DE DIKKE MAN (XXIV)

Hoe laat was het eigenlijk?

De Dikke Man had nu ieder besef van tijd verloren, en stapte, even dapper als verwezen, door de buurt van zijn eerste jeugd. Ook hier had de gesel der postmodernisering al wel toegeslagen, maar de oude geest van deze wijk verzette zich weerbarstig tegen een te grote inbreuk op haar volkse authenticiteit; die bijtend opgewekte annex dikwijls o zo harteloze waan van de dag kreeg in wezen geen vat op de troostende treurigheid van het alledaagse.

Zo liep hij daar, opeens gelukzalig, in het blauwe uur, dat vage grensgebied tussen late namiddag en vroege vooravond, en hem passeerde een jongeman, die, volmaakt gekleed en gesoigneerd naar de mode van herfst 1949, een heuse bolknak rookte.

Een schok van herkenning voer door De Dikke Man.

Een oude jas

sigarenas

door de straten

van een

ingebeelde stad

dichtte hij, en hij rook zijn vader. Tegelijkertijd realiseerde hij zich haarscherp dat de knaap het bandje om zijn sigaar had laten zitten. Dat hoort niet, wist De Dikke Man. En wie weet dat nog? vroeg hij zich glimlachend af. Een kort moment maakte hij zich, monkelend, vrolijk over de onwetende yup, die dan wel alle mogelijke attributen aangeschaft had, maar niettemin een foutje maakte en vervolgens werd hij razend.

Wat was dit voor een afschuwwekkende heerschaar van hovaardige jongelui, die precies wist wat kon, wat mocht, wat moest, en hem als het ware dwong tot nauwkeurige inspectie? Wat had hij te maken met die alles en iedereen verpestende lifestyle? Van het woord alleen al gruwde hij. Lifestyle die geuniformeerde, praktisch fascistoide verachting voor al wat morsig, onaf, menselijk was. Kotsneigingen maakten het hem onmogelijk om verder te lopen. Voor zijn geestesoog doemde De Lawaai-Journalist op, dat hondse onbenul, van wiens hand eerdaags Het Grote Lifestyle Boek zou verschijnen naar aanleiding van welke gebeurtenis deze non-verslaggever een interview had gegeven.

'Weet je wat heel erg niet kan?' citeerde De Dikke Man hardop uit het hoofd, 'Weet je wat heel erg niet kan? Onbeschoft zijn omdat je de Holocaust overleefd hebt. De Holocaust is een vrijbrief voor onhebbelijkheid en opdringerigheid waar ik heel erg tegen ben. Er zijn mensen die vinden dat als je een oorlogstrauma hebt, dat je dan een gesprek totaal mag monopoliseren en dat je anderen er tot diep in de nacht de geeuwhonger mee mag bezorgen.'

Ja, dat had letterlijk zo gestaan in De Scheveningse Klok; die trieste samenvoeging van twee alreeds doodgebloede journalistieke tradities: de eertijds dartele verslaggeving van de liberale Scheveningse en het ethisch-roomse geblaat van De Klok. Alles klonterde tegenwoordig ook maar samen; alles leek op elkaar; en alles ging kapot.

D e Dikke Man haalde diep adem, en besloot om nog een pilsje te pakken. Toevalligerwijze bevond hij zich juist voor zo'n koel, ruim, hedendaags-achtig etablissement. 'In godsnaam dan maar', zei hij zacht tegen zichzelf. En met een zeker elan trad hij daar binnen.

'Jij hier?' vroeg De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice. 'Waarom niet?' riposteerde De Dikke Man een beetje knorrig.

'Je ziet er niet bepaald uit alsof je de kapper wilt bezoeken', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, 'hoewel dat zo te zien geen luxe zou zijn. Is 't weer zover?'

'Ik kom hier alleen maar een biertje drinken', zei De Dikke Man, nu enigszins bedremmeld. 'Dat zal moeilijk gaan', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, voluit geamuseerd, 'dit is namelijk geen kroeg, maar de meest trendy kapsalon van heel Amsterdam.'

'Maar hoe kan ik dat nou weten?' riep De Dikke Man gekweld uit, 'er is hier geen kapper of kapster te bekennen.'

'Dit is de wachtkamer', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, 'het eigenlijke kapwerk vindt hierboven plaats, achter gesloten deuren zo gaat dat vandaag de dag in dit soort gelegenheden.'

'Heel wat anders dan vroeger' zei De Dikke Man.

'Wat heb jij toch met vroeger?' zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, zowel bekommerd als geergerd, 'ik ben nota bene meer dan twintig jaar ouder dan jij, ik had je moeder kunnen zijn, jongeman, en ik heb het lang zo vaak niet over het verleden als jij.'

'Tja hoe komt dat?' verzuchtte De Dikke Man. Hij zweeg, duidelijk vermoeid. Vervolgens lichtte zijn gezicht eensklaps op. 'Weet je waar ik vaak aan denk?' zei hij.

'Nou?' zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice.

'Aan die quote van jou in dat artikel over de jaren vijftig', zei De Dikke Man, 'ik weet geeneens meer in welk blad het precies gestaan heeft maar dat citaat van jou schiet me af en toe, op de wonderlijkste ogenblikken te binnen. Het ging over het gebruik van een bepaalde deodorant voor dames, in die jaren vijftig, dan.'

'Odorono', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, 'er was toentertijd uberhaupt maar een deodorant. Odorono. En wat was daar nou mee? Wat voor wijsheid heb ik daarover gedebiteerd?'

'Je vertelde', zei De Dikke Man, 'dat die deodorant jeukte. Wat mij betreft was dat een eye-opener. Ik zag ineens al die keurige dames uit mijn jeugd, in haar twinsetjes en mantelpakjes, terwijl ze die jeuk hadden maar dat niet mochten laten merken. Ik hou van zulke historische details.'

'Mijn god', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice.

'Het is nu eenmaal niet anders', zei De Dikke Man.

'Dat ik nou zo de geschiedenis in moet', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice.

'Zo heb ik het niet bedoeld', zei De Dikke Man schor.

'De Scheveningse daar stond dat stuk in', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice. 'Heb jij De Scheveningse Klok al gelezen, waar dat vraaggesprek in stond met De Lawaai-Journalist?' vroeg De Dikke Man en zonder het antwoord af te wachten, spoten de woorden er weer uit: 'Weet je wat heel erg niet kan? Onbeschoft zijn omdat je de Holocaust hebt overleefd. De Holocaust is een vrijbrief voor onhebbelijkheid en opdringerigheid waar ik heel erg tegen ben. Er zijn mensen die vinden dat als je een oorlogstrauma hebt, dat je dan een gesprek mag monopolise '

'Welke idioot beweert dat soort onzin?' vroeg De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, 'en dan in zo lelijk Nederlands.'

'De Lawaai-Journalist', zei De Dikke Man, 'die Het Grote Lifestyle Boek gaat publiceren.'

'O, die', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice, 'dat je je daarvan iets aantrekt.' Ze haalde, duidelijk hoorbaar, haar neus op.

'Maar mijn ouders ' zei De Dikke Man.

'Ach, ik ben ondergedoken geweest ' zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice.

'Daarom juist', zei De Dikke Man wanhopig, 'ik bedoel: jij en jouw generatie mogen zich dat soort dingen toch aantrekken. Waarom moeten wij, jullie kinderen, het toch altijd voor jullie opknappen. Ik '

'Het wordt zo gauw zeuren', zei De Oudere Maar Daarom Niet Minder Aantrekkelijke Moderedactrice zacht, bijna fluisterend.

'Zeuren is vaak uitgestelde agressie', zei De Dikke Man, 'dat heb ik laatst iemand horen zeggen, en die uitspraak beviel mij wel.'

(wordt vervolgd)