Armoede is en blijft van alle tijden

'Het knaagt aan mij.' Premier Lubbers kijkt recht in de camera en vervolgt zijn betoog over de 'behoorlijke welvaart' en de 'behoorlijke groei in werkgelegenheid' en de 'toch zo grote aantallen mensen die eigenlijk niks hebben boven dat minumum.' Het klinkt, net als zijn verhaal over de sociale vernieuwing die Nederland 'radicaal anders moet maken, ' heel interessant, maar wel als een bericht uit een andere wereld. Een wereld die lichtjaren ver van de werkelijkheid afstaat.

De documentaire Overleven, Omgaan met armoede in Nederland en Belgie, waarin het gezag naast Lubbers vertegenwoordigd wordt door premier Martens van Belgie en de Europees Commissaris voor de armoede Papandreou, is geen film waarin deze afstand als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd. De film slaat nog wat barsten in ons beeld van het deel van mensheid dat van sociale zaken trekt. Een beeld toch al vol ruis. Fraude, onvervulbare vacatures, steeds meer WAO'ers, bijstandsmoeders van goeden huize, eenvoud bestaat hier al lang niet meer. Ireen van Ditshuyzen is er ook niet op uit die te scheppen.

De eerste indruk is eerder dat ze de brokken wat willekeurig aan elkaar plakt, waardoor de verwarring nog toeneemt. Maar doorkijken helpt, en dan blijkt dat zij een gespletenheid in kaart brengt die verder reikt dan de kloof tussen tussen overheid en uitkeringsgerechtigden of werkenden en werklozen.

Martens trekt een scherpe grens wanneer hij zegt dat de politiek zeer wel in staat is de door economische crises veroorzaakte armoede te bestrijden. Maar daar waar armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven, machteloos is. De film begint zo gezien toepasselijk in Landzicht, de Rotterdamse wijk die ooit als heropvoedingsdorp werd gebouwd. Gezellig en landelijk, vol licht, ruimte en vrije tijd, maar ook een plek waar duidelijk wordt dat met decennialange intensieve sociale bemoeienis slechts werd bereikt dat de chronisch werkloze een krantenwijk loopt, mits sociale zaken die paar tientjes per week door de vingers ziet.

Het breiende oudje uit Molenbeek (Brussel), de werkende allenstaande moeder uit Landzicht, het blonde mevrouwtje uit Zeswegen (Heerlen) die trots vertelt dat ze zoonliefs' eerste communiepakje voor maar tachtig gulden kocht, zij houden ons voor dat de boterham met niks nog steeds met tevredenheid gegeten wordt en maken koppeling, hulpverleners en schuldsaneerders, sociale vernieuwing en huursubsidie aanvaardbaar. Maar het wordt moeilijk wanneer de klant van de stichting voor budgetbeheer een academicus blijkt en nog moeilijker wanneer hardop wordt gezegd dat je gek bent te gaan werken voor die paar honderd gulden meer.

Van Ditshuyzen trekt geen conclusies. Ze filmt. 'Je wordt nooit echt geholpen, ' zegt de moeder van het kind dat de gelegenheid aangrijpt en een boterham met beleg uit de keuken jat. De EG commissaris stelt vervolgens vast dat armoede van alle tijden is en Lubbers neemt het woord niet in de mond, maar echt 'het knaagt' aan hem.