Akkoord in Wenen voorlopig laatste kans op wapenreductie

NEW YORK, 29 sept. Het akkoord voor beperking van de conventionele bewapening dat vrijwel zeker de komende weken tussen de landen van de NAVO en het Warschaupact wordt gesloten, is zeer waarschijnlijk voorlopig de laatste kans om tot aanzienlijke wapenverminderingen in Europa te komen. Onderhandelaars van beide partijen, die op dit moment allen in New York zijn, gaan ervan uit dat er voorlopig 'niets meer in zit'. De Sovjet-militairen hebben het al in toenemende mate moeilijk met het nu op stapel staande akkoord; zij zullen niet nog meer reducties van de conventionele strijdkrachten accepteren.

De Weense CFE-onderhandelingen (Conventional Forces Europe) zijn weliswaar door persoonlijk ingrijpen van Sovjet-minister van buitenlandse zaken, Sjevardnadze, deze week tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York uit het slop gehaald, 'maar op vele manieren is merkbaar dat de regering in Moskou liever iets terugneemt van eerdere toezeggingen dan dat ze enthousiast verder werkt aan wapenvermindering', aldus een hoge Hongaarse diplomaat. Een Westerse ambassadeur zegt erover: 'We moeten de huidige onderhandelingen maar zo snel mogelijk afsluiten en desnoods nog wat meer concessies doen dan we van plan waren, want na dit akkoord gebeurt er echt niets meer.'

Een tweede ontwikkeling die verdergaande vermindering van conventionele bewapening in de weg staat is de Golfcrisis. Zowel aan Oostelijke als aan Westelijke zijde is de neiging tot nog verdere vermindering van de conventionele bewapening over te gaan daardoor ineens aanzienlijk afgenomen.

Een derde element is het feit dat de kleinere Oosteuropese landen wat zijn teruggekomen van hun aanvankelijk ontwapeningsenthousiasme. Ze waren wat betreft hun verdediging altijd sterk afhankelijk van de Sovjet-Unie. 'Nu ze dat niet meer zijn, ontdekken ze ineens dat ze toch niet helemaal hulpeloos kunnen zijn en willen ze plotseling niet verder verminderen en in een aantal gevallen zelfs bepaalde onderdelen uitbreiden', onthult een Westerse onderhandelaar. Een voorbeeld is Hongarije, dat geen enkele luchtverdediging had omdat deze door Moskou was overgenomen.

Maandag en dinsdag vergaderen in New York de ministers van buitenlandse zaken van de vijfendertig CVSE-staten, de Europese landen (minus Albanie) plus de VS en Canada, die deze Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa vormen. Een van de belangrijkste elementen van die bijeenkomst is dat de drieentwintig ministers van NAVO en Warschaupact gelegenheid hebben hier en daar nog wat plooien glad te strijken voor de Weense onderhandelingen over conventionele bewapening. Als er geen akkoord komt loopt de voor midden november afgesproken CVSE-topconferentie gevaar.

Somber

Deze week zag het er nog somber uit voor een akkoord. De Sovjet-Unie was al enige tijd duidelijk minder bereidwillig. Westerse diplomaten die bij de onderhandelingen betrokken waren, kregen sterk de indruk dat de militairen niet meer wilden meedoen. 'We hebben daar ook wel wat begrip voor', zegt een van hen. 'Het Warschaupact valt uit elkaar en wij zitten in Wenen nog steeds te onderhandelen alsof het nog bestaat, als we het bijvoorbeeld hebben over gelijke plafonds voor de beide bondgenootschappen.'

Van Sovjet-zijde werden zodanig hoge plafonds voor eigen bewapening geeist dat de Sovjet-Unie alleen in een aantal opzichten sterker dreigde te worden na het akkoord dan de NAVO-landen in Europa samen. Op drie punten zijn nu door Sjevardnadze concessies gedaan, die 'een nieuwe hoop bieden op een akkoord in de komende zes weken', zoals een van de betrokkenen het uitdrukt.

Ten aanzien van het stellen van beperkingen aan wat afzonderlijke landen nog aan wapens mogen hebben in vijf categorieen (tanks, vliegtuigen, artillerie, helikopters en pantservoertuigen) is de Sovjet-Unie nu ineens tot compromissen bereid. Het Westen wilde steeds een maximum van 30 procent van het totaal voor een land afzonderlijk, Moskou wilde 40 procent.

'Bij de onderhandelingen kregen we op dit punt ineens duidelijk steun van de andere Oosteuropese landen; het was niet meer zestien tegen zeven, maar tweeentwintig tegen een', zegt een Westerse woordvoerder. Sjevardnadze is bereid afzonderlijke percentages vast te stellen voor alle vijf categorieen, waarbij de Sovjet-Unie ten aanzien van het aantal vliegtuigen zich tamelijk hard blijft opstellen, zo werd gisteren in New York duidelijk. Het uiteindelijke percentage voor de Sovjet-Unie zelf zal, aldus een diplomaat van een Europees land, de 40 procent dicht naderen.

De druk om tot resultaten te komen voor de CVSE-topconferentie in Parijs is groot. Sjevardnadze heeft nu wat concessies gedaan. Aan Westelijke zijde beseft men dat er nu Westerse concessies moeten komen om tot resultaten te komen.

    • Rob Meines