleet die het teweeg had gebracht door Dubin werd beschouwd als een wetsovertreder die vooral een slachtoffer was van het systeem dat de sport zelf had opgericht en in stand hield. 'De samenzwering van het grote zwijgen is doorbroken', noemde Dubin het.

Johnson, die de snelste man ter wereld was nadat hij in Seoul de 100 meter had gelopen in 9,79 seconden een record dat hem net als de gouden medaille werd ontnomen , liet na zijn bekentenissen een grote stilte vallen. Hij vertoonde zich vooral als een apostel die 'schone atletiek' als boodschap predikte. Hij verscheen bij sportevenementen voor gehandicapten en sprak jongeren toe over de gevaren van dopinggebruik, maar weigerde vraaggesprekken over de voortgang van zijn carriere. De intentieverklaring voor een comeback had hij al eens uitgesproken, het wachten was slechts op het groene licht van de Canadese atletiekbond, het Olympische comite dat hem voor twee jaar uit hadden uitgesloten en vooral van de overheid die hem tot levenslang had veroordeeld. De sportbestuurders streken al voor de publicatie van het Dubin-rapport met de hand over hun hart, de Canadese sportminister Marcel Danis wachtte daarmee tot augustus.

Om zijn terugkeer enigszins discreet te laten verlopen verbood Primo Nebiolo, voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF, het houden van een tweekamp tussen Johnson en diens rivaal Carl Lewis, waarvoor een Japanse televisiemaatschappij twaalf miljoen dollar over had. Zijn heroptreden vindt nu 11 januari 1991 plaats bij een indoorwedstrijd in Hamilton waar hij een 50 meter zal lopen. Vijf weken later staat zijn eerste Europese optreden gepland, een wedstrijd in Stockholm waar een gage van 60.000 dollar op hem wacht. Voorlopig heeft hij voor de wintermaanden dertien indoorwedstrijden op zijn programma gezet, ongetwijfeld met een zorgvuldig geselecteerd deelnemersveld want voor de marktwaarde van Johnson is het van vitaal belang dat hij niet meteen de status van supersprinter verliest die hij had toen in het Zuidkoreaanse laboratorium de sporen van het verboden middel stanozolol werden aangetroffen. Het zal dus wel tot het wereldkampioenschap in Tokio duren voordat het duel met Lewis (en de dit seizoen doorgebroken Leroy Burrell) wordt uitgevochten.

Trainer

De voorbereiding op de tweede carriere van Ben Johnson ziet er wel wat anders uit. Zo heeft hij nog slechts een sponsor over, de Italiaanse firma in sportartikelen Diadora. Als trainer nam Larry Seagrave de plaats in van Charly Francis. Seagrave kreeg internationale bekendheid in het voorjaar van 1989 toen hij de Amerikaanse Dawn Sowell begeleidde. Die sprintster werd in het post-olympische jaar al snel betiteld als de opvolgster van Florence Griffith, maar verdween geplaagd door blessures van het grote toneel voordat ze een echte hoofdrol kon spelen. Seagrave was kort tevoren ontslagen als vrouwencoach aan de universiteit van Louisiana en had in de Amerikaanse atletiekwereld de reputatie een trainer te zijn die verboden middelen niet schuwde. Hij was daarmee overigens geen uitzondering in de internationale sprinterswereld.

In betrekkelijke afzondering heeft Ben Johnson onder het toeziend oog van Seagrave zijn trainingen afgewerkt. De atleet zou inmiddels 73,5 kilo wegen (anderhalve kilo minder dan tijdens de Olympische Spelen) en al weer goede trainingstijden hebben gemaakt. De 60 meter in 6,51, de 100 in 10,03. Maar hoe nauwgezet de tijdmeting was valt niet na te gaan, evenmin als de bewering dat hij al drie of vier keer dopingonderzoeken heeft laten verrichten zonder positief te zijn. Voordat hij in Seoul tegen de lamp liep was de Canadees ook al 29 keer door de controle gerold.

In een vraaggesprek met het Zwitserse blad 'Sport' zei Johnsons vorige trainer Charly Francis niet te geloven dat de atleet in deze vorm aan de top zou kunnen terugkeren. 'Behalve wanneer de duidelijke technische fouten op korte termijn verbeterd worden. Met zijn huidige looptechniek zal hij niet ver komen.' De 28-jarige atleet vertelde de Canadese pers op een liefdadigheidsbijeenkomst echter dat 'de tijd voor een nieuwe Ben Johnson is aangebroken'. Hij gelooft weliswaar niet in een evenaring van zijn Seoul-tijd, maar heeft wel de overtuiging 'met of zonder doping de snelste sprinter ter wereld' te zijn. Zijn eerste hoofddoel is de wereldtitelstrijd volgend jaar in Japan. Een hogere prioriteit heeft echter zijn terugkeer op de Olympische Spelen. Daar, in Barcelona, ligt het goud waar Ben Johnson echt van droomt en dat hij met geen geld van der wereld kan kopen.