Wielklemmer

'Dus ik zeg tegen die zeiklijster van een wielklemmer, ik zeg: hee zeiker, ken je niet zien... ' hoorde ik. De wielklemmer ontleent zijn beroepsnaam niet aan een werkwoord wielklemmen, maar direct aan de wielklem, zoals schipper en wetenschapper en tweewieler komen van schip en wetenschap en twee wielen.

Officieel was het achterplaksel -er alleen bestemd om achter werkwoorden gezet te worden. Wat zo'n werkwoorder dan betekende, hing er van af: de bakker bakt, maar de trapper wordt getrapt en met een gieter giet je. De kater is de man van de kat. De meter meet met een meter een meter keper. Slaagt een slager? Dokt een dokter? Recht de rechter?

Laat ons weer een bastion opgeven onder de vloedgolf van de taalverloederaars, dat wil zeggen: de sprekers van het Nederlands. Overal kan er achter. In de week van de afgeluisterde wielklemmer noteerde ik nog: de livreier (in een gouden-koetsstuk), de Vutter (van de VUT-regeling), een nahosser (van de HOS-maatregel) en de lijster (niet een maker van lijsten, ook niet een vogel, maar de merknaam van een boek dat kinderen voor de lijst lezen, en dat achter de penguin, pelikaan, papegaai, phoenix, ooievaar, kanarie, albatros, boekvink, maraboe, flamingo, bantammer en griffioen van andere uitgevers aanfladdert).